id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.585 Rolnummer: A. 76894/V-1526 Zaak: Arrêt / Arrest 169585 - Divers (fonction publique) / Varia (openbaar ambt) - 29/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-05 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-29 19:30 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 169.585 van 29 maart 2007 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.585 van 29 maart 2007 in de zaak A. 76.894/V-
- In zake : Luc LANNOO, wonende te Brugge, Predikherenrei 6, tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Wetenschapsbeleid, die woonplaats kiest bij advocaat M. UYTTENDAELE, kantoor houdende te Brussel, Bronstraat 68, tussenkomende partij : Pascale VANDERVELLEN, die woonplaats kiest bij advocaten J. BOURTEMBOURG en F. BELLEFLAMME, kantoor houdende te Brussel, Zwitserlandstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Ve K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Luc Lannoo op 23 december 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 14 oktober 1997 waarbij Pascale Vandervellen wordt benoemd tot de graad van attaché bij de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis voor een mandaat van twee jaar; Gezien het op 25 juni1998 ingediende verzoekschrift waarbij Pascale Vandervellen vraagt om als tussenkomende partij te mogen optreden; Gelet op de beschikking van 6 augustus 1998 die de tussenkomst toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; V-1526-1\6 Gezien de memorie van de tussenkomende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur-generaal M. Roelandt; Gelet op de beschikking van 22 oktober 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 30 januari 2006, waarbij aan Pascale Vandervellen een termijn van dertig dagen wordt toegekend vanaf de kennisgeving ervan om haar verzoekschrift tot tussenkomst -en desgewenst haar memorie in tussenkomst- in het Frans gesteld in te dienen, bij gebreke waarvan de zaak verwezen wordt naar de algemene rol om te worden toegewezen aan een Nederlandstalige kamer; Gezien het op 20 april 2006 ingediende verzoek tot tussenkomst van Pascale Vandervellen; Gelet op de beschikking van 20 december 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 januari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat Chr. Cauwe, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat E. Jacubowitz die, loco advocaten M. Uyttendaele en E. Maron verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat F. Belleflamme, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd M. Lefever; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, V-1526-2\6 WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De gegevens van de zaak
- Verzoeker is sedert 1 januari 1975 contractueel in dienst bij het Instrumentenmuseum van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis als wetenschappelijk medewerker. Verzoeker en tussenkomende partij stellen zich kandidaat voor een betrekking van wetenschappelijk personeelslid, waarvan de oproep tot kandidaatstelling verschijnt in het Belgisch Staatsblad van 13 mei
- De commissie voor werving en bevordering onderzoekt de kandidaturen en draagt de tussenkomende partij en verzoeker, in die volgorde, aan de benoemende overheid voor. Bij het thans bestreden koninklijk besluit van 14 oktober 1997 wordt tussenkomende partij benoemd tot attaché bij de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis voor een mandaat van twee jaar. Het verzoek tot tussenkomst
- Pascale Vandervellen, die tot de Franse taalrol behoort, heeft op 25 juni 1998 een in het Nederlands gesteld verzoekschrift tot tussenkomst ingediend en, vervolgens, een in het Nederlands gestelde memorie van tussenkomst. Zij steunt haar verzoek op de hoedanigheid van ambtenaar bij de Koninklijke musea voor Kunst en Geschiedenis. Bij beschikking van 30 januari 2006 overweegt de Raad van State dat verzoekster in tussenkomst daarom, krachtens de artikelen 60 en 61, 4/, gelezen in samenhang met de artikelen 64 en 65 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, haar verzoekschrift verplicht in het Frans diende op te stellen en het door haar in het Nederlands opgestelde verzoekschrift tot tussenkomst nietig is. Vastgelegd zijnde dat het nietige verzoekschrift tot tussenkomst de termijn om tussen te komen gestuit heeft, wordt bij diezelfde beschikking aan Pascale Vandervellen een termijn van dertig dagen toegekend om haar procedurestukken in het Frans gesteld in te dienen. Pascale Vandervellen heeft aan deze beschikking gevolg gegeven door een in het Frans gesteld verzoekschrift in te dienen. In dit stuk vraagt zij in het V-1526-3\6 geding te mogen tussenkomen. In zoverre is het verzoekschrift ontvankelijk, en kan het gelet op het onbetwiste belang van Pascale Vandervellen als begunstigde van het bestreden besluit, worden ingewilligd. Tussenkomende partij heeft evenwel van de gelegenheid die haar werd geboden om zich met de taalwetgeving in regel te stellen, gebruikgemaakt om in bedoeld procedurestuk ook te repliceren op het auditoraatsverslag en op de laatste memories van de andere partijen. Die bijkomende uiteenzetting is uiteraard niet onderzocht kunnen worden in het verslag dat het bevoegde lid van het auditoraat heeft opgesteld over de zaak, en evenmin hebben de andere partijen er in hun procedurestukken op kunnen reageren. Met deze volledig nieuwe inhoud, die voorbijgaat aan het doel van de beschikking van 30 januari 2006, mag de Raad dan ook geen rekening houden, aangezien zulks de procedure op een ontoelaatbare wijze zou vertragen, dan wel de rechten van de andere partijen in de zaak in het gedrang zou brengen. De ontvankelijkheid van het beroep
- Het belang, waarvan een verzoekende partij blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en die partij moet belang behouden tot aan de uitspraak. De verzoekende partij moet minstens aannemelijk maken dat de vernietiging haar nog een concreet voordeel oplevert.
