← België

Arrêt / Arrest 169586 - Divers (fonction publique) / Varia (openbaar ambt) - 29/03/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.586 Rolnummer: A. 82085/V-1556 Zaak: Arrêt / Arrest 169586 - Divers (fonction publique) / Varia (openbaar ambt) - 29/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-05 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-29 19:28 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 169.586 van 29 maart 2007 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.586 van 29 maart 2007 in de zaak A. 82.085/V-

  1. In zake : Jobinne BEYRUS, die woonplaats kiest bij advocaat L. SILANCE, kantoor houdende te BRUSSEL, Delleurlaan 29, tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Wetenschapsbeleid, die woonplaats kiest bij advocaat M. MAHIEU, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 523 tussenkomende partij : Eric BEKA, die woonplaats kiest bij advocaat D. LAGASSE, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Ve K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jobinne BEYRUS op 21 januari 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 18 november 1998 waarbij Eric BEKA wordt benoemd tot secretaris-generaal van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden (hierna: DWTC); Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van Eric BEKA; Gelet op de beschikking van 26 november 1999 die de tussenkomst van Eric BEKA toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; V-1556-1\4 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur-generaal M. ROELANDT; Gelet op de beschikking van 7 september 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 20 december 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 januari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad G. VAN HAEGENDOREN; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. SILANCE, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat L. VAEL die, loco advocaat M. MAHIEU verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat L. LAHAYE die, loco advocaat D. LAGASSE verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De feitelijke gegevens
  2. In het Belgisch Staatsblad van 25 oktober 1997 wordt de vacante betrekking bekendgemaakt van secretaris-generaal van de DWTC; zowel verzoekster als tussenkomende partij stellen zich kandidaat en met het bestreden koninklijk besluit van 18 november 1998 wordt tussenkomende partij tot secretaris- generaal van de DWTC benoemd. V-1556-2\4 De ontvankelijkheid van het beroep
  3. Krachtens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kunnen beroepen tot nietigverklaring, als bedoeld bij artikel 14, § 1, van dezelfde gecoördineerde wetten, worden ingediend door “elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Het belang, waarvan een verzoekende partij blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en zij moet dat belang behouden tot aan de uitspraak. De verzoekende partij moet minstens aannemelijk maken dat de nietigverklaring van de bestreden beslissing haar nog een concreet voordeel oplevert; dit voordeel moet meer zijn dan de loutere genoegdoening verbonden met het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing.
  4. Verzoekster wordt bij koninklijk besluit van 26 februari 2003 met ingang van 1 juni 2003 eervol ontslag verleend uit haar functie van adviseur- generaal bij de DWTC en zij wordt gemachtigd haar aanspraak op pensioen te doen gelden en de eretitel van haar ambt te voeren. Zij voert niet aan en er blijkt ook niet dat de verwerende partij in een vernietigingsarrest de absolute rechtsplicht zal vinden om haar tot secretaris-generaal te benoemen en aldus haar loopbaan met terugwerkende kracht te reconstrueren. Een vernietigingsarrest kan derhalve niet meer bijdragen tot het rechtsherstel dat verzoekster met haar annulatieberoep oorspronkelijk ambieerde, met name zelf tot secretaris-generaal bevorderd worden en die functie daadwerkelijk bekleden. In die zin is het initieel materieel belang dat verzoekster onmiskenbaar had bij de nietigverklaring van het bestreden benoemingsbesluit, teloorgegaan. Door die gewijzigde omstandigheid is het belang van verzoekster twijfelachtig geworden : met name rijst de vraag welk persoonlijk voordeel verzoekster thans nog uit een vernietigingsarrest kan halen en of dat voordeel volstaat om het behoud van het belang te rechtvaardigen. Het valt toe aan verzoekster om dienaangaande overtuigende gegevens aan de beoordeling van de Raad van State over te leggen. Verzoekster te dezen, gevraagd naar haar actueel belang, wijst op haar moreel belang om haar zaak door de Raad van State te zien beantwoorden. Het loutere voordeel om derden te overtuigen van haar initieel gelijk vormt evenwel een belang dat slechts een onrechtstreeks karakter heeft welk V-1556-3\4 niet valt binnen de grenzen van het belang zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Dat beoogde voordeel is immers niet verbonden aan het verdwijnen van het bestreden besluit uit het rechtsverkeer maar enkel aan het horen gegrond verklaren van een middel. Verzoekster toont derhalve niet aan dat zij op dit ogenblik nog een voldoende en rechtstreeks belang heeft bij de vernietiging van de bestreden beslissing. Het beroep is onontvankelijk bij gebrek aan actueel belang. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoekster. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig maart tweeduizend en zeven, door de Ve kamer, die was samengesteld uit : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. S. GEHLEN, staatsraad, de HH. G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De Griffier, De Voorzitter, W. GEURTS. R. STEVENS. V-1556-4\4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.586 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.