id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.453 Rolnummer: A. 180315/VII-36857 Zaak: Arrest 170453 - Milieuvergunningen - 25/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-02 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 06:38 Fiche Arrest nr 170.453 van 25 april 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.453 van 25 april 2007 in de zaak A. 180.315/VII-36.
- In zake : de b.v.b.a. VIKING, die woonplaats kiest bij advocaat K. DE PUYDT, kantoor houdende te BRUSSEL, Ninoofsesteenweg 153 tegen : het college van burgemeester en schepenen van de gemeente ROOSDAAL, dat woonplaats kiest bij advocaat E. BOYDENS, kantoor houdende te HOEILAART, K. Coppensstraat
- ------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. VIKING op 17 januari 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "het besluit dd. 23 oktober 2006 van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Roosdaal houdende de weigering van de exploitatie van een klasse 3-inrichting, land-, tuin -, graaf- en afbraakwerken, op een terrein gelegen te 1760 Roosdaal, Kriebrugstraat 7, met de volgende gevraagde inrichtingen : - het stallen tot 12 stuks rollend materieel (rubriek 15.1.1); - het plaatsen tot 9 lege containers (niet ingedeeld); - het verzoek om containers met afval te mogen plaatsen op de vrachtwegen in het weekend; - de melding dat er op deze locatie geen opslag is van brandstof, de voertuigen niet ter plaatse met brandstof bevoorraad worden noch gewassen of afgespoten; - de exploitant beschikt over een erkenning van OVAM (nr. 73763) als overbrengen van afvalstoffen (hout-, metaal-, bouw-, sloop-, en groenafval)"; Gezien het verzoekschrift dat dezelfde partij op dezelfde datum heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van hetzelfde besluit; VII-36.857-1/5 Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT, op grond van artikel 94 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT, op grond van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op de beschikkingen van 27 februari 2007, houdende bevel tot neerlegging van de verslagen en oproeping van de partijen om te verschijnen op 29 maart 2007; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. DE PUYDT, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat J. VAN DER SCHUEREN die, loco advocaat E. BOYDENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten 1.
- De verzoekende partij baat een tuinaanlegbedrijf uit. 1.
- Op 18 augustus 2006 doet zij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Roosdaal melding van de exploitatie van een klasse 3- inrichting die 9 containers en 12 stuks rollend materiaal omvat. VII-36.857-2/5 1.
- Op 18 september 2006 brengt de milieudienst van de gemeente Roosdaal een ongunstig advies uit omdat een klasse 3-inrichting die onverenigbaar is met de voorschriften van het gewestplan moet geweigerd worden en dus ook niet kan uitgevoerd worden (artikel 4.1.1.
- van Vlarem II). 1.
- Op 23 oktober 2006 wordt het thans bestreden besluit genomen. Het besluit stelt dat het uitbaten van een inrichting van klasse 3 onverenigbaar is met de bepalingen van artikel 4.1.1.
- van Vlarem II en dus moet worden geweigerd. Het besluit omvat drie luiken : - akte wordt genomen van de melding van een klasse 3-inrichting (art. 1 bestreden besluit); - de exploitatie van de inrichting wordt evenwel geweigerd omdat ze strijdig is met de bepalingen van het gewestplan en niet beschikt over stedenbouwkundige vergunningen (artikel 2); - zolang geen stedenbouwkundige vergunning is afgeleverd mogen maximum slechts twee stuks rollend materiaal geplaatst worden, en dit onder bepaalde voorwaarden. De aanwezigheid van een afvalcontainer is niet toegelaten, tenzij deze op de vrachtwagen blijft, en dit ook slechts onder bepaalde voorwaarden (artikel 3).
- Beoordeling In wezen komt het bestreden besluit er op neer dat akte wordt genomen van de melding -iets wat de verwerende partij niet kan weigeren-, maar tegelijkertijd toch de exploitatie wordt verboden omdat deze strijdig is met de bepalingen van het gewestplan en de verzoekende partij niet beschikt over de vereiste stedenbouwkundige vergunningen. Artikel 4.1.1.
- van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II) luidt als volgt : "Behoudens afwijkende bepalingen in de desbetreffende hoofdstukken is de exploitatie van een in de derde klasse ingedeelde inrichting slechts toegestaan in zoverre de inplantingsplaats verenigbaar is met de algemene en aanvullende stedenbouwkundige voorschriften zoals vastgelegd in het goedgekeurde gewestplan of een ruimtelijk uitvoeringsplan of in een ander plan van aanleg. Deze bepaling is niet van toepassing op de inrichtingen van derde klasse die deel uitmaken van een inrichting van eerste of tweede klasse". VII-36.857-3/5 Uit geen enkele bepaling van het milieuvergunningsdecreet, Vlarem I of Vlarem II, noch uit enige andere bepaling blijkt echter dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is om in de gegeven omstandigheden verbod op te leggen een inrichting te exploiteren omwille van strijdigheid met de milieuvoorwaarden of de ontstentenis van een stedenbouwkundige vergunning. Uit artikel 4 van het milieuvergunningsdecreet en uit de artikelen 2 tot en met 4 van Vlarem I volgt dat inrichtingen van de derde klasse in beginsel niet kunnen worden verboden en dat de bevoegde overheid de melding van een klasse 3-inrichting niet kan weigeren. De vraag of de exploitant zich houdt aan de algemene en sectorale milieuvergunningsvoorwaarden, waaronder het inplan- tingsvoorschrift vastgesteld in artikel 4.1.1.
- van Vlarem II, betreft louter een aangelegenheid waarover de toezichthoudende overheid en desgevallend de gewone rechtbanken zich zullen moeten buigen. Het "akte nemen van de melding van een klasse 3-inrichting" houdt enkel het vaststellen in, door het gemeentebestuur, dat er melding is gebeurd. Het komt bijgevolg niet toe aan het college van burgemeester en schepenen om na te gaan of de exploitant zich houdt aan de algemene en sectorale milieuvoorwaarden. Het is in de eerste plaats de exploitant zelf die daarover moet oordelen, en eventueel komt het aan de toezichthoudende overheid (zoals milieu- inspectie) en de rechtbanken toe om op dat oordeel toe te zien. Het college van burgemeester en schepenen is evenmin bevoegd -en beschikt ook niet over een rechtsgrond- om milieuvoorwaarden op te leggen aan niet ingedeelde inrichtingen. Ambtshalve moet dus worden besloten tot de vernietiging van de artikelen 2 en 3 van het bestreden besluit. De verzoekende partij heeft er uiteraard geen belang bij ook de nietigverklaring te vorderen van de aktename, die trouwens geen voor vernietiging vatbare akte is.
- Het kennelijk gegrond bevinden van het voormelde ambtshalve ingeroepen middel leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit. De vordering VII-36.857-4/5 tot schorsing van de tenuitvoerlegging van dat besluit heeft dus geen voorwerp en moet worden verworpen, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd worden de artikelen 2 en 3 van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Roosdaal van 23 oktober 2006 aangaande de exploitatie van een inrichting van de b.v.b.a. VIKING, gelegen aan de Kriebrugstraat 7 te Roosdaal. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- Dit arrest zal worden bekend gemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig april tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. E. BREWAEYS. VII-36.857-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.453 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div