← België

Arrest 170825 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/05/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.825 Rolnummer: A. 79810/X-8365 Zaak: Arrest 170825 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-01 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 06:40 Fiche Arrest nr 170.825 van 7 mei 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.825 van 7 mei 2007 in de zaak A. 79.810/X-

  1. In zake :
  2. Patrick DE CLERCQ (in de vordering tot schorsing),
  3. Christelle VAN DE RIVIERE, die woonplaats kiezen bij advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1560 HOEILAART, de Quirinilaan 2 tegen :
  4. de gemeente NEVELE, die woonplaats kiest bij advocaat D. MAENHOUT, kantoor houdende te 9850 NEVELE-MERENDREE, Veldestraat 64,
  5. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. HEYVAERT, kantoor houdende te 9200 DENDERMONDE, Gentsesteenweg
  6. tussenkomende partij :
  7. Yves BRYSSE,
  8. Conny MATTHEEUWS, die woonplaats kiezen bij advocaat N. VERBEEST, kantoor houdende te 9051 GENT, Driekoningenstraat
  9. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Christelle VAN DE RIVIERE op 14 augustus 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 15 juni 1998 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Nevele waarbij aan Yves BRYSSE en Conny MATTHEEUWS de bouwvergunning wordt verleend voor het oprichten van een woning met garage, en het slopen van een werkplaats en oude muren op een perceel gelegen te Nevele, Vosselaredorp 106, kadastraal bekend sectie A, nr. 116/p; X-8365-1/7 Gelet op het arrest nr. 79.752 van 2 april 1999 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 11 mei 1999 ingediend door Christelle VAN DE RIVIERE; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 5 november 1999 ingediend door Yves BRYSSE en Conny MATTHEEUWS; Gelet op de beschikking van 22 december 1999 die de tussen- komst van Yves BRYSSE en Conny MATTHEEUWS toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 21 november 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de eerste verwerende partij; Gelet op de beschikkingen van 4 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 oktober 2006, datum waarop de zaak wordt uitgesteld tot de terechtzitting van 8 december 2006; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. HULPIAU, die loco advocaat M. DENYS verschijnt voor de tweede verzoekende partij, van advocaat D. MAENHOUT, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat I. VEREECKEN, die loco advocaat N. VERBEEST verschijnt voor de tussen- komende partijen; X-8365-2/7 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  10. Overwegende dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat Patrick DE CLERCQ geen verzoek tot voort- zetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoer- legging van de bestreden beslissing is verworpen; dat niets de toepassing van voormelde bepalingen in zijnen hoofde in de weg staat;
  11. Overwegende dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Nevele bij het bestreden besluit van 15 juni 1998 aan Yves BRYSSE en Conny MATTHEEUWS de bouwvergunning heeft verleend voor het oprichten van een woning met garage, en het slopen van een werkplaats en oude muren op een perceel gelegen te Nevele, Vosselaredorp 106, kadastraal bekend sectie A, nr. 116/p; Overwegende dat uit de voorgelegde stukken en uit de verklaringen ter terechtzitting blijkt dat de tweede verzoekende partij nog steeds eigenaar is van het onroerend goed gelegen te Nevele, Vosselaredorp 104, palende aan het bouwperceel; dat zij hierdoor alleen reeds doet blijken van het rechtens vereiste belang; X-8365-3/7
  12. Overwegende dat de tweede verzoekende partij in een eerste middel de schending aanvoert van artikel 43, § 2, eerste lid, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, van artikel 19, laatste lid, van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannnen, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, en van het zorgvuldigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, onder meer, Doordat het gemeentebestuur van Nevele bij het bestreden besluit de bouwvergunning verleent voor een woning, die vooraan zou uitgeven op Vosselare-dorp, en die moet worden aangebouwd tegen het huis van verzoekers, En doordat het bestreden besluit wat de motivering betreft, volstaat met een verwijzing naar de bestemming volgens het gewestplan en een stedenbouwkundig attest dat eerder afgeleverd werd, en met de affirmatie in het eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar dat “het ontwerp beantwoordt aan de gangbare normen inzake inplanting, volume, materialen e.d.”, en dat de aanvraag “derhalve aanvaardbaar” is, Terwijl de bouwvergunning aldus niet afdoende gemotiveerd is wat de vraag naar de verenigbaarheid met de goede plaatselijke aanleg betreft; Overwegende dat, indien er voor het gebied waarin het ontworpen bouwwerk is gelegen, geen goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat en dat het bouwperceel evenmin is gelegen binnen een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling, het de taak is van de vergunningverlenende overheid om geval per geval te onderzoeken of de bouwaanvraag beantwoordt aan de eisen van een goede plaatselijke ordening, overeenkomstig een beginsel dat kan worden