← België

Arrest 170658 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 27/04/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.658 Rolnummer: A. 176426/X-13002 Zaak: Arrest 170658 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 27/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-18 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-06-29 06:39 Fiche Arrest nr 170.658 van 27 april 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.658 van 27 april 2007 in de zaak A. 176.426/X-13.

  1. In zake :
  2. Hendrik VAN SCHEL,
  3. Jeanine VANDEVELDE, die woonplaats kiezen bij advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : de gemeente MEISE, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan
  4. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hendrik VAN SCHEL en Jeanine VANDEVELDE op 4 september 2006 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 4 juli 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise waarbij aan de b.v.b.a. VILLA ROMANTICA de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een woonerf, verhardingen en toegangen aan te leggen rond de woningen aan de Blauwenberg 27 en de Landbeekstraat 58, 60 en 62 te Meise, en ter regularisatie van werken (kelderniveau), uitgevoerd op grond van een later vernietigde stedenbouw-kundige vergunning; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 30 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 november 2006; X-13.002-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. ROELANDT, die loco advocaat J. GHYSELS verschijnt voor de verzoekers, en van advocaat F. DE PRETER, die loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de b.v.b.a. VILLA ROMANTICA op 22 december 2005 bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise een aanvraag heeft ingediend tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor de bouw van een woonerf met bijbehorende verhardingen en toegangen, en ter regularisatie van reeds uitgevoerde werken (kelderwand en enkele binnenmuren) op een perceel gelegen te Meise, Blauwenberg 57/Landbeekstraat 58- 60-62, kadastraal bekend sectie F, nrs 419/v en s, zijnde lot 2 van de verkaveling waarvoor hetzelfde college bij besluit van 27 december 2004 de vergunning heeft verleend; dat het college van burgemeester en schepenen bij het bestreden besluit van 4 juli 2006 de gevraagde stedenbouwkundige vergunning heeft verleend; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke X-13.002-2/5 tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen”; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat de verzoekers, wat de voorwaarde betreft dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, uiteenzetten wat volgt: “
  5. De eigendom van eerste en tweede verzoekende partij paalt onmiddellijk aan het perceel van de vergunde verkaveling.
  6. Reeds hoger werd aangetoond dat de aanvraag zowel wat betreft de bebouwingsdichtheid, typologie en architecturaal karakter onverenigbaar is met de onmiddellijke omgeving. Dat wanneer de goede ruimtelijke ordening zou gerespecteerd worden door verwerende partij, enkel een ééngezinswoning zou kunnen vergund worden op het aanpalende perceel van verzoekende partij. Dat niet ernstig kan betwist worden dat het wonen naast een ééngezinswoning wel degelijk wezenlijk verschilt van het wonen naast een meergezinswoning, in casu 8 woongelegenheden. Dat in casu de bebouwingsdichtheid van het bouwperceel verviervoudigd wordt ten opzichte van de aanpalende percelen. Dat verzoekende partijen er rechtmatig mogen vanuit gaan dat in hun naaste omgeving de bestaande bebouwingsdichtheid enigszins wordt gerespecteerd en dus de verkeers-, geluidshinder en drukte van acht gezinnen -die per definitie ernstig nadeliger is dan van één enkel gezin- niet hoeven te dulden. Het nadeel is ernstig. Bovendien dreigt de gigantische toename van de bebouwingsdichtheid in hun onmiddellijke omgeving ernstige waterschade te veroorzaken.
  7. Uiteraard zullen de woningen zeer snel betrokken worden door de respectieve gezinnen, zodat het nadeel nog moeilijk achteraf kan hersteld worden.
  8. Dat gelet op de grote omvang van de bouwwerken (drie meergezins- woningen) niet geredelijk kan betwist worden dat niet zomaar kan worden overgegaan worden tot herstel in de oorspronkelijke toestand. De moeilijkheden die op dat vlak kunnen bestaan, dienen in ogenschouw te worden genomen bij de beoordeling van de moeilijke herstelbaarheid van het aangevoerde nadeel (...)”; Overwegende dat om te voldoen aan de door voormeld artikel 17, § 2, opgelegde schorsingsvoorwaarde, het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zijn rechtstreekse oorzaak dient te vinden in het aangevochten akte of reglement; X-13.002-3/5 Overwegende dat, zoals de verwerende partij terecht aanvoert, de in voormelde uiteenzetting door de verzoekers aangevoerde nadelen hun recht- streekse oorzaak vinden, niet in de bestreden stedenbouwkundige vergunning, maar in de verkavelingsvergunning, bij besluit van 27 december 2004 verleend door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise; dat dit besluit immers de vergunning verleent tot het verkavelen van een terrein, gelegen op de hoek Blauwenberg/Landbeekstraat, en kadastraal bekend sectie F, nrs. 419 v, 419 t (deel) en 432 f (deel), in 2 loten, waarvan het lot 2, zijnde het bouwperceel waarvoor de thans bestreden stedenbouwkundige vergunning is verleend, luidens de voorschriften ervan wordt bestemd voor de inrichting van een woonerf met hierop 8 woningen, verspreid over 3 losstaande entiteiten, met name één eengezinswoning in open bebouwing, één entiteit bestaande uit één eengezinswoning in halfopen bebouwing en een tweegezinswoning, en één entiteit bestaande uit twee tweegezins-woningen in halfopen bebouwing, op te richten boven een gemeenschappelijke ondergrondse parking; dat volledigheidshalve hieraan kan worden toegevoegd dat de door de verzoekers ingestelde vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van bedoelde verkavelingsvergunning werd verworpen bij het arrest nr. 146.570 van 24 juni 2005; Overwegende dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
  9. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  10. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. X-13.002-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig april 2007, door : de H. J. BOVIN, de wnd, kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-13.002-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.658 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.849 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.