id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.172 Rolnummer: A. 109036/VII-24334 Zaak: Arrest 170172 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 19/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-16 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 06:37 Fiche Arrest nr 170.172 van 19 april 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.172 van 19 april 2007 in de zaak A. 109.036/VII-24.334 In zake : Leen DE BELDER, wonende te LOKEREN, Pijlstraat 8 tegen : het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Leen DE BELDER op 16 augustus 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering van 21 juni 2001 waarbij de aanvraag tot accreditering voor het jaar 2001 wordt geweigerd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 15 juni 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 13 februari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 maart 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. DE SCHRYVER, die loco advocaat L. TRUYENS, verschijnt voor verzoekster; VII-24.334-1/8 Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De feiten 1.1. Op grond van het nationaal akkoord tandheelkundigen- ziekenfondsen van 11 december 2000 wordt bepaald dat, om in 2001 in aanmerking te komen voor accreditering voorzien in het nationaal akkoord tandheelkundigen- ziekenfondsen, de tandheelkundige onder meer aan de vereiste moet voldoen dat de aanvraag is ingediend vóór 31 maart 2001, door middel van een bepaald formulier. 1.2. Met een brief van 9 april 2001, gericht aan de stuurgroep kwaliteitsbevordering tandheelkundigen, schrijft verzoekster het volgende: "Door een vergissing van mijnentwege is mijn aanvraagformulier voor accreditering 2001 nog niet in uw bezit. Dit werd mij pas duidelijk na het telefonisch gesprek op maandag 9 april 2001. Mijn individueel aanwezigheidsblad van 2000 is ondertussen reeds lange tijd in uw bezit. Ik stuur U vandaag dus de aanvraag voor accreditering 2001 per aangetekende zending. Gezien mijn accreditering de voorbije jaren altijd al werd goedgekeurd en gezien mijn jaarlijkse deelname aan de nodige cursussen en peer-reviews, hoop ik, ondanks deze vergissing, op een positief antwoord van uwentwege". In bijlage bij de brief steekt het "aanvraagformulier voor accreditering tandheelkundigen 2001". 1.3. Met een brief van 26 april 2001 deelt de dienst geneeskundige verzorging van het RIZIV aan verzoekster mee wat volgt: "De Stuurgroep 'Kwaliteitspromotie' heeft tijdens de zitting van 19 april 2001 haar beslissing bevestigd dat de accrediteringsaanvragen voor het jaar 2001 ingediend moesten worden vóór 31 maart 2001 door middel van het adequaat formulier. Gezien het feit dat uw aanvraag ons werd toegezonden op 11/04/2001 kan u voor het jaar 2001 niet genieten van de accrediteringsvoordelen. Indien u het hiermee niet eens bent, kan u tegen deze beslissing beroep aantekenen bij de Commissie van Beroep, opgericht bij de Stuurgroep 'Kwaliteitspromotie Tandheelkundigen', overeenkomstig de modaliteiten vermeld in de bijlage bij deze brief". VII-24.334-2/8 1.4. Met een op 4 mei 2001 verzonden aangetekend schrijven stelt verzoekster beroep in. 1.5. Met een aangetekend schrijven van 29 juni 2001, uitgaande van de dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV, nationale commissie tandheelkundigen-ziekenfondsen, commissie van beroep van de stuurgroep kwaliteitspromotie, wordt aan verzoekster de thans bestreden beslissing meegedeeld, die als volgt luidt: "(...) Na beraadslaging beslist de Commissie van Beroep met unanimiteit van stemmen het beroep ontvankelijk maar ongegrond te verklaren. De reden hiervoor is dat de accrediteringsaanvraag 2001 ingediend moest worden voor 31 maart 2001 en de Commissie vaststelt dat er in het verzoekschrift onvoldoende elementen aanwezig zijn die aantonen dat dit gebeurd is. (...)". 