← België

Arrest 170402 - O.C.M.W. - 24/04/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.402 Rolnummer: A. 180964/XII-5018 Zaak: Arrest 170402 - O.C.M.W. - 24/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-11 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-06-29 19:47 Fiche Arrest nr 170.402 van 24 april 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Verwerping Tussenkomst geweigerd Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.402 van 24 april 2007 in de zaak A. 180.964/XII-

  1. OCMW-RAADSVERKIEZING VAN 2 JANUARI 2007 TE SPIERE-HELKIJN. In zake : Chantal VANDENBERGHE-LADON, die woonplaats kiest bij advocaat P. Defreyne, kantoor houdende te Izegem, Papestraat 9 belanghebbende partij : Maurice JOURET, die woonplaats kiest bij advocaat P. Defreyne, kantoor houdende te Izegem, Papestraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het beroepschrift dat Chantal Vandenberghe-Ladon op 12 februari 2007 heeft ingediend tegen de beslissing van 2 februari 2007 van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van de provincie West-Vlaanderen om de verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van Spiere- Helkijn te vernietigen; Gelet op de naleving van de vormvereisten voorgeschreven bij de artikelen 3, 4 en 5 van het koninklijk besluit van 12 januari 1977 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, in geval van beroep als bedoeld door de artikelen 18, 21 en 22 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; Gezien het administratief dossier; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 4 april 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 april 2007; XII-5018-1/6 Gelet op de kennisgeving aan partijen van de beschikking tot vaststelling en van het auditoraatsverslag; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Defreyne, die verschijnt voor verzoekster en voor de belanghebbende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De feitelijke gegevens van de zaak
  3. Op 8 oktober 2006 hebben in de gemeente Spiere-Helkijn gemeenteraadsverkiezingen plaats. Twee lijsten nemen aan de verkiezing deel: de lijst nr. 8 ACCENT, waarop verzoekster kandidaat is, en de lijst nr. 9 LB. Luidens het proces-verbaal van het gemeentelijke hoofdstembureau worden aan de lijst nr. 8 ACCENT, op basis van de behaalde stemmen, drie zetels toegekend en aan de lijst nr. 9 LB acht zetels. Voor de eerstgenoemde lijst zijn Jean-Pierre Maes, Maurice Jouret en Vincent Devos verkozen. Verzoekster wordt aangewezen als eerste opvolgster. Met een brief van 20 december 2006 deelt Maurice Jouret aan de gemeentesecretaris mede dat hij zijn mandaat van gemeenteraadslid niet zal opnemen. De gemeentesecretaris neemt deze brief dezelfde dag nog in ontvangst. Op 21 december 2006 dienen verzoekster en Jean-Pierre Maes bij de gemeentesecretaris een voordrachtsakte in voor vier kandidaat-werkende leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, met name voor Kristiaan Calmeyn, XII-5018-2/6 Vincent Blancke, Sylvie Pauwels en Nadège Vandenberghe, en hun respectieve opvolgers. Op 22 december 2006 richten de burgemeester en de gemeentesecretaris aan verzoekster, “indien opvolger v. Maurice Jouret”, een uitnodiging voor de installatievergadering van de nieuw verkozen gemeenteraad op 2 januari
  4. Tijdens die installatievergadering wordt akte genomen van “het ontslag” van Maurice Jouret en wordt verzoekster geïnstalleerd als gemeente- raadslid. Voorts heeft onder meer de verkiezing plaats van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. Van de door verzoekster en Jean-Pierre Maes voorgedragen kandidaat-werkende leden worden Vincent Blancke en Kristiaan Calmeyn verkozen. Het dossier betreffende de verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn wordt door de voorzitter van de gemeenteraad en de gemeentesecretaris van Spiere-Helkijn toegezonden aan de Raad voor Verkiezings- betwistingen van West-Vlaanderen, die het op 10 januari 2007 ontvangt. Op 2 februari 2007 neemt de Raad voor Verkiezingsbetwistingen de beslissing om de verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (hierna OCMW) van Spiere-Helkijn te vernietigen. Met aangetekende brieven van 5 februari 2007 wordt deze beslissing door het secretariaat van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen ter kennis gebracht van het college van burgemeester en schepenen van Spiere-Helkijn met het oog op de kennisgeving ervan aan de gemeenteraad, alsook van de voorzitter van het OCMW van Spiere-Helkijn met het oog op de kennisgeving ervan aan de raad voor maatschappelijk welzijn, en van alle verkozen raadsleden en opvolgers waarvan de verkiezing werd vernietigd. XII-5018-3/6 Het verzoek tot tussenkomst van M. Jouret
  5. M. Jouret heeft met een op 14 februari 2007 ter post aangetekend verzonden schrijven een “verzoekschrift tot vrijwillige tussenkomst” ingediend. Krachtens artikel 6 van het koninklijk besluit van 12 januari 1977 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, in geval van beroep als bedoeld door de artikelen 18, 21 en 22 van de wet van 18 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (hierna OCMW-wet), zijn de natuurlijke personen en de rechtspersonen die met toepassing van artikel 18 van de OCMW-wet bij de Raad van State een beroep kunnen instellen en al diegenen die van een belang kunnen doen blijken, gerechtigd om binnen vijftien dagen na de datum van de bekendmaking door de burgemeester van het bericht betreffende de neerlegging van het verzoekschrift op het gemeente- secretariaat, een memorie van antwoord naar de Raad van State te sturen. Verzoeker in tussenkomst behoort niet tot de personen die krachtens artikel 18 van de OCMW-wet tegen de beslissing van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen beroep kunnen indienen bij de Raad van State. Derhalve rijst de vraag of betrokkene dan wel behoort tot diegenen die van een belang kunnen doen blijken. In zijn verzoekschrift tot tussenkomst betoogt hij ter verantwoording van zijn belang bij de zaak : “De reden van de bestreden akte, bestaat erin dat de door de opvolgster van verzoeker ondertekende voordrachtsakte onontvankelijk zou zijn, omdat deze opvolgster daartoe niet de vereiste hoedanigheid zou bezitten. Verzoeker zal verder uiteenzetten dat dit betekent dat zijn hoedanigheid van verkozen raadslid, met de -beperkte- bevoegdheden die daaraan vasthangen, op niemand overgaat wanneer hij er afstand van doet. Verzoeker heeft aldus een evident belang om terzake tussen te komen in de vernietigingsprocedure van het bestreden besluit”. Verzoeker in tussenkomst heeft met een brief van 20 december 2006 afstand gedaan van zijn mandaat en op 2 januari 2007 heeft de gemeenteraad daarvan akte genomen. Krachtens artikel 9 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 is de afstand vanaf die akteneming definitief. Verzoeker in tussenkomst is dus niet langer geroepen tot het mandaat van gemeenteraadslid. Het valt niet in te zien XII-5018-4/6 en verzoeker in tussenkomst toont ook niet aan welk voldoende rechtstreeks en persoonlijk belang, dat te onderscheiden is van het belang dat elkeen heeft bij de naleving van de wet, hij er nog bij zou hebben dat in rechte wordt vastgesteld dat de voordracht van vier kandidaat-werkende leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en hun respectieve opvolgers, ingediend door verzoekster en Jean-Pierre Maes op 21 december 2006, wel degelijk ontvankelijk was en dat de verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn op 2 januari 2007 dienvolgens regelmatig is verlopen. Het verzoek tot tussenkomst is wegens gemis aan voldoende belang in hoofde van verzoeker in tussenkomst dan ook niet ontvankelijk. De ontvankelijkheid van het beroep
  6. Krachtens artikel 18, achtste lid, van de OCMW-wet kunnen “[d]e natuurlijke personen en de rechtspersonen, vermeld in het voorgaande lid” bij de Raad van State beroep indienen tegen de beslissing van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen betreffende de geldigheid van de verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. Artikel 18, zevende lid, van de OCMW-wet maakt melding van “de gemeenteraad en [...] het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn[,] [d]e verkozen raadsleden en opvolgers van wie de verkiezing werd vernietigd en de opvolgers van wie de verkiezingsrang werd gewijzigd, alsook de personen die bezwaren hebben ingediend”. Individueel genomen en voorzover ze geen bezwaar bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen hebben ingediend, kunnen gemeenteraadsleden dienvolgens geen beroep bij de Raad van State indienen. Verzoekster valt onder geen enkele van de voormelde limitatief opgesomde categorieën van personen. Derhalve moet ambtshalve worden vastgesteld dat zij de door de wet vereiste hoedanigheid mist om een ontvankelijk beroep bij de Raad van State in te dienen tegen de beslissing van 2 februari 2007 van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van West-Vlaanderen tot vernietiging van de verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW van Spiere-Helkijn. XII-5018-5/6 OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
  7. Het verzoek tot tussenkomst wordt verworpen. Artikel
  8. Het beroep wordt verworpen. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig april 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5018-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.402 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.