← België

Arrest 170175 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 19/04/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.175 Rolnummer: A. 166953/VII-34785 Zaak: Arrest 170175 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 19/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-03 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 06:37 Fiche Arrest nr 170.175 van 19 april 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.175 van 19 april 2007 in de zaak A. 166.953/VII-34.

  1. In zake :
  2. de v.z.w. FEDERATIE VAN DE ELEKTRICITEIT EN DE ELEKTRONICA,
  3. de n.v. WHIRLPOOL BELGIUM,
  4. de n.v. BSH HOME APPLIANCES,
  5. de b.v. ELECTROLUX HOME PRODUCTS,
  6. de n.v. BORETTI, die woonplaats kiezen bij advocaten X. LEURQUIN en P. DE MAEYER, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan 7 tegen : het Vlaamse gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat
  7. tussenkomende partijen :
  8. de v.z.w. VERENIGING VAN VLAAMSE STEDEN EN GEMEENTEN,
  9. de stad GENK,
  10. de stad TORHOUT,
  11. de gemeente HERENT,
  12. ECOWERF, Intergemeentelijk Milieubedrijf Oost-Brabant, die woonplaats kiezen bij advocaat J. DE LAT, kantoor houdende te HERENTALS, Lierseweg
  13. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. FEDERATIE VAN DE ELEKTRICITEIT EN DE ELEKTRONICA, de n.v. WHIRLPOOL BELGIUM, de n.v. BSH HOME APPLIANCES, de b.v. ELECTROLUX HOME PRODUCTS en de n.v. BORETTI op 17 oktober 2005 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het ministerieel besluit van 18 juli 2005 houdende vaststelling van nadere regels voor de aanrekening van de inzamelkosten op containerparken door producenten in het kader van de aanvaardingsplicht; VII-34.785-1/3 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 11 oktober 2006 ingediend door de v.z.w. VERENIGING VAN VLAAMSE STEDEN EN GEMEENTEN, de stad GENK, de stad TORHOUT, de gemeente HERENT en ECOWERF, Intergemeentelijk Milieubedrijf Oost-Brabant; Gelet op de beschikking van 18 oktober 2006 die de tussenkomst van de v.z.w. VERENIGING VAN VLAAMSE STEDEN EN GEMEENTEN, de stad GENK, de stad TORHOUT, de gemeente HERENT en ECOWERF, Interge- meentelijk Milieubedrijf Oost-Brabant toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op de beschikking van 21 september 2006, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 29 september 2006; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; VII-34.785-2/3 Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunner aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  14. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  15. De kosten van het beroep, bepaald op 875 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een vijfde. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 625 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor een vijfde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien april tweeduizend en zeven, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-34.785-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.175 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.