2. Ten gronde 2.1. In het verzoekschrift wordt het volgende ingeroepen: "1. Dat deze beslissing een schending uitmaakt van het gelijkheidbeginsel, gezien de sanctie niet in evenredigheid staat met het doel van de regeling. De onderliggende doelstelling van de regelgeving i.v.m. de accreditering is duidelijk de kwaliteit van de tandheelkunde te verbeteren door de tandartsen welke daaraan wensen mee te werken een extra beloning te geven voor het volgen van een aantal cursussen. Verzoekster verwijst hiervoor naar haar stuk 1, zijnde de beschrijving van het RIZIV i.v.m. de doelstelling en de werking van de accreditering. Volledigheidshalve citeert verzoekster punt 1: '(...) Het diploma dat vereist is voor het uitoefenen van de medische tandheelkunde is van academisch niveau en moet door bijscholing op dit niveau behouden worden, niet alleen om de tijdens de basisstudie verworven kennis op peil te houden maar ook om de blijvende evolutie in de wetenschap en de beroepsuitoefening te kunnen volgen. De stuurgroep opgericht in het raam van het akkoord tandheelkundigen-ziekenfondsen dd/ 14 december 1998 meent dat de tandheelkundige blijvend een volume bijscholing moet volgen teneinde zijn parate en passieve kennis gedurende het ganse beroepsleven op peil te houden...' In casu moet de tandheelkundige dan ook jaarlijks een aantal cursussen volgen waarbij per cursus een aantal punten worden toegekend. Per jaar dienen dan ook de benodigde punten verzameld te worden om in aanmerking te komen voor de accreditering. Wanneer blijkt dat de tandheelkundige de gevraagde punten behaalde, krijgt hij/zij van het RIZIV als een soort bonus een bedrag uitbetaald van 75.000 Bef. VII-24.334-3/8 2. Nu gaat de verwerping van de aanvraag van verzoekster niet over het feit of zij al/niet de nodige cursussen volgde, doch dit gaat over een loutere formaliteit waarachter het RIZIV zich wenst te verschuilen om haar betaling niet te moeten doen. Het RIZIV gaat als bijkomende 'absolute' voorwaarde gaan stellen dat de aanvraag voor 31 maart 2001 diende te gebeuren. Deze aanvraag is een document waarin men enkel stelt dat men zich wenst te accrediteren. Er kan op dat ogenblik vanzelfsprekend nog geen bewijs geleverd worden van de gevolgde cursussen, gezien het jaar waarin deze dienen gevolgd te worden, nog moet beginnen. Op basis van het feit dat deze louter formele voorwaarde 10 dagen te laat is vervuld door verzoekster, verwerpt men haar accreditering. 3. Door deze houding van het RIZIV, dreigt de stuurgroep haar doel voorbij te schieten. Het doel van de regeling is het aanzetten van tandheelkundigen tot het volgen van extra bijscholingscursussen evenals de controle daarop. Verzoekster is een tandheelkundige die zich volledig kan vinden in die doelstelling en welke jaarlijks de nodige cursussen volgt. Verzoekster heeft echter een louter formele brief 10 dagen te laat opgestuurd en daardoor zouden 7 cursussen welke verzoekster volgde en gaat volgen, ineens geen waarde meer hebben. Men gaat iemand die immers aan de grondbedoeling meewerkt (nl. verbetering kennis van de tandheelkundigen en het op to date houden van die kennis), en dit overigens reeds jaren doet, ontmoedigen door het feit dat zij een louter formele aanvraag nog geen twee weken te laat deed, terwijl verzoekster juist iemand is die jaarlijks de nodige cursussen volgt. Verzoekster deed van bij de start mee. Zo ontving zij de bonus voor haar inspanning in 1999 en in 2000 (zie o.a. stuk 12). Voor het jaar 2001 heeft verzoekster eveneens reeds cursussen gevolgd (zie stuk 10) en is zij ingeschreven in andere (zie stuk 11) waardoor zij 125 punten zou behalen, waar er slechts 100 per jaar nodig zijn. 4. Er bestaat dan ook geen redelijk verband van evenredigheid tussen het doel van de regeling (bevorderen kwaliteit tandheelkunde) en de gebruikte middelen, zijnde de weigering tot accreditering omdat een louter formele aanvraag (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.