id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.085 Rolnummer: A. 44096/V-1296 Zaak: Arrêt / Arrest 170085 - Militaires et corps spéciaux - Recrutement et carrière / Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 17/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-25 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-29 06:36 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 170.085 van 17 april 2007 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.085 van 17 april 2007 in de zaak A. 44.096/V-
- In zake : Herwig BERTREM wonende te BRUSSEL, Vrijetijdslaan 2, bus 22 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging tussenkomende partij : Marc PEIFFER wonende te BRUSSEL, Emile Maxlaan 162/12 --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Ve K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Herwig BERTREM op 2 april 1991 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 5 februari 1991 waarbij Marc PEIFFER wordt bevorderd tot hoofdcommissaris bij de dienst Militaire Veiligheid en van de impliciete weigering om hem in deze functie te bevorderen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 10 september 1991; Gelet op de beschikking van 9 oktober 1991 die de tussenkomst van Marc PEIFFER toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur-generaal M. ROELANDT; Gelet op de beschikking van 2 mei 1996 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; V-1296-1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 22 december 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 februari 2007; Gehoord het verslag van R. ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van advocaat B. BLANPAIN, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van luitenant-kolonel militair administrateur A. DE DECKER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; I. FEITELIJKE TOEDRACHT Overwegende dat de feiten die dienstig voor de zaak zijn als volgt kunnen worden samengevat;
- Op 1 april 1989 wordt het ambt van hoofdcommissaris bij de Dienst Militaire Veiligheid (SDRA) vacant door de vervroegde oppensioenstelling van de titularis.
- Aangezien niemand aan de statutaire voorwaarden voldoet om tot hoofdcommissaris te worden bevorderd, wordt verzoeker door de Chef van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid en door de Directieraad voorgedragen voor de uitoefening van het hoger ambt van hoofdcommissaris.
- Bij ministerieel besluit van 4 april 1989 wordt Marc Peiffer aangewezen voor de uitoefening van het ambt van hoofdcommissaris, van 1 april 1989 tot 30 september
- V-1296-2/6 Deze aanwijzing wordt telkens voor zes maanden verlengd bij ministeriële besluiten van 9 oktober 1989 en 5 april 1990 tot 30 september
- Met een koninklijk besluit van 22 december 1989 worden de voorwaarden voor bevordering tot hoofdcommissaris versoepeld. Het besluit wordt genomen : "Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat om de goede werking van de Dienst militaire veiligheid te verzekeren het zaak is af te wijken van de statutaire regelen ten einde onverwijld de betrekking van bovenvermelde graad toe te kunnen wijzen".
- Artikel 20, § 3, van het koninklijk besluit van 20 augustus 1969 houdende het statuut van de burgerlijke ambtenaren van de Dienst Militaire Veiligheid, gewijzigd door voornoemd koninklijk besluit van 22 december 1989, bepaalt het volgende : "... Bij ontstentenis van kandidaten die de graad voeren van eerstaanwezend commissaris eerste klasse kan de bevordering worden toegekend aan de eerstaanwe- zende commissarissen. Bij ontstentenis van kandidaten die de graad voeren van eerstaanwezend commissaris eerste klasse en van eerstaanwezend commissaris, kunnen de commissarissen die het diploma van de hogere cursus van de School voor criminologie en criminalistiek bezitten en die een graadanciënniteit van ten minste zes jaar hebben, eveneens in aanmerking komen voor een benoeming tot de graad van hoofdcommissaris".
- Op 10 januari 1990 wordt het ambt van hoofdcommissaris vacant verklaard. Verzoeker wordt op 2 februari 1990 erover ingelicht dat hij, gelet op de nieuwe voorwaarden, kan kandideren voor de vacante betrekking van hoofdcommis- saris, en stelt zich kandidaat op 10 februari
- De tussenkomende partij stelt zich kandidaat op 5 februari
- De leidende generaal van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid stelt op 12 maart 1990 in een gemotiveerd advies verzoeker voor als de meest geschikte kandidaat. V-1296-3/6
- Op 16 maart 1990 zendt de directeur-generaal van het Burgerlijk Algemeen Bestuur het dossier naar de Minister van Landsverdediging.
- Op 28 september 1990 beslist de Minister : "Monsieur Peiffer Marc, commissaire, continuera à exercer les fonctions de commissaire en chef au SDRA à partir du 1.10.1990 jusqu'à ce qu'une décision définitive intervienne".
