← België

Arrest 169461 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 27/03/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.461 Rolnummer: A. 66070/X-10259 Zaak: Arrest 169461 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 27/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-05 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 18:54 Fiche Arrest nr 169.461 van 27 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.461 van 27maart 2007 in de zaak A. 66.070/X- 10.

  1. In zake : Joseph BECKERS, die woonplaatst kiest bij advocaat P. JONGBLOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Jan Jacobsplein 5 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering dat woonplaats kiest bij advocaat R. VAN RIET, kantoor houdende te 9250 WAASMUNSTER, Nijverheidslaan
  2. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Joseph BECKERS op 24 oktober 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 12 juni 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende verwerping van het door de verzoekende partij ingestelde beroep tegen de beslissing van 8 april 1993 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij de vergunning wordt geweigerd voor het bouwen van een serre en muur aan een woning te Zutendaal, Broekmolenweg 16, kadastraal bekend sectie D, nr. 387/c; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur-generaal M. ROELANDT; Gelet op de beschikking van 18 april 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie met verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij; X-10.259-1/6 Gelet op de beschikking van 24 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 november 2006; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. JONGBLOET die verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. De feiten. 1.
  4. Verzoeker en zijn echtgenote zijn eigenaar en bewoner van de woning, gelegen aan de Broekmolenweg 16 te Zutendaal, en gebouwd in 1962 op grond van een vergunning van 7 september
  5. 1.
  6. Een bouwaanvraag -die een regularisatie inhoudt- tot het bouwen van een serre en een muur wordt op 17 november 1992 door het college van burgemeester en schepenen van Zutendaal geweigerd, na ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar die zich steunt op de ligging van het perceel in een natuurgebied. 1.
  7. De bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg verwerpt het beroep van verzoeker op 8 april
  8. 1.
  9. Bij ministerieel besluit van 12 juni 1995 wordt het beroep van verzoeker tegen deze laatste beslissing verworpen. Dit besluit is gemotiveerd als volgt: “Gelet op de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedebouw, gewijzigd bij de wetten van 22 april 1970, 22 december 1970, 25 juli 1974, 12 juli 1976, 28 juli 1976, 22 december 1977, 28 juni 1978 en 10 augustus 1978 en de decreten van 28 juni 1984, 27 juni 1985, 28 juni 1985, 27 maart 1991, 29 april 1991 en 23 juni 1993 inzonderheid artikel 55; Gelet op het besluit van 20 oktober 1992 van de Vlaamse Executieve tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Executieve en wijzigingen bij besluit van de Vlaamse Executieve van 7 april 1993; X-10.259-2/6 Gelet op het besluit van 20 oktober 1992 van de Vlaamse Executieve tot delegatie van de beslissingsbevoegdheden aan de leden van de Vlaamse Executieve en wijzigingen bij besluit van de Vlaamse Executieve van 20 januari 1993; Gelet op het beroep dat door de heer PANIS namens de heer J. BECKERS op 26 april 1993 is ingesteld tegen de beslissing van 8 april 1993 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij de vergunning is geweigerd voor het bouwen van een serre en muur aan de Broekmolenweg 16 te Zutendaal, kadastraal bekend sectie D nr. 387c; Overwegende dat het beroep ingesteld is binnen dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing, die gebeurde op 13 april 1993; dat het dienvolgens ontvankelijk is; Overwegende dat de aanvraag strekt tot het bouwen van een serre en muur; dat de bestendige deputatie het beroep heeft verworpen onder meer omdat het perceel volgens het gewestplan Hasselt-Genk, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 3 april 1979 gelegen is in een natuurgebied, dat het gebruik van deze gebieden geregeld wordt in artikel 13.4.3.1 en artikel 19 van het koninklijk besluit van 28 december 1972, dat het een weekendverblijf betreft dat niet volgens de op 7 september 1962 vergunde plannen werd gebouwd, dat het ontwerp de uitbreiding beoogt van het bestaand weekend-verblijf en hiermee geen voldoende harmonisch geheel vormt, dat de aanvraag een regularisatie van de uitbreiding van dit verblijf met een muur en serre betreft, dat de voorgestelde uitbreiding van een constructie in residentieel gebruik in strijd is met de voornoemde planologische voorschriften; Overwegende dat de particulier een aanvraag doet ter regularisatie van de uitbreiding van een woning met een muurconstructie en een aangebouwde serre; dat deze serre afmetingen van 7,35 m bij 4,5 m heeft; dat de woning een lengte van 14 m en een breedte van 7,95 m heeft; dat de bestaande garage van 6,75 m bij 4,65 m niet werd vergund; Overwegende dat het terrein in kwestie volgens het gewestplan Hasselt-Genk, vastgesteld bij koninklijk besluit van 3 april 1979, gelegen is in een natuurgebied; Overwegende dat voor de grond geen bijzonder plan van aanleg of verkavelingsvergunning geldt zodat het de bevoegdheid van de vergunningverlenende overheid blijft te oordelen luidens artikel 45 van de stedebouwwet en aan de hand van de algemeen geldende begrippen inzake een goede stedebouwkundige aanleg van de plaats; Overwegende dat tijdens de hoorzitting de heer Miskovic, namens de particulier, bijkomende documenten heeft neergelegd waaronder een fotocopie van de identiteitskaart van belanghebbende ter staving dat de particulier betreffend gebouw als woning gebruikt; Overwegende dat uit het stedebouwkundig-technisch onderzoek is gebleken dat voor het bestaande gebouw op 7 september 1962 een bouwvergunning werd toegekend; dat de vergunde bouwplannen niet werden gevolgd; dat de bestaande garage niet werd vergund; dat de constructies in kwestie gesitueerd zijn midden een beboste zone; Overwegende dat artikel 13.4.3.
