id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.190 Rolnummer: Zaak: Arrest 170190 - Wapens - 19/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-03 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 06:37 Fiche Arrest nr 170.190 van 19 april 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Vernietiging Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.190 van 19 april 2007 in de zaken A. 84.630/XII-
- (I) A. 86.335/XII-
- (II) In zake : I. + II. Gaston VAN BRABANT, die woonplaats kiest bij advocaten E. Van der Mussele en Y. Vanden Bosch, kantoor houdende te Antwerpen, Stoopstraat 1, bus 10 tegen : I. + II. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Antwerpen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Gaston Van Brabant op 8 juni 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 6 april 1999 van de gouverneur van de provincie Antwerpen houdende intrekking van “de vergunningen op naam van de heer Van Brabant Gaston, wonende te 2640 Mortsel, Gasthuishoeven 3/12, tot het voorhanden hebben van [...] vuurwapens” (A. 84.630); Gezien het verzoekschrift dat Gaston Van Brabant op 26 augustus 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 3 juni 1999 van de gouverneur van de provincie Antwerpen houdende intrekking van “de vergunningen op naam van de heer Van Brabant Gaston, wonende te 2640 Mortsel, Gasthuishoeve 3, bus 1, tot het voorhanden hebben van vuurwapens” (A. 86.335); Gelet op de beschikkingen van 3 september 1999 en 15 september 1999 waarbij aan verzoeker voor beide beroepen het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; XII-2208-1/8 Gezien de verslagen opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd P. De Wolf; Gelet op de beschikkingen van 26 juni 2001 die de neerlegging ter griffie van de verslagen en van de dossiers gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories van verzoeker; Gelet op de beschikking van 10 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 november 2006; Gehoord de verslagen van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. De Puydt, die loco advocaat E. Van Der Mussele verschijnt voor verzoeker, en van attaché G. Janssens, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur-generaal P. De Wolf in de zaak A. 84.630; Gehoord het andersluidend advies van adjunct-auditeur-generaal P. De Wolf in de zaak A. 86.335; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De gegevens van de zaken. Overwegende dat de gegevens van de zaken kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Verzoeker is geboren op 30 maart 1946 en woont te Mortsel in het woonwagenpark Gasthuishoeven op het nummer 3/
- Verzoekers neef, Gaston Van Brabant (junior), is geboren op 19 mei 1976 en woont te Mortsel in hetzelfde woonwagenpark Gasthuishoeven, doch op het nummer 3/
- XII-2208-2/8 Verzoeker werden twee vergunningen verleend tot het voorhanden hebben van volgende verweervuurwapens : - een geweer Remington, kaliber .22 LR; - een geweer Marlin, kaliber .22 LR. 1.
- In een brief van 16 december 1998 aan de gouverneur van Antwerpen meldt de korpschef van de politie van Mortsel dat op 13 december 1998 een ruzie plaatsvond tussen twee families in het woonwagenpark Gasthuishoeven en dat daarbij vuurwapens werden gebruikt en schoten gelost. Eén persoon, Eduard Van Brabant, werd aangehouden. Bij huiszoekingen in de woonwagens werden verscheidene wapens aangetroffen en in bewaring genomen, waaronder verzoekers beide verweervuurwapens. De korpschef stelt voor de verleende vergunningen in het belang van de openbare orde en veiligheid in te trekken, gezien de grote concentratie van vuurwapens bij een klein aantal woonwagenbewoners en de spanningen die zich voordoen op de woonwagenstandplaats. In een brief van 17 februari 1999 adviseert de procureur des Konings te Antwerpen de gouverneur “de twee bezitsvergunningen van Van Brabant Gaston, geboren op 19 mei 1976” in te trekken. Als motief wordt vermeld: “De situatie in het woonwagenkamp te Mortsel waar betrokkene verblijft, is van die aard dat dergelijke vergunning niet verantwoord is en dat deze dient te worden ingetrokken teneinde de openbare orde te vrijwaren”. Op 6 april 1999 beslist de gouverneur van Antwerpen dat “De vergunningen op naam van de heer Van Brabant Gaston, wonende te 2640 Mortsel, Gasthuishoeven 3/12, tot het voorhanden hebben van navermelde vuurwapens worden ingetrokken : - een geweer Marlin, kaliber .22 LR, [...] - een geweer Remington, kaliber .22 LR, [...]”. De motivering van deze beslissing luidt : “Overwegende dat de heer Van Brabant Gaston, wonende te 2640 Mortsel, Gasthuishoeven 3/12, in het bezit is van vergunningen tot het voorhanden hebben van de hierna vermelde vuurwapens; Gelet op het schrijven d.d. 17 februari 1999 van de procureur des Konings van Antwerpen, die van mening is dat de wapenvergunningen moeten worden XII-2208-3/8 ingetrokken, gelet op de gespannen situatie op het woonwagenterrein Gasthuishoeven te Mortsel; Overwegende dat bij een ruzie d.d. 13 december 1998 tussen twee families op voormeld woonwagenterrein vuurwapens werden gebruikt, wat aanleiding gaf tot een interventie van de rijkswacht en verschillende politiekorpsen van omliggende gemeenten alsook van het bijstandsteam van de politie van Antwerpen (proces-verbaal nummer AN.30.80.0l4682/98); Overwegende dat de wapens door de politie van Mortsel in bewaring werden genomen; Overwegende dat het behoud van de openbare orde en veiligheid de intrekking van de vergunningen vereist”. Dit is de bestreden beslissing in de zaak nr. 84.
