← België

Arrest 170452 - Milieuvergunningen - 25/04/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.452 Rolnummer: A. 180177/VII-36848 Zaak: Arrest 170452 - Milieuvergunningen - 25/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-27 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 06:38 Fiche Arrest nr 170.452 van 25 april 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.452 van 25 april 2007 in de zaak A. 180.177/VII-36.

  1. In zake :
  2. Koen NUYTS,
  3. Robert CAVENTS, die woonplaats kiezen bij advocaat L. SOL, kantoor houdende te TURNHOUT, Gemeentestraat 4, bus 6 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat I. LAUREYS, kantoor houdende te BUGGENHOUT, Provincialebaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Koen NUYTS en Robert CAVENTS op 12 januari 2007 hebben ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 13 november 2006, houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 6 april 2006, houdende het gedeeltelijk verlenen van de vergunning aan b.v.b.a. VERBEKE om een veeteeltbedrijf te exploiteren aan Kortijnen te Retie; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. PROVOOST; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 27 februari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 maart 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-36.848-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat B. D'HAENE die, loco advocaat I. SOL verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat S. BEECKMAN die, loco advocaat I. LAUREYS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. PROVOOST; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  5. De feiten 1.
  6. Op 9 december 2005 dient de b.v.b.a. VERBEKE een milieuvergunningsaanvraag in om een vergunde kippenfokkerij te verplaatsen van Sint-Niklaas naar Retie, waarbij 59.700 kippen zouden worden omgezet naar 2.882 vleesvarkens en waarbij de inrichting zou worden overgenomen door een andere exploitant. 1.
  7. Volgens het bij koninklijk besluit van 28 juli 1978 vastgestelde gewestplan Herentals-Mol, is de inrichting in Retie gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied, op 1.400 meter van woongebied met landelijk karakter en op 1.700 meter van woongebied. 1.
  8. Op 6 april 2006 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen de gevraagde vergunning. 1.
  9. Het buurtcomité "Kortijnen" tekent op 9 juni 2006 samen met de tweede verzoeker tegen deze toekenningsbeslissing beroep aan bij de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur. 1.
  10. Na het inwinnen van de nodige adviezen, wordt op 13 november 2006 het ministerieel besluit genomen waarbij het beroep wordt verworpen. Dit is het bestreden besluit. VII-36.848-2/5
  11. Beoordeling 2.
  12. Op grond van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.
  13. In het verzoekschrift wordt het moeilijk te herstellen ernstig nadeel als volgt uiteengezet : "(dat) de nadelen rechtevenredig zullen toenemen : - het verkeer van en naar de nieuwe inrichting zal enorme proporties aannemen (dagelijks zwaar transport van en naar het nieuwe varkensbedrijf); - het Amerikaanse monument dat gebouwd werd ter ere van de gesneuvelde geallieerde soldaten zal aangetast worden; - de toename van de mest (zelfs boven de toegelaten mesthoeveelheid) zal niet te overzien zijn - geurhinder; - esthetische verstoring van het landschap door de bouw van de varkensstal(len); - lawaaihinder; - impact op het grondwater; - waardedaling van de grond en huizen". Bovendien beweren de verzoekers dat er door de exploitatie van de kwestieuze inrichting een verstoring zal zijn van de recreatieve waarde van het gebied voor fietsers en wandelaars. 2.
  14. De verwerende partij stelt in haar nota dat een aantal van de door de verzoekers opgesomde nadelen "geen enkel rechtstreeks verband met de bestreden beslissing" hebben en een aantal andere "puur hypothetisch en zelfs vergezocht". De verwerende partij betoogt verder dat "verzoekers (...) allebei met hun gezin (wonen) in het(zelfde) landschappelijk waardevol agrarisch gebied binnen hetwelke de nieuwe veeteeltinrichting van de n.v. Verbeke zal worden ingeplant", dat "binnen een straal van driehonderd meter rond de beoogde exploitatie (...) er zich al altijd landbouwactiviteit (heeft) voorgedaan in de streek" en dat de tweede verzoeker trouwens zelf landbouwer van beroep is. 2.
  15. Het geherlocaliseerde bedrijf zal worden geëxploiteerd in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De verzoekers wonen zelf in dergelijk beheersingsgebied, zodat van hen een grotere tolerantie mag worden verwacht ten VII-36.848-3/5 opzichte van de hinder die voortspruit uit agrarische of para-agrarische activiteiten. De verzoekers hebben het in hun betoog over lawaai-, stof-, geur- en verkeershinder, over de negatieve impact van de exploitatie van de inrichting op het grondwater, het "Amerikaans monument" en de waardedaling van het vastgoed, maar maken het niet aannemelijk dat deze hinder de perken zou te buiten gaan van wat in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied aanvaardbaar zou moeten worden geacht. De verzoekers zetten niet concreet uiteen waar hun woning ten opzichte van de vergunde inrichting is gelegen. Uit het administratief dossier blijkt dat de eerste verzoeker geen zicht heeft op de kwestieuze inrichting en dat er in de omgeving van de inrichting verschillende landbouwbedrijven zijn gevestigd, waardoor er te dezen geen sprake is van enige "esthetische verstoring van het landschap". De verzoekers brengen geen elementen aan die het tegendeel zouden bewijzen. Tenslotte is de beweerde verstoring van de recreatieve waarde van het gebied geen persoonlijk nadeel voor de verzoekers. 2.
  16. Er is bijgevolg niet voldaan aan de tweede voorwaarde van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, BESLUIT: Artikel
  17. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  18. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. VII-36.848-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig april tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. E. BREWAEYS. VII-36.848-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.452 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.593 ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.449 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.