  10. van het koninklijk besluit van 28 december 1972, betreffende de inrichting en toepassing van ontwerp-gewestplannen en gewestplannen, stelt dat de groengebieden bestemd zijn voor het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu, dat de natuurgebieden bossen, wouden, venen, heiden, moerassen en dergelijke omvatten, dat in deze gebieden jagers- en vissershutten mogen gebouwd worden voor zover deze niet kunnen gebruikt worden als woonbedrijf, al ware het maar tijdelijk; Overwegende dat volgens artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Executieve van 15 maart 1989, houdende bepaling van de gebieden waarbinnen afwijkingen in verband met het verbouwen, het herbouwen of het uitbreiden van bestaande vergunde gebouwen niet of slechts gedeeltelijk kunnen worden toegestaan; dat binnen de zone natuurgebied er niet meer van de voorschriften van het gewestplan kan afgeweken worden; Overwegende dat de voorschriften van het gewestplan niet werden gevolgd; dat de goede plaatselijke aanleg niet werd gerespecteerd; dat het beroep van de particulier dient verworpen te worden; X-10.259-3/6 Overwegende dat de particulier de wens heeft uitgedrukt om gehoord te worden; dat alle partijen werden opgeroepen; dat op het onderhoud d.d. 16 september 1993 de heer Miskovic, advocaat en de heer Bijnens, architect, namens de particulier zijn verschenen; BESLUIT: Enig artikel. Het door de heer PANIS ingesteld beroep namens de heer J. BECKERS wordt verworpen”. Dit is de bestreden beslissing. In het auditoraatsverslag wordt ingegaan op de door de verwerende partij opgeworpen exceptie en wordt besloten tot de onontvankelijkheid van het beroep: “In casu kan een regularisatievergunning slechts worden afgeleverd na een nieuwe aanvraag (artikel 158, §1, tweede lid), na het sluiten van een vergelijk tussen de stedenbouwkundige inspecteur, met toestemming van de vergunningverlenende overheid, en verzoeker (artikel 158, §1, eerste lid), en volgens de vergunningsprocedure van dit decreet (artikel 159, eerste lid). Verzoeker moet derhalve alleszins een nieuwe aanvraag indienen, zodat de eventuele vernietiging van het besluit van 12 juni 1995 hem niet in de ‘status quo ante’ plaatst”. Ter terechtzitting stelt verzoeker dat de artikelen 158 en 159 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, die van toepassing waren op het ogenblik van het opstellen van het auditoraatsverslag, inmiddels werden gewijzigd bij decreten van 8 maart 2002 en 10 maart 2006, en wel in die mate dat de redenering van de auditeur-verslaggever niet langer houdbaar is. In het licht van deze nieuwe ontwikkelingen, vraagt verzoeker dat de Raad van State het auditoraat dan ook gelast met het opstellen van een aanvullend auditoraatsverslag. Het belang, vereist door artikel 19 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 moet niet alleen bestaan op het ogenblik van het indienen van het beroep, maar ook op het ogenblik dat daarover uitspraak wordt gedaan. Bij het nemen van een nieuwe beslissing na annulatie moet de overheid, tenzij anders bepaald, de wetgeving en reglementering in acht nemen die geldt op het ogenblik waarop de nieuwe beslissing tot stand komt. Verzoeker moet bewijzen dat hij gedurende de gehele procedure over dit belang beschikt. In beginsel is het te dezen mogelijk dat de verwerende partij na de decreetswijziging van 8 maart 2002 een nieuwe vergunning aflevert. Verzoeker heeft echter in de loop van de procedure, die inderdaad lang heeft aangesleept, nooit enig initiatief genomen om een nieuwe vergunning aan te vragen. X-10.259-4/6 Wie de nietigverklaring vordert van een weigering van stedenbouwkundige vergunning streeft uiteraard het verkrijgen van een dergelijke vergunning na. Door geen enkel initiatief te nemen om een dergelijke vergunning opnieuw aan te vragen heeft verzoeker twijfel doen rijzen omtrent zijn werkelijke bedoeling bij de voortzetting van het beroep. Daarover ter terechtzitting ondervraagd verwijst zijn raadsman naar de hoge leeftijd van zijn cliënt en affirmeert deze dat zijn cliënt absoluut een uitspraak wil. Deze vage en zeer algemene gegevens volstaan niet om in de gegeven omstandigheden aan te tonen dat verzoeker nog steeds beschikt over het rechtens vereiste belang, BESLUIT: Artikel
  11. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
  12. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-10.259-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig maart tweeduizend en zeven, door de Xe kamer, die was samengesteld uit: de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. BOVIN. X-10.259-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.461 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.