afgeleid uit artikel 43, § 2, eerste lid, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, en dat bevestiging vindt in artikel 19, laatste lid, van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen, luidens welk “de vergunning (...), ook al is de aanvraag niet in strijd met het gewestplan of het ontwerpgewestplan, slechts (wordt) afgegeven zo de uitvoering van de handelingen en werken verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening”; X-8365-4/7 Overwegende dat artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen bepaalt dat de “opgelegde motivering in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen”, en dat deze “afdoende” moeten zijn; Overwegende dat uit de voorgaande bepalingen volgt dat in de bestreden bouwvergunning duidelijk de met de goede plaatselijke ordening verband houdende redenen moeten worden vermeld waarop zij is gesteund, derwijze dat het aan een belanghebbende mogelijk is in voorkomend geval met kennis van zaken tegen deze beslissing op te komen en dat de Raad van State het hem opgedragen wettigheidstoezicht kan uitoefenen, dat hij m.a.w. kan nagaan of de vergunning- verlenende overheid is uitgegaan van gegevens die in rechte en in feite juist zijn, dat zij die correct heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot het bestreden besluit is kunnen komen; Overwegende dat het op het bestreden besluit van toepassing zijnde artikel 43 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, bepaalt dat zolang voor het gebied waarin het goed begrepen is, geen goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat, de vergunning niet kan worden verleend dan op eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar, dat de vergunning het beschikkend gedeelte van het advies van de gemachtigde ambtenaar moet overnemen en dat de gemachtigde ambtenaar nagaat of zijn advies in acht werd genomen en dat hij, zo dit niet het geval is, de beslissing van het college van burgemeester en schepenen schorst; Overwegende dat de bij de genoemde decreetsbepaling aan het college van burgemeester en schepenen opgelegde verplichting het beschikkend gedeelte van het advies van de gemachtigde ambtenaar over te nemen in de beslissing waarbij het over de bouwaanvraag beschikt, ertoe strekt het toezicht van de gemachtigde ambtenaar op de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen mogelijk te maken; dat de gemachtigde ambtenaar immers op zicht van de vergunning moet kunnen nagaan of deze overeenstemt met het gegeven advies en, zo dit niet het geval is, of er grond is de vergunning te schorsen; dat evenwel het feit dat op de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen door de gemachtigde ambtenaar controle wordt uitgeoefend, dit college er niet van ontslaat zich een eigen opvatting te vormen en te onderzoeken of een bouwaanvraag de behoorlijke aanleg van de plaats niet in het gedrang brengt en of aan de eisen gesteld X-8365-5/7 ter waarborging van die goede aanleg is tegemoet gekomen; dat het college van burgemeester en schepenen, doordat het over een eigen beslissingsbevoegdheid beschikt, ertoe gehouden is zijn eigen redengeving te doen kennen; dat, in het geval het college van oordeel is dat, wat hem betreft, de redenen vervat in het beschikkend gedeelte van het advies van de gemachtigde ambtenaar het verlenen van de vergunning verantwoorden, de opgelegde motiveringsverplichting op zijn minst vereist dat het college van burgemeester en schepenen dit in zijn beslissing over de bouwaanvraag dan ook met zoveel woorden vermeldt; dat dit laatste ter zake niet het geval is; dat met de in het bestreden besluit vermelde redengeving van het advies van de gemachtigde ambtenaar dan ook geen rekening kan worden gehouden om na te gaan of dit besluit door het college van burgemeester en schepenen afdoende is gemotiveerd; Overwegende dat de in het bestreden besluit vermelde eigen redengeving van het college van burgemeester en schepenen luidt: “Gunstig, gezien de ligging in het woongebied en gezien het gunstig stedenbouwkundig attest nr. 2 d.d. 3 november 1997”; Overwegende dat deze redengeving geen enkel gegeven bevat met betrekking tot een onderzoek van de verenigbaarheid van de ontworpen bouw- werken met de goede plaatselijke ordening; dat het middel in de aangegeven mate gegrond is; BESLUIT: Artikel
  13. De afstand van het geding wordt vastgesteld in hoofde van de eerste verzoeker. Artikel
  14. Vernietigd wordt het besluit van 15 juni 1998 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Nevele waarbij aan Yves BRYSSE en Conny MATTHEEUWS de bouwvergunning wordt verleend voor het oprichten van een woning met garage, en het slopen van een werkplaats en oude muren op een perceel gelegen te Nevele, Vosselaredorp 106, kadastraal bekend sectie A, nr. 116/p. X-8365-6/7 Artikel
  15. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partijen, ieder voor de helft. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partijen, ieder voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 247,90 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven mei 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-8365-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.825 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.79.752 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.