← België

Arrest 170399 - O.C.M.W. - 24/04/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.399 Rolnummer: A. 181100/XII-5032 Zaak: Arrest 170399 - O.C.M.W. - 24/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-27 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-06-29 06:38 Fiche Arrest nr 170.399 van 24 april 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.399 van 24 april 2007 in de zaak A. 181.100/XII-

  1. OCMW-RAADSVERKIEZING VAN 2 JANUARI 2007 TE MELLE. In zake :
  2. Jan CROO, wonende te Melle, Driesstraat 58
  3. Sandra VAN DER LOEFF, wonende te Melle, Waterstraat 18 --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het beroep dat Jan Croo en Sandra Van Der Loeff op 16 februari 2007 hebben ingesteld tegen het besluit van 5 februari 2007 van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen in de provincie Oost-Vlaanderen, waarbij hun respectieve bezwaren tegen de verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Melle onontvankelijk worden bevonden en de voormelde verkiezing geldig wordt verklaard; Gelet op de naleving van de vormvereisten voorgeschreven bij de artikelen 3, 4 en 5 van het koninklijk besluit van 12 januari 1977 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, in geval van beroep als bedoeld door de artikelen 18, 21 en 22 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; Gezien het administratief dossier; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 5 april 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 april 2007; Gelet op de kennisgeving aan partijen van de beschikking tot vaststelling en van het auditoraatsverslag; XII-5032-1/6 Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van verzoeker Jan Croo; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De gegevens van de zaak
  4. Op 8 oktober 2006 hebben in de gemeente Melle gemeenteraads- verkiezingen plaats.
  5. Op 22 december 2006 dienen zes verkozen gemeenteraadsleden van de lijst VLD, waaronder eerste en tweede verzoekers een voordrachtsakte in voor de verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. Die akte beoogt de voordracht van vier kandidaat-werkende leden en hun respectieve opvolgers. Eerste verzoeker wordt vermeld als “kandidaat

