id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.728 Rolnummer: A. 180344/X-13151 Zaak: Arrest 170728 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 03/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-15 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 06:39 Fiche Arrest nr 170.728 van 3 mei 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.728 van 3 mei 2007 in de zaak A. 180.344/X-13.
- In zake : de gemeente ERPE-MERE tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente ERPE-MERE op 18 januari 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 9 november 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening waarbij haar beroep tegen de beslissing van 1 juni 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning aan HOEBEECK-LAUWEREYS voor het oprichten van een meergezinswoning met 5 autobergplaatsen aan de Kwalestraat 8 te Erpe-Mere, kadastraal bekend Sectie B, nr. 13/e2, onontvankelijk wordt verklaard; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van dezelfde beslissing; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH, op grond van artikel 94 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH op grond van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; X-13.151-1/4 Gelet op de beschikkingen van 16 maart 2007, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 april 2007; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. PRAET, die loco advocaat S. GRYSOLLE verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat T. DE SUTTER, die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De vordering tot nietigverklaring 1.
- Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.1.
- Op 7 februari 2006 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Erpe-Mere de stedenbouwkundige vergunning aan HOEBEECK-LAUWEREYS voor het oprichten van een meergezinswoning met 5 autobergplaatsen op het hoger vermelde perceel. 1.1.
- Op 1 juni 2006 willigt de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen het beroep van de aanvragers in. 1.1.
- De betekening van die beslissing gebeurt op 16 juni
- 1.1.
- Het beroep van het college van burgemeester en schepenen tegen deze vergunning wordt bij besluit van 9 november 2006 door de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening niet ontvankelijk verklaard. Het besluit steunt op volgende motieven : X-13.151-2/4 “Overwegende dat het beroepschrift van het college van burgemeester en schepenen niet terzelfdertijd aan de aanvrager en aan de Vlaamse regering ter kennis werd gesteld; dat uit de postbewijzen blijkt dat het beroep op 29 juli 2006 aan de aanvrager en op 30 juni 2006 aan de Vlaamse regering werd betekend; dat de gelijktijdige kennisgeving van het hoger beroep expliciet is voorgeschreven in artikel 53, § 2, eerste lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996; dat bijgevolg een van de substantiële vormvereisten tot instelling van het beroep door het college van burgemeester en schepenen werd geschonden en dat het beroep aldus onontvankelijk dient te worden verklaard”. Dit is het bestreden besluit. 1.
- Overwegende dat in de beide middelen de schending van de formele en de materiële motiveringsplicht wordt ingeroepen; dat de verzoekende partij betoogt dat de bestreden beslissing ten onrechte voorhoudt dat haar administratief beroep niet gelijktijdig aan de aanvrager en aan de verwerende partij werd betekend; 1.
- Overwegende dat uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat het beroepschrift op 29 juni 2006 zowel aan de aanvrager als aan de verwerende partij werd betekend; dat de verwerende partij dit ook erkent ; dat de bestreden beslissing steunt op feitelijk onjuiste gegevens; dat het beroep kennelijk gegrond is; dat er geen reden is om in te gaan op de vraag van de verwerende partij om de kosten ten laste van de verzoekende partij te leggen;
- De vordering tot schorsing Overwegende dat de vernietiging van de bestreden beslissing tot gevolg heeft dat de door de verzoekende partij ingediende vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing geen voorwerp meer heeft, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 9 november 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening waarbij het beroep van de gemeente Erpe-Mere tegen de beslissing van 1 juni 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning aan HOEBEECK-LAUWEREYS voor het X-13.151-3/4 oprichten van een meergezinswoning met 5 autobergplaatsen aan de Kwalestraat 8 te Erpe-Mere, kadastraal bekend Sectie B, nr. 13/e2, onontvankelijk wordt verklaard. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie mei 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.151-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.728 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div