id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.853 Rolnummer: A. 182155/X-13227 Zaak: Arrest 169853 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-11 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 19:31 Fiche Arrest nr 169.853 van 5 april 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.853 van 5 april 2007 in de zaak A. 182.155/X-13.
- In zake : Jacques WINSEL, wonende te 1702 DILBEEK (GROOT-BIJGAARDEN), Nieuwe Gentsesteenweg 12, bus 11 tegen : de deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN ALSENOY, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Antoine Dansaertstraat
- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jacques WINSEL op 29 maart 2007 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de procedure waarover de Raad van State bij arrest nr. 168.581 van 7 maart 2007 uitspraak heeft gedaan “in afwachting dat (...) verzoeker dit geschil zal laten doen behandelen volgens de reglementering ter zake met gebeurlijk indienen van een aanvraag voor verder gevolg”; Gelet op de beschikking van 2 april 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 april 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. VAN ALSENOY, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-13.227-1/3 Overwegende dat de verzoeker een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid heeft ingeleid; dat hij met andere woorden om de redenen die hem eigen zijn, heeft gekozen voor een zeer uitzonderlijke procedure tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een administratieve rechtshandeling die een ernstige stoornis in het normaal verloop van de rechtspleging voor de Raad van State teweegbrengt en waarbij de rechten van verdediging van de verwerende partij tot een strikt minimum zijn herleid; dat van een verzoeker, die kiest voor een dergelijke uitzonderlijke procedure, mag worden verwacht dat hij zich dermate organiseert en de nodige schikkingen treft opdat hij kennis kan nemen van de oproeping voor de terechtzitting die, naar luid van artikel 16, tweede lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, geschiedt op het door de voorzitter bepaalde uur, zelfs op feestdagen en van dag tot dag of van uur tot uur; dat deze verplichting des te meer geldt wanneer, zoals te dezen, artikel 4, derde lid, van het voornoemde procedurereglement, het niet verschijnen of vertegenwoordigd zijn ter terechtzitting op strenge wijze sanctioneert; dat de verzoeker geacht moet worden alle implicaties van zijn keuze van procedure te kennen; dat dit ook geldt indien de verzoeker in personam het geding inleidt en verkiest zich niet te laten bijstaan of vertegen- woordigen; Overwegende dat de verzoeker noch in zijn vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, noch in een begeleidend schrijven een telefoon- of faxnummer heeft meegedeeld waarop hij kon worden bereikt; dat de griffier inlichtingen heeft ingewonnen bij de dienst 1207 (Belgacom) doch dat de verzoeker niet over een oproepnummer op de in het verzoekschrift aangeduide woonplaats blijkt te beschikken; dat met toepassing van artikel 3, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding, de lokale politie van Dilbeek zich op maandag 2 april 2007 ’s avonds, op dinsdag 3 april 2007 om 10u 30 en om 20u 15, op woensdag 4 april 2007 om 8u 10, om 10u 55 en om 15u 42 en op donderdag 5 april 2007 om 7u 45 heeft aangeboden op de door verzoeker in het verzoekschrift aangeduide woonplaats voor de betekening van de oproeping om te verschijnen op de openbare terechtzitting van 5 april 2007 om 11u; dat zij verklaart er nooit iemand thuis te hebben aangetroffen; dat de lokale politie van Dilbeek de oproeping niet heeft kunnen betekenen; dat uit navraag door de lokale politie bij buurtbewoners blijkt dat de verzoeker “zelden of nooit de deur opent”; dat dergelijke omstandigheden niet als een geval van overmacht kunnen gelden; dat derhalve de verzoeker geacht moet worden behoorlijk te zijn verwittigd van de datum en het uur van de terechtzitting; X-13.227-2/3 Overwegende dat de verzoeker niet op de terechtzitting aanwezig noch vertegenwoordigd was; dat derhalve overeenkomstig artikel 4, derde lid, van het voornoemd koninklijk besluit van 5 december 1991 de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet worden afgewezen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf april 2007, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-13.227-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.853 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div