(1)” en tweede verzoekster als “kandidaat
(2)”; Christa Hijsselinckx is “kandidaat
(3)” en Wim Loncke is “kandidaat
(4)”.
  1. Op 2 januari 2007 verkiest de nieuw geïnstalleerde gemeenteraad van Melle de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. Van de door de voormelde akte voorgedragen kandidaten worden Christa Hijsselinckx en Wim Loncke verkozen. Eerste en tweede verzoeker worden niet verkozen.
  2. Met een op 8 januari 2007 ter post aangetekend verzonden brief tekent eerste verzoeker bij wat hij “het Administratief Rechtscollege Oostvlaanderen” noemt, “formeel protest aan [...] tegen de benoeming van de VLD- ocmw-raadsleden”. Hij betoogt in die brief : “[...] In tegenstelling tot de voordrachtsakte (zie bijlage 2) van de VLD-kandidaat- werkende leden van de OCMW-raad en hun opvolgers, werden niet nrs. 1 en 2, doch wel nrs. 3 en 4 benoemd. De benoeming van kandidaten 3 en 4 is ook niet de wens van het lokale bestuur. Immers : kandidaten 3 en 4 werden XII-5032-2/6 voorgedragen voor het geval kandidaten 1 en/of 2 eventueel reeds in de gemeenteraad zouden zetelen. Gezien het merkelijk hoger aantal voorkeurstemmen van kandidaten 1 en 2, behoorde deze piste tot de mogelijkheden. Tijdens de openbare zitting van de gemeenteraad d.d. 02/01/07 maakte ik bekend te verzaken aan mijn zetel in de gemeenteraad, ten voordele van mijn schoonbroer Erwin Van Heesvelde. Als uittredend ocmw-voorzitter en huisarts, deelde ik eveneens mee dat ik de sociale problematiek van de Mellenaars beter kan behartigen in de ocmw-raad, ver weg van de Melse politieke arena. Hierbij wil ik opmerken dat ik reeds mijn schepen- of ocmw-voorzittersambt afstond ten voordele van de eerstvolgende verkozen VLD-vrouw. Deze toegeving maakte op 8/10/06 deel uit van de coalitiegesprekken, waarbij ik niet betrokken was, maar wel de lokale afdelingsvoorzitter de heer Loncke. Deze laatste maakte van de gelegenheid gebruik om op een laaghartige manier zichzelf een zitje in de ocmw-raad voor te behouden. Dit gebeurde zonder enige uitleg -laat staan ... overleg- met de het lokale VLD-bestuur. Ik wens er U attent op te maken dat ik op 02/01/07 mijn handtekening plaatste ( in aanwezigheid van de gemeentesecretaris) op de voordrachtsakte van de verkozen ocmw-voorzitter, de h. Gilbert Van Maele. Zodoende was een scenario zoals in 2001 te Oosterzele onmogelijk. Ik bracht hiervan onmiddellijk de huidige Burgemeester, de Eerste Schepen en de VLD-secretaris op de hoogte. Het is mij volstrekt onduidelijk waarom geen rekening werd gehouden met de wil van het VLD-bestuur en de gemaakte afspraken. Uitkijkend naar Uw initiatieven om de huidige onrechtvaardige toestand uit de wereld te helpen, verblijf ik, [...]”.
  3. Met een eveneens op 8 januari 2007 ter post aangetekend verzonden brief maakt ook tweede verzoekster haar “verzet tegen [de] benoeming [van de] OCMW raadsleden” aan het voormelde rechtscollege kenbaar. Zij schrijft : “[...] Op de gemeenteraad van 2 januari 2007 om 20 u werd ik niet als OCMW raadslid verkozen. Dit ondanks het feit dat ik officieel was voorgedragen als kandidaat voor dit mandaat. Op deze gemeenteraad zijn het de opvolgers binnen onze partij die als nieuwe OCMW raadsleden zijn verkozen. Ik was dan ook totaal verwonderd, daar ik hiervan niet was in kennis gesteld en deze beslissing denk ik op een heel ondemocratische manier is genomen. Een duidelijke motivering heb ik niet gekregen. XII-5032-3/6 De rangorde van de voordrachtsakte werd met de voeten betreden door de VLD fractie. Aangezien mijn aantal voorkeurstemmen bij de verkiezing van 8 oktober 2006, die hoger zijn dan de opvolgers, denk ik dat ik voorrang op de opvolgers heb voor dit mandaat. Hierbij teken ik dan ook verzet aan tegen de benoeming van de raadsleden voor de VLD zijnde de heer Wim Loncke en mevr. Christa Hijsselinckx. Alsook wil ik bevestigen dat ik nog steeds kandidaat ben voor het mandaat als OCMW raadslid. [...]”.
  4. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen in de provincie Oost- Vlaanderen stelt met op 19 januari 2007 ter post aangetekend verzonden brieven de secretaris van de gemeente Melle en de secretaris van het OCMW van Melle in kennis van beide “bezwaren” en zendt met op 29 januari 2007 ter post aangetekend verzonden brieven ook een afschrift ervan naar de verkozen gemeenteraadsleden van de lijst VLD die de voormelde voordrachtsakte mee hebben ondertekend en naar de kandidaat-werkende leden en hun respectieve opvolgers die met die akte werden voorgedragen.
  5. Op 5 februari 2007 houdt de Raad voor Verkiezingsbetwistingen een hoorzitting, waarop eerste en tweede verzoeker hun bezwaren verduidelijken en Wim Loncke daarop “commentaar levert”.
  6. Op dezelfde datum beslist de Raad voor Verkiezingsbetwistingen dat beide bezwaren niet ontvankelijk zijn en dat de verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW van Melle geldig wordt verklaard.
  7. Met op 8 februari 2007 ter post aangetekend verzonden brieven wordt het besluit van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen aan eerste en tweede verzoeker betekend. Met op 9 februari 2007 verzonden brieven worden ook het college van burgemeester en schepenen en de raad voor maatschappelijk welzijn van Melle ervan in kennis gesteld. XII-5032-4/6 De ontvankelijkheid van het beroep
  8. In het verkiezingscontentieux kunnen de verzoekende partijen voor de Raad van State slechts ontvankelijk de middelen aanvoeren die zij in eerste aanleg ook voor de Raad voor Verkiezingsbetwistingen hebben laten gelden.
  9. Te dezen betwisten verzoekers in hun verzoekschrift de authenticiteit van de notulen van 2 januari 2007 van de gemeenteraad en van de stembrieven. Zij klagen ook het ontbreken aan van de geloofsbrieven van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn in het dossier. Verzoekers maken voorts gewag van “valsheid in geschrifte”, doordat de door eerste verzoeker ondertekende voordrachtsakte voor de verkiezing van een voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn zou verdwenen zijn. Verzoekers stellen ten slotte dat zij “de mening toegedaan [zijn] gezien het zorgvuldigheidsprincipe, het gelijkheidsprincipe en het ontbreken van duidelijke wetgeving dat de OCMW-raadsverkiezingen van de gemeente Melle moeten vernietigd worden” en zij vragen ook “het vervallen verklaren van het mandaat van de opvolger van Jan Croo in de gemeenteraad”. Daargelaten of deze grieven voldoende duidelijk zijn uitgewerkt om als één of meerdere rechtsmiddelen in aanmerking te kunnen worden genomen, moet worden vastgesteld dat verzoekers niets van dat alles in hun bezwaarschrift voor de Raad voor Verkiezingsbetwistingen hebben laten gelden, zodat zij dat nu ook niet ontvankelijk voor de Raad van State kunnen doen. Louter volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de verwijzing naar het verslag van de hoorzitting van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, waarin verzoekers argumentatie zou terug te vinden zijn, niet kan gelden als de rechtens vereiste uiteenzetting van hun middelen. Het staat immers aan verzoekende partijen om hun middelen voldoende duidelijk uiteen te zetten, zowel in hun bezwaarschrift in eerste aanleg voor de Raad voor Verkiezingsbetwistingen áls in hun verzoek- schrift in hoger beroep voor de Raad van State.
  10. Ambtshalve dient bijgevolg te worden vastgesteld dat het beroep ten minste om die reden bij gebrek aan ontvankelijke middelen als niet ontvankelijk moet worden verworpen. XII-5032-5/6 OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Enig Artikel. Het beroep wordt verworpen. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig april 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5032-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.399 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.