id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.860 Rolnummer: A. 53659/X-10453 Zaak: Arrest 170860 - Plannen van aanleg - 07/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-24 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 06:40 Fiche Arrest nr 170.860 van 7 mei 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.860 van 7 mei 2007 in de zaak A. 53.659/X-10.
- In zake :
- Gabriël VANNIEUWENHUYSE,
- Jacques VANNIEUWENHUYSE,
- André VANNIEUWENHUYSE, die woonplaats kiezen bij advocaat R. MITTENAERE, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, Peter Benoitstraat 7, bus 8 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat 14, bus
- tussenkomende partij : de gemeente BEERSEL, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Gabriël VANNIEUWENHUYSE, Jacