id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.404 Rolnummer: A. 180966/XII-5021 Zaak: Arrest 170404 - O.C.M.W. - 24/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-11 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 06:38 Fiche Arrest nr 170.404 van 24 april 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.404 van 24 april 2007 in de zaak A. 180.966/XII-
- OCMW-RAADSVERKIEZING VAN 2 JANUARI 2007 TE SPIERE-HELKIJN. In zake : Kristiaan CALMEYN, die woonplaats kiest bij advocaat P. Defreyne, kantoor houdende te Izegem, Papestraat 9 --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het beroepschrift dat Kristiaan Calmeyn op 12 februari 2007 heeft ingediend tegen de beslissing van 2 februari 2007 van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van de provincie West-Vlaanderen om de verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van Spiere-Helkijn te vernietigen; Gelet op de naleving van de vormvereisten voorgeschreven bij de artikelen 3, 4 en 5 van het koninklijk besluit van 12 januari 1977 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, in geval van beroep als bedoeld door de artikelen 18, 21 en 22 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; Gezien het administratief dossier; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 4 april 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 april 2007; Gelet op de kennisgeving aan partijen van de beschikking tot vaststelling en van het auditoraatsverslag; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-5021-1/9 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Defreyne, die verschijnt voor verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De feitelijke gegevens van de zaak
- Op 8 oktober 2006 hebben in de gemeente Spiere-Helkijn gemeenteraadsverkiezingen plaats. Twee lijsten nemen aan de verkiezing deel: de lijst nr. 8 ACCENT, waarop verzoekster kandidaat is, en de lijst nr. 9 LB. Luidens het proces-verbaal van het gemeentelijke hoofdstembureau worden aan de lijst nr. 8 ACCENT, op basis van de behaalde stemmen, drie zetels toegekend en aan de lijst nr. 9 LB acht zetels. Voor de eerstgenoemde lijst zijn Jean-Pierre Maes, Maurice Jouret en Vincent Devos verkozen. Chantal Vandenberghe-Ladon wordt aangewezen als eerste opvolgster. Met een brief van 20 december 2006 deelt Maurice Jouret aan de gemeentesecretaris mede dat hij zijn mandaat van gemeenteraadslid niet zal opnemen. De gemeentesecretaris neemt deze brief dezelfde dag nog in ontvangst. Op 21 december 2006 dienen Jean-Pierre Maes en Chantal Vandenberghe-Ladon bij de gemeentesecretaris een voordrachtsakte in voor vier kandidaat-werkende leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, met name voor verzoeker, Vincent Blancke, Sylvie Pauwels en Nadège Vandenberghe, en hun respectieve opvolgers. Op 22 december 2006 richten de burgemeester en de gemeentesecretaris aan Chantal Vandenberghe-Ladon, “indien opvolger v. Maurice XII-5021-2/9 Jouret”, een uitnodiging voor de installatievergadering van de nieuw verkozen gemeenteraad op 2 januari
- Tijdens die installatievergadering wordt akte genomen van “het ontslag” van Maurice Jouret en wordt Chantal Vandenberghe-Ladon geïnstalleerd als gemeenteraadslid. Voorts heeft onder meer de verkiezing plaats van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. Van de door Chantal Vandenberghe-Ladon en Jean-Pierre Maes voorgedragen kandidaat-werkende leden worden Vincent Blancke en verzoeker verkozen. Het dossier betreffende de verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn wordt door de voorzitter van de gemeenteraad en de gemeentesecretaris van Spiere-Helkijn toegezonden aan de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van West-Vlaanderen, die het op 10 januari 2007 ontvangt. Op 2 februari 2007 neemt de Raad voor Verkiezingsbetwistingen de beslissing om de verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (hierna OCMW) van Spiere-Helkijn te vernietigen. De Raad overweegt daarbij dat het ambtshalve onderzoek van het proces-verbaal en het daarbij behorende dossier aan het licht bracht dat de voordrachtsakte van de lijst ACCENT ondertekend werd door Chantal- Vandenberghe-Ladon, die eerste opvolgster voor deze lijst was en hierdoor niet de hoedanigheid bezat van verkozene bij de gemeenteraadsverkiezingen, dat aldus de voordrachtslijst slechts ondertekend was door één van de drie verkozenen voor de lijst ACCENT terwijl, om ontvankelijk te zijn die akte ondertekend moet zijn door ten minste de meerderheid van de verkozenen van dezelfde lijst. De Raad stelt bijgevolg ambtshalve vast dat de voordrachtsakte, ingediend door de lijst ACCENT van rechtswege onontvankelijk was. Met aangetekende brieven van 5 februari 2007 wordt deze beslissing door het secretariaat van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen ter kennis gebracht van het college van burgemeester en schepenen van Spiere-Helkijn met het oog op de kennisgeving ervan aan de gemeenteraad, alsook van de voorzitter van het OCMW van Spiere-Helkijn met het oog op de kennisgeving ervan aan de raad voor maatschappelijk welzijn, en van alle verkozen raadsleden en opvolgers waarvan de verkiezing werd vernietigd. XII-5021-3/9 De gegrondheid van het beroep 2.
