id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.654 Rolnummer: A. 58084/X-9752 Zaak: Arrest 170654 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 27/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-11 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 19:48 Fiche Arrest nr 170.654 van 27 april 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.654 van 27 april 2007 in de zaak A. 58.084/X-
- In zake : Antoon D’HOOGE, die woonplaats kiest bij advocaat M. Denys, kantoor houdende te Brussel, Jan Jacobsplein 5 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat J. Bossuyt, kantoor houdende te Assebroek-Brugge, Bossuytlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Antoon D’Hooge op 20 mei 1994 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 25 februari 1994 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden waarbij hem de vergunning wordt geweigerd tot het verkavelen van een perceel te Koksijde, Hoge Blekkerlaan/Panoramalaan, kadastraal gekend sectie H, nr. 514 a; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur W. Weymeersch; Gelet op de beschikking van 20 september 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories en het verzoek tot voortzetting van verzoeker; X-9752-1/4 Gelet op de beschikking van 26 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 oktober 2006, zitting die wordt uitgesteld naar 30 januari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Denys, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat S. Horvat, die loco advocaat J. Bossuyt verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. Weymeersch; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : Gevraagd naar eventuele wijzigingen met een weerslag op de ontvankelijkheid of de gegrondheid van het beroep, deelt verzoekers raadsman met een brief van 6 oktober 2006 mee wat volgt : “In antwoord op uw brief van 25 september 2006 kan ik u meedelen dat de cliënt mij gezegd heeft dat de toestand onveranderd is, behalve dan dat het goed werd ingebracht in een vennootschap. Hij zal mij daarvan de stukken bezorgen”. In zoverre verzoeker lijkt te menen dat de wijziging maar weinig belang vertoont, vergist hij zich. Integendeel is de wijziging van aard ernstige twijfel te doen rijzen omtrent het actueel belang dat hij nog bij het beroep heeft. Blijkens het verzoekschrift en de memorie van wederantwoord heeft verzoeker het beroep ingesteld in zijn hoedanigheid van eigenaar, sinds 1962, door toewijzing na openbare verkoop, van de grond waarop de bestreden beslissing betrekking heeft. Die hoedanigheid van eigenaar bezit hij op vandaag kennelijk niet meer. De betrokken grond is overgedragen aan een vennootschap - vennootschap, overigens, die onbekend is gebleven, ook nog nadat de verdere behandeling van de zaak op de terechtzitting van 24 oktober 2006 is uitgesteld naar 30 januari 2007 met het oog op de voorlegging van de stukken in verband met de inbreng. X-9752-2/4 In de gegeven omstandigheden kwam het verzoeker toe, indien hij meende niettemin een voldoende belang over te houden, klaar en duidelijk de overtuigende redenen te doen kennen waarop hij zich voor die zienswijze steunt. Dergelijke redenen zijn echter niet meegedeeld. In essentie blijkt verzoeker zijn gebleven belang alleen hierdoor te verantwoorden dat hij de aannemer is van de vennootschap waarin de grond is ingebracht en dat het betrokken perceel zijn “grondreserve” om op te bouwen vormt. Die verantwoording kan geenszins staven dat hij op vandaag nog altijd een voldoende persoonlijk en rechtstreeks belang bij de gevraagde nietigverklaring bezit. Het kardinale punt te dezen is immers dat het goed, door de overdracht aan de vennootschap, net níet meer tot zijn eigen grondvoorraad behoort, maar er uit is verdwenen om tot die van de vennootschap te gaan behoren. Het belang dat er alleen in bestaat dat hij als de zogenaamde “aannemer van de vennootschap” op dezer grond gebouwen mag optrekken, is al te indirect om toereikend te kunnen zijn. Of dan de vennootschap waarin de grond is ingebracht en die verzoekers initiële hoedanigheid van eigenaar heeft overgenomen, in diens plaats kan treden en het door hem aangespannen geding kan voortzetten, is een vraag waarover geen uitspraak hoeft gedaan, aangezien de vennootschap nu eenmaal niets van zich heeft laten horen. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van verzoeker. X-9752-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig april 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. BOVIN. X-9752-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.654 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div