← België

Arrest 170395 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/04/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.395 Rolnummer: A. 161939/X-12284 Zaak: Arrest 170395 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-10 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 06:38 Fiche Arrest nr 170.395 van 24 april 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.395 van 24 april 2007 in de zaak A.161.939/X-12.

  1. In zake :
  2. Patrick VAN HEURCK,
  3. Isabel GOFFIN, (in de vordering tot schorsing) die woonplaats kiezen bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : de gemeente KNOKKE-HEIST, die woonplaats kiest bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan
  4. tussenkomende partij : de besloten vennootschap naar Nederlands recht MONDRIAAN PROPERTIES, die woonplaats kiest bij advocaten B. ROELANDTS en L. PROOT, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan
  5. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Patrick VAN HEURCK op 22 april 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 20 augustus 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Knokke-Heist houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning aan de besloten vennootschap naar Nederlands recht MONDRIAAN PROPERTIES tot het bouwen van een villa op een terrein gelegen Knokke-Heist, Sparrendreef 40, kadastraal bekend sectie F, nr. 642/e; Gelet op het arrest nr. 154.142 van 25 januari 2006 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-12.284-1/4 Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 6 februari 2007; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gezien het verzoek tot voortzetting, op 2 maart 2006 ingediend door de eerste verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 23 maart 2006 ingediend door de besloten vennootschap naar Nederlands recht MONDRIAAN PROPERTIES; Gelet op de beschikking van 4 mei 2006 die de tussenkomst van de besloten vennootschap naar Nederlands recht MONDRIAAN PROPERTIES toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur S. DE TAEYE; Gelet op de beschikking van 8 maart 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 maart 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS ; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. HERTEGONNE, die loco advocaten B. ROELANDTS en L. PROOT verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord adjunct-auditeur R. VAN DEN EECKHOUT, daartoe gemachtigd bij de beslissing van de auditeur-generaal van 22 maart 2007, in haar eensluidend advies; X-12.284-2/4 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  6. Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de tweede verzoekende partij geen geldig verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1, de kamer de afstand van geding vaststelt; dat niets de toepassing van die bepaling in de weg staat;
  7. Overwegende dat de eerste verzoeker bij brief van zijn raadsman van 30 januari 2007 afstand doet van het geding, BESLUIT: Artikel
  8. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  9. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. X-12.284-3/4 De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro komen ten laste van de eerste verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig april 2007, door : de H.. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-12.284-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.395 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.142 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.