- Verzoeker voert als eerste middel de schending aan van artikel 11, § 1, eerste lid, van de wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (hierna de OCMW-wet). Verzoeker betoogt dat een verkozene voor de gemeenteraad de hoedanigheid van gemeenteraadslid en de daaraan verbonden bevoegdheden slechts verwerft na de eedaflegging, dat een verkozen gemeenteraadslid geen bevoegdheden heeft, tenzij om de verschillende voordrachtsakten te ondertekenen, dat artikel 11, § 1, eerste lid, van de OCMW-wet geen rekening houdt met de mogelijkheid dat een verkozen gemeenteraadslid vóór zijn installatie afstand doet van zijn mandaat of overlijdt, dat de bedoelde wetsbepaling nooit zo kan worden geïnterpreteerd dat de bevoegdheid van het verkozen gemeenteraadslid in dat geval op niemand overgaat, dat anders, wanneer de meerderheid van de verkozen gemeenteraadsleden van een lijst overlijdt tussen de datum van hun verkiezing en de datum van de installatie van de nieuwe gemeenteraad, de overige verkozen gemeenteraadsleden van die lijst geen voordracht voor de verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn meer zouden kunnen doen, dat de bevoegdheid van het verkozen gemeenteraadslid dat afstand doet van zijn mandaat of dat overlijdt dient over te gaan op zijn opvolger, dat “ook daarom [...] wanneer het P.V. van de gemeenteraadsverkiezingen door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen wordt goedgekeurd, zowel de verkozen raadsleden als hun opvolgers vastgelegd worden”. 2.
- Artikel 9 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 (hierna het Gemeentedecreet) bepaalt : “Een verkozen gemeenteraadslid dat voor zijn installatie afstand wil doen van zijn mandaat, brengt de gemeentesecretaris daarvan schriftelijk op de hoogte. De afstand wordt definitief zodra de gemeenteraad hiervan kennis heeft genomen”. Luidens de memorie van toelichting bij het ontwerp van gemeentedecreet (Parl. St. Vl. Parl. 2004-2005, nr. 347/1, 44) “herneemt” dit artikel het artikel 9, eerste en tweede lid, van de nieuwe gemeentewet, dat vóór zijn opheffing bij artikel 302 van het Gemeentedecreet luidde : “Elk gekozen kandidaat kan, nadat zijn verkiezing geldigheid heeft verkregen, voor zijn installatie afstand doen van zijn mandaat. Om geldig te zijn moet die afstand schriftelijk ter kennis gebracht worden van de gemeenteraad”. XII-5021-4/9 Krachtens artikel 9 van het Gemeentedecreet wordt een uitdrukkelijke afstand, vóór de installatie van de nieuw verkozen gemeenteraad, door een verkozen gemeenteraadslid, van het mandaat van gemeenteraadslid waartoe het na de geldigverklaring van zijn verkiezing door de Raad voor Verkiezings-betwistingen is geroepen, slechts “definitief” nadat de gemeenteraad daarvan kennis heeft genomen. De kennisneming van de afstand door de gemeenteraad is cruciaal. Zolang de gemeenteraad geen kennis heeft genomen van de afstand, blijft deze een louter eenzijdige wilsuiting, die op elk gewenst moment weer eenzijdig door de betrokkene kan worden ingetrokken en die vooralsnog ook geen afbreuk doet aan de roeping van de betrokkene tot het mandaat. Zo zou het verkozen gemeenteraadslid dat na de geldigverklaring van zijn verkiezing, maar vóór de installatie van de gemeenteraad afstand doet van zijn mandaat, alsnog aan de voordracht van de kandidaat-werkende leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en hun opvolgers kunnen deelnemen en zelfs zelf nog de eed als