- Wat het actueel karakter van het belang betreft moet worden vastgesteld dat het mandaat van twee jaar waarvoor de tussenkomende partij is benoemd, reeds verstreken is. Tussenkomende partij blijkt wel opnieuw te zijn benoemd voor een mandaat van twee jaar, en ook dit mandaat zou naderhand zijn verlengd. Bij een dergelijke verlenging van het mandaat gaat het niet om een nieuwe benoeming, na oproep tot de kandidaten en een vergelijking van titels en verdiensten. Ze geschiedt enkel na een beoordeling van de wetenschappelijke activiteit van de betrokkene tijdens de vorige periode van zijn of haar mandaat. Dit kan maar voor zover er in rechte een eerste mandaat is geweest. Aangezien de latere beslissingen waarbij het mandaat van tussenkomende partij verlengd werd dan ook mede hun rechtsgrond vinden in het bestreden besluit -omdat rekening is gehouden met de op grond van de eerste benoeming verworven ervaring en anciënniteit-, zou V-1526-4\6 het enkele onwettig bevinden van de oorspronkelijke benoeming ook de onwettigheid aantonen van de navolgende beslissingen. De Raad van State kan evenwel de nietigheid van dergelijke beslissingen maar vaststellen met naleving van de regels welke zijn bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering bepalen. Verzoeker heeft echter nagelaten om die latere benoemingsbesluiten aan te vechten, hetzij door middel van een afzonderlijk annulatieberoep, hetzij door middel van een verzoek tot uitbreiding van het voorwerp van het voorliggende beroep. Ze zijn dan ook niet door verzoeker binnen de annulatiebevoegdheid van de Raad van State gebracht. Waar verzoeker heeft nagelaten om ze binnen het bereik van de Raad van State te brengen, vermag de Raad ook niet ambtshalve tot de uitbreiding van het voorwerp beslissen. De verlenging van een mandaat is immers niet, zoals bijvoorbeeld de vaste benoeming dat wel is ten opzichte van de toelating tot de proeftijd, een zodanig noodzakelijke en rechtstreekse gevolgakte van de bestreden beslissing dat ze als het ware geacht moet worden al van bij aanvang tot het voorwerp van het beroep te behoren. Ook al vinden ze in die beslissing mede hun grondslag, toch zijn die latere benoemingsbesluiten op autonome gronden tot stand gebracht. Gevolg hiervan is dat de bedoelde besluiten formeel bestaan, omwille van de rechtszekerheid niet meer buiten enig regelmatig beroep om in vraag kunnen worden gesteld, en er aan in de weg staan dat verzoeker nog het door hem nagestreefde voordeel kan verwezenlijkt zien, namelijk zelf in dezelfde betrekking te worden benoemd.
- Het beroep is onontvankelijk bij gebrek aan actueel belang. V-1526-5\6 OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Pascale Vervellen wordt ingewilligd. Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig maart tweeduizend en zeven, door de Ve kamer, die was samengesteld uit : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. S. GEHLEN, staatsraad, de HH. G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De Griffier, De Voorzitter, W. GEURTS. R. STEVENS. V-1526-6\6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.585 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.