id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.530 Rolnummer: A. 90644/XII-2551 Zaak: Arrest 169530 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 29/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-12 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 18:59 Fiche Arrest nr 169.530 van 29 maart 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.530 van 29 maart 2007 in de zaak A. 90.644/XII-
- In zake : Jean-Marie LAMBIN, wonende te Zoersel, De Hulsten 111 tegen :
- de BURGEMEESTER VAN DE STAD ANTWERPEN,
- het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jean-Marie Lambin op 31 maart 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : “
- de beslissing van de Burgemeester van Antwerpen van 22 november 1999 houdende het opleggen van een tuchtstraf van een maand schorsing
- het Ministerieel Besluit, genomen door de Vlaamse Minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport de heer Johan Sauwens dd. 4 februari 2000 betekend bij brief van 4 februari 2000 die de beslissing van de burgemeester van Antwerpen van 22 november 1999 bevestigt waarin aan verzoeker een tuchtstraf van 1 maand schorsing werd opgelegd”; Gelet op het arrest nr. 88.499 van 29 juni 2000 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 17 augustus 2000 ingediend door verzoeker; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; XII-2551-1/4 Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. Colin; Gelet op de beschikking van 11 februari 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van verzoeker en de laatste memories van de verwerende partijen; Gelet op de beschikking van 11 december 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 januari 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Deridder, die loco advocaat Chr. Coen verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat I. Verhelle, die loco advocaat B. Staelens verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van auditeur H. Colin; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat overeenkomstig artikel 21, zesde lid, van de voormelde wetten ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, binnen een termijn van 30 dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin zoals te dezen de verwerping van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient; dat, voorts, gelet op het artikel 84, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dit verzoek bij ter post aangetekende zending aan de Raad van State moet worden toegestuurd; dat het vereiste ertoe strekt het verzoek een vaste of onbetwistbare datum te geven; dat het dan ook de datum van de aantekening ter post is die in aanmerking moet worden genomen voor het bepalen van de tijdigheid van het verzoek tot voortzetting; XII-2551-2/4 XII-2551-3/4 Overwegende dat te dezen geen ter post aangetekend schrijven aan verzoekers vraag tot voortzetting na het verslag van de auditeur een vaste datum verschaft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid; dat verzoeker omtrent het ontbreken van een aangetekend schrijven door de kamervoorzitter-verslaggever met een op 12 december 2006 ter post aangetekende brief om zijn standpunt werd gevraagd; dat verzoeker op die vraag niet reageerde en evenmin ter terechtzitting verscheen of zich liet vertegenwoordigen; dat een en ander ertoe leidt dat krachtens de voormelde wetsbepaling ten aanzien van verzoeker een vermoeden van afstand van het geding moet gelden, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig maart 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2551-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.530 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.88.499 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div