gemeenteraadslid kunnen afleggen. In dat laatste geval moet hij geacht worden de afstand van zijn mandaat te hebben ingetrokken. Vanaf het ogenblik echter dat de gemeenteraad kennis heeft genomen van een niet ingetrokken en geldig ingediende afstand, wordt deze definitief en kan hij niet meer ongedaan worden gemaakt door de enkele wil van de betrokkene. Hieruit volgt dat een opvolger slechts in de plaats van het verkozen gemeenteraadslid tot het mandaat kan worden geroepen, zodra de gemeenteraad van de afstand van het mandaat van de laatstgenoemde kennis heeft genomen. Voorheen kan de opvolger, in de plaats van het verkozen gemeenteraadslid dat afstand van zijn mandaat heeft gedaan, niet rechtsgeldig een akte van voordracht van kandidaat-werkende leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en hun opvolgers ondertekenen. Het geval van de afstand van het mandaat verschilt te dezen van de situatie waarin een verkozen gemeenteraadslid na de geldigverklaring van de verkiezing, maar vóór de installatievergadering overlijdt. In dat geval wordt de opvolger van de overledene onmiddellijk tot het mandaat van gemeenteraadslid geroepen. XII-5021-5/9 In de voorliggende zaak heeft het verkozen gemeenteraadslid Maurice Jouret met een brief van 20 december 2006 schriftelijk afstand gedaan van zijn mandaat. De nieuw geïnstalleerde gemeenteraad heeft op 2 januari 2007 kennis genomen van die afstand. Vanaf dan is de afstand definitief en is betrokkene opgevolgd door Chantal Vandenberghe -Ladon. Op 21 december 2006, toen Chantal Vandenberghe-Ladon en Jean-Pierre Maes een voordrachtsakte van kandidaat- werkende leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en hun opvolgers hebben ingediend, was eerstgenoemde nog niet tot het mandaat van gemeenteraadslid geroepen en kon zij vooralsnog niet in de plaats van Maurice Jouret handelen. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen heeft in de bestreden beslissing dan ook terecht tot de onontvankelijkheid van de bedoelde voordrachtsakte besloten, doordat ze slechts door één van de drie verkozenen voor de lijst nr. 8 ACCENT werd ondertekend. 2.
- Het eerste middel is niet gegrond. 3.
- In een tweede middel voert verzoeker de schending aan van het besluit van 17 november 2006 van de Vlaamse regering betreffende de voordrachtsakte en de verkiezing van de leden van de raden voor maatschappelijk welzijn. Verzoeker betoogt dat uit de bepalingen van het voormelde besluit volgt dat het onderzoek van de ontvankelijkheid van de voordrachtsakte enkel aan de orde is bij de overhandiging van de voordrachtsakte aan de gemeentesecretaris, dat deze in casu geen aanvullingen of verbeteringen heeft aanbevolen, dat de gemeentesecretaris de kandidatenlijst heeft opgesteld en ter inzage heeft gelegd, dat hij de stembiljetten heeft laten drukken, dat het voormelde besluit van de Vlaamse regering uitdrukkelijk verbiedt dat een ander stembiljet wordt gebruikt, dat dit betekent dat de gemeenteraad de ontvankelijkheid van de voordrachtsakten niet meer kan onderzoeken, dat het niet kan “dat door een fout van de gemeentesecretaris, de aanbeveling tot een verbetering van de voordrachtsakte niet gebeurt, en na vernietiging, deze aanbeveling niet zou gebeuren en deze verbetering niet meer zou kunnen gebeuren”, dat de bestreden beslissing een nieuwe verkiezing noodzakelijk maakt, zonder dat het mogelijk is de voordrachtsakte te verbeteren of aan te vullen. XII-5021-6/9 3.