- Een afschrift van voormelde beslissing wordt bij aangetekende brief van 9 april 1999 betekend aan Gaston Van Brabant (junior), Gasthuishoeven 3/12 te Mortsel. 1.
- In een brief van 21 mei 1999 aan de gouverneur van Antwerpen wijzen verzoekers raadslieden erop dat laatstgenoemde Gaston Van Brabant (junior) nooit een geweer Marlin of een geweer Remington in bezit heeft gehad. Namens verzoeker vragen zij de intrekking van voormeld besluit zodat verzoeker opnieuw in het bezit zou kunnen worden gesteld van zijn wapens. Verzoeker dient op 8 juni 1999 zijn beroep in, gekend onder nr. 84.
- 1.
- Op 16 juni 1999 beslist de gouverneur van Antwerpen het aangehaalde besluit van 6 april 1999 op te heffen, en motiveert zulks als volgt : “Gelet op mijn besluit d.d. 6 april 1999, waarbij de vergunningen van de heer Van Brabant Gaston, wonende te 2640 Mortsel, Gasthuishoeven 3/12, tot het voorhanden hebben van de hierna vermelde vuurwapens, werden ingetrokken; Gelet op het verzoek d.d. 21 mei 1999 van meester E. Van der Mussele, raadsman van de heer Van Brabant Gaston, geboren op 30 maart 1946, wonende te 2640 Mortsel, Gasthuishoeven 3/1, tot herziening van voormeld besluit, dat de neef van zijn cliënt betreft; Gelet op het schrijven d.d. 8 juni ll. van de procureur des Konings van Antwerpen, die meedeelt dat in zijn advies van 17 februari 1999 inderdaad verkeerdelijk de geboortedatum van de neef van betrokkene werd vermeld, maar het de bedoeling was om het wapenbezit van de heer Van Brabant Gaston, geboren op 30 maart 1946, te beperken; Overwegende dat het besluit d.d. 6 april 1999 dan ook moet worden opgeheven”. XII-2208-4/8 Bij aangetekende brief van 23 juli 1999 wordt een afschrift van dat opheffingsbesluit betekend aan Gaston Van Brabant (junior), Gasthuishoeven 3/12 te Mortsel. 1.
- Met het in de zaak nr. 86.335 bestreden besluit van 3 juni 1999 worden verzoekers vergunningen tot het voorhanden hebben van een verweer- vuurwapen ingetrokken. Het is als volgt gemotiveerd : “Overwegende dat de heer Van Brabant Gaston, geboren op 20 maart 1946, wonende te 2640 Mortsel, Gasthuishoeven 3/1, in het bezit is van vergunningen tot het voorhanden hebben van de hierna vermelde vuurwapens; Gelet op het schrijven d.d. 17 februari 1999 van de procureur des Konings van Antwerpen, die van mening is dat de wapenvergunningen moeten worden ingetrokken, gelet op de gespannen situatie op het woonwagenterrein Gasthuishoeven te Mortsel; Overwegende dat bij een ruzie d.d. 13 december 1998 tussen twee families op voormeld woonwagenterrein vuurwapens werden gebruikt, wat aanleiding gaf tot een interventie van de rijkswacht en verschillende politiekorpsen van omliggende gemeenten alsook van het bijstandsteam van de politie van Antwerpen (proces-verbaal nummer AN . 30 .
- 014682/98); Overwegende dat de wapens door de politie van Mortsel in bewaring werden genomen; Overwegende dat het behoud van de openbare orde en veiligheid de intrekking van de vergunningen vereist”. Een afschrift van voormeld intrekkingsbesluit wordt bij aangetekende brief van 5 juli 1999 aan verzoeker bezorgd. 1.
- In een brief van 17 juni 1999 vraagt verzoeker de gouverneur hem “vooraleer een nieuwe beslissing te treffen” inzage te verlenen in het dossier en te worden gehoord. Op 15 juni 1999 verstuurt verzoeker een verzoekschrift tot inzage van het strafdossier naar de onderzoeksrechter te Antwerpen. Bij beschikking van 1 juli 1999 wijst de onderzoeksrechter de vraag tot inzage van de processtukken ten laste van Eduard Van Brabant af “omdat het verzoek niet uitgaat van een [...] inverdenkinggestelde of een burgerlijke partij”. Bij brief van 6 juli 1999 vraagt verzoeker aan de gouverneur om opnieuw te worden gehoord en inzage te krijgen in het dossier vooraleer een nieuwe beslissing te nemen; XII-2208-5/8
- De samenvoeging. Overwegende dat aan de zaken nrs. 84.630 en 86.355 dezelfde feiten ten grondslag liggen en dezelfde partijen tegenover elkaar staan; dat het dienvolgens passend is ze samen te behandelen;
- De ontvankelijkheid van het beroep in de zaak nr. 84.
