id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.379 Rolnummer: A. 106460/X-10406 Zaak: Arrest 170379 - Huisvesting - 24/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-14 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 06:38 Fiche Arrest nr 170.379 van 24 april 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Huisvesting Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 170.379 van 24 april 2007 in de zaak A. 106.460/X-10.
- In zake : Wilfried DE MAN, die woonplaats kiest bij advocaat D. DE MEERLEER, kantoor houdende te 9300 AALST, Sylvain Van Der Guchtlaan 5 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat W. MULS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, A. Dansaertstraat
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Wilfried DE MAN op 26 juni 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 30 maart 2001 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport waarbij machtiging tot onteigening met toepassing van de spoedprocedure wordt verleend aan de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij voor de realisatie van een sociaal huisvestingsproject te Denderleeuw, Huissegemstraat 20, kadastraal gekend sectie A, nrs. 1688/v; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 19 oktober 2001; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 8 december 2006, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 22 februari 2007, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 30 maart 2007; X-10.406-1/3 Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. SWARTENBROUX, die loco advocaat D. DE MEERLEER verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat V. SCHIEPERS, die loco advocaat W. MULS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord adjunct-auditeur R. VAN DEN EECKHOUT, daartoe gemachtigd bij de beslissing van de auditeur-generaal van 22 maart 2007, in haar eensluidend advies; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij de Hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij een memorie van wederantwoord heeft ingediend die niet bij ter post aangetekende brief verstuurd werd; Overwegende dat krachtens artikel 84 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State alle processtukken bij een ter post aangetekende brief aan de Raad van State toegezonden moeten worden; dat, zoals onder meer blijkt uit het verslag aan de Regent dat voorafgaat aan dit besluit, de bedoeling van dit voorschrift is vaste datum te geven aan de aan de Raad van State toegezonden processtukken en dat dit voorschrift van openbare orde is; Overwegende dat de verzoekende partij niet betwist dat de memorie van wederantwoord niet aangetekend werd verzonden, hoewel de griffie in haar brief van 19 oktober 2001 uitdrukkelijk de aandacht van de verzoekende partij op dit voorschrift heeft gevestigd; X-10.406-2/3 Overwegende dat de memorie van wederantwoord geen vaste datum heeft verkregen binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voornoemd besluit van de Regent; dat er geen rekening mee kan worden gehouden; dat krachtens artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen ontbreekt, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig april 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-10.406-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.379 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div