- Anders dan verzoeker meent is het niet zo dat, krachtens het besluit van 17 november 2006 van de Vlaamse regering betreffende de voordrachtsakte en de verkiezing van de leden van de raden voor maatschappelijk welzijn, “de ontvankelijkheid van de voordrachtsakte enkel aan de orde is bij overhandiging van de voordrachtsakte aan de secretaris”. Artikel 11, § 1, vijfde lid van de OCMW-wet, zoals gewijzigd bij decreet van 7 juli 2006, bepaalt dat de voordrachtsakten uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad in tweevoud aan de gemeentesecretaris worden overhandigd. Artikel 3 van het besluit van 17 november 2006 betreffende de voordrachtsakte en de verkiezing van de leden van de raden voor maatschappelijk welzijn bepaalt : “Bij de overhandiging van de voordrachtsakte onderzoekt de gemeente- secretaris of de akte voldoet aan de wettelijke voorwaarden. Tot aan de uiterste dag voor de overhandiging van de voordrachtsakte kan de gemeentesecretaris de verbetering of aanvulling van de voordrachtsakte aanbevelen”. De gemeentesecretaris neemt krachtens deze bepalingen de voordrachtsakten in ontvangst en hij gaat na of ze voldoen aan de wettelijke voorwaarden. Hij wijst op onregelmatigheden en kan, indien nodig, verbeteringen of aanvullingen van de ingediende akten aanbevelen. Deze bevoegdheid is eerder beperkt. De gemeentesecretaris kan een voordrachtsakte niet weigeren, omdat ze naar zijn oordeel niet ontvankelijk zou zijn. Hij kan alleen verbeteringen of aanvullingen aanbevelen. Gaan de voordragers op die aanbevelingen niet in, dan lopen zij het risico dat de verkiezing door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen of, na hoger beroep, door de Raad van State ongeldig wordt verklaard. Wanneer de gemeentesecretaris bij de inontvangstneming van een voordrachtsakte geen verbeteringen of aanbevelingen formuleert, zoals volgens verzoeker in de voorliggende zaak het geval is geweest, belet dit niet dat de voordrachtsakte naderhand door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen of door de Raad van State onregelmatig wordt bevonden en dat de verkiezing die erop is gesteund, ongeldig wordt verklaard. 3.
- Het tweede middel is evenmin gegrond. XII-5021-7/9 4.
- Het derde middel is geput uit de schending van “de formele motiveringswet en de materiële motiveringswet”. Verzoeker laat gelden dat de motivering van de bestreden beslissing een verkeerde toepassing maakt van artikel 11, § 1, eerste lid, van de OCMW-wet en van het besluit van 17 november 2006 van de Vlaamse regering betreffende de voordrachtsakte en de verkiezing van de leden van de raden voor maatschappelijk welzijn en aldus de formele en de materiële motiveringsplicht schendt. 4.
- Verzoeker steunt dit middel op de in het eerste en het tweede middel aangevoerde schending van artikel 11, § 1, eerste lid, van de OCMW-wet en van het besluit van 17 november 2006 betreffende de voordrachtsakte en de verkiezing van de leden van de raden voor maatschappelijk welzijn. Bij de bespreking van die middelen is reeds uiteengezet dat ze ongegrond zijn. Derhalve moet ook tot het ongegrond zijn van het derde middel worden besloten. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Enig artikel. Het beroep wordt verworpen. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig april 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, XII-5021-8/9 S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5021-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.404 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.