- Overwegende dat verwerende partij in haar memorie van antwoord betoogt dat verzoeker van onvoldoende belang doet blijken omdat het bestreden besluit was gericht tegen zijn neef en het op 16 juni 1999 werd opgeheven; Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord en in zijn laatste memorie stelt dat hij volhardt in zijn vordering en vraagt de opheffing van het bestreden besluit vast te stellen; Overwegende dat ingevolge de opheffing van het bestreden besluit de vraag rijst naar verzoekers belang bij de gevraagde nietigverklaring; dat voor de periode na 16 juni 1999 verzoeker in elk geval een dergelijk belang niet heeft aangezien het bestreden besluit vanaf die datum is opgeheven en geen effecten meer heeft in de rechtsorde; dat hij evenmin enig belang aantoont voor de periode van 6 april 1999 tot en met 15 juni 1999, nu het bestreden besluit niet tegen hem was gericht maar lastens zijn neef was genomen en dienvolgens daardoor de rechtstoestand op het gebied van zijn eigen vergunningen niet wijzigde; dat het beroep nopens gebrek aan belang moet worden verworpen; dat gelet op de specifieke omstandigheden van de zaak, het passend is de kosten lastens de verwerende partij te leggen;
- De gegrondheid van het beroep in de zaak nr. A. 86.
- 4.
- Overwegende dat verzoeker in een tweede middel betoogt dat de hoorplicht werd geschonden, dat hij heeft gevraagd te worden gehoord en dat er elementen waren waarover de gouverneur zich beter diende in te lichten; 4.
- Overwegende dat verwerende partij in de memorie van antwoord daartegen doet gelden dat het horen van verzoeker weinig zinvol was omdat zijn XII-2208-6/8 wapenvergunningen werden ingetrokken wegens de gespannen sfeer op het woonwagenterrein en niet zozeer wegens zijn persoonlijke gedrag, dat zij, aangezien de vaststellingen gebeurden door de politie en het parket, voldoende was ingelicht over het mogelijke gevaar voor de openbare orde; 4.
- Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord herhaalt wat hij reeds in het verzoekschrift stelde en daaraan enkel toevoegt dat “ten onrechte wordt gesteld dat het horen van verzoeker weinig zinvol was”; Overwegende dat verzoeker in zijn laatste memorie nog argumenteert dat hij in het ontnemen van een familiestuk zonder ernstige reden een ernstige aantasting van zijn rechten ziet, dat een belangenafweging diende te gebeuren, dat het recht op zijn erfgoed en het betrokken familiestuk een ernstiger bedreigd recht en belang vormt dan een hypothetische mogelijkheid van onlusten op het terrein van de zigeunerfamilie, dat het afnemen van de wapens en het intrekken van zijn vergunningen “bij gebreke aan enige bedreiging van concreet belang” een ernstige aanslag was op zijn belangen; 4.
- Overwegende dat de bestreden beslissing de vergunningen van verzoeker tot het voorhanden hebben van twee verweervuurwapens intrekt omdat op het woonwagenterrein waar verzoeker woont een gespannen situatie heerste en bij een ruzie op het terrein vuurwapens werden gebruikt; dat de bewuste intrekking door aldus verzoekers situatie te wijzigen, moet worden geacht hem op een meer dan geringe wijze nadelig in zijn belangen te raken; dat een dergelijke beslissing krachtens het ingeroepen beginsel van behoorlijk bestuur dan ook slechts kan worden genomen na betrokkene in de gelegenheid te hebben gesteld zijn zienswijze betreffende de voorgenomen maatregel naar voor te brengen; dat het te dezen wel degelijk zinvol was, wijst de in de loop van de intrekkingsprocedure begane vergissing omtrent verzoekers identiteit uit; dat het tweede middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
- De zaken nrs. 84.630 en 86.335 worden samengevoegd. XII-2208-7/8 Artikel
- Het beroep in de zaak nr. 84.630 wordt verworpen. Artikel
- In de zaak nr. 86.335 wordt het besluit vernietigd van 3 juni 1999 van de gouverneur van de provincie Antwerpen waarbij de vergunningen tot het voorhanden hebben van de verweervuurwapens van Gaston Van Brabant, Marlin Kaliber .22LR en Remington Kaliber .22LR, worden ingetrokken. Artikel
- De kosten van de beide beroepen, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien april 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2208-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.190 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div