- Bij koninklijk besluit van 5 februari 1991 wordt Marc Peiffer benoemd tot hoofdcommissaris. Dit koninklijk besluit maakt het voorwerp uit van het huidig beroep tot nietigverklaring.
- Op 8 februari 2007 maakte de verwerende partij nieuwe gegevens over betreffende de actuele administratieve toestand van de verzoekende en de tussenkomende partij. Uit deze gegevens blijkt dat : - het koninklijk besluit van 7 juli 2003 houdende het statuut van bepaalde burgerlijke ambtenaren van het Stafdepartement inlichtingen en veiligheid, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 28 augustus 2003 een nieuwe gradenstructuur en carrière heeft ingevoerd voor het personeel van de Dienst Inlichtingen en Veiligheid. - ingevolge deze nieuwe regeling werden de verzoeker, die intussen tot e.a. commissaris 1ste klasse was bevorderd, zowel als de tussenkomende partij ambtshalve door verandering van graad benoemd tot de nieuwe graad van afdelingscommissaris in uitvoering van artikel 45 van het genoemde besluit. - nadien werd de tussenkomende partij met ingang van 1 september 2003 bevorderd tot de nieuwe graad van hoofdcommissaris terwijl de verzoekende partij met ingang van dezelfde datum en bij besluit van dezelfde dag werd bevorderd tot de nieuwe graad van adjunct-hoofdcommissaris. II. IN RECHTE Overwegende dat in zoverre verzoeker de vernietiging vordert van de impliciete weigering hem te benoemen, het beroep ambtshalve niet ontvankelijk moet worden verklaard; dat het immers in deze om een benoeming naar keuze gaat; dat de benoemende overheid niet de rechtsplicht had verzoeker te benoemen; dat, V-1296-4/6 ook al zou verzoeker meer aanspraak kunnen maken op de bestreden benoeming, de minister nochtans geen gebonden bevoegdheid bezit; Overwegende dat de verzoekende partij geen blijk meer geeft van een actueel belang om de bestreden rechtshandeling te bestrijden daar hij nagelaten heeft de latere bevordering van de tussenkomende partij tot de nieuwe graad van hoofdcommissaris tijdig aan te vechten met als gevolg dat deze laatste definitief is geworden; dat die bevordering noch bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad of op een andere wijze bekendgemaakt moest worden noch aan de verzoekende partij genotificeerd diende te worden; dat de beroepstermijn derhalve is beginnen lopen vanaf het ogenblik dat de verzoekende partij er feitelijke kennis van had of, minstens, in alle redelijkheid er kennis moest van hebben; dat uit de feitelijke toedracht van de zaak blijkt dat de verzoekende en de tussenkomende partij zich beide voor de openstaande betrekkingen van respectievelijk adjunct- hoofdcommissaris en hoofdcommissaris kandidaat hebben gesteld en ieder wat hem betreft voor deze betrekking door de raad van beheer voorgedragen werd; dat van zodra de verzoekende partij van zijn eigen benoeming als adjunct-hoofdcommissaris op de hoogte werd gebracht, dat is einde 2004, hij hieruit moest afleiden dat de tussenkomende partij in de graad van hoofdcommissaris was benoemd; dat het alleszins volstrekt ongeloofwaardig overkomt dat hij gedurende meerdere jaren in die hoedanigheid met de tussenkomende partij heeft samengewerkt zonder feitelijke kennis van diens bevordering te hebben; dat samengevat de verzoekende partij hangende de procedure zijn oorspronkelijk belang verloren heeft dat erin bestond tot de oude graad van hoofdcommissaris -omgevormd in die van afdelingscommissaris- benoemd te worden daar hij hangende de procedure tot de hogere graad van adjunct-hoofdcommissaris werd bevorderd en de bevordering van de tussenkomende partij tot de nieuwe graad van hoofdcommissaris definitief is geworden; dat het beroep niet meer ontvankelijk is bij gebrek aan belang in hoofde van verzoeker, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen V-1296-5/6 Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien april 2007, door de Ve kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State, R. STEVENS, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De Griffier, De Eerste Voorzitter van de Raad van State, W. GEURTS. R. ANDERSEN. V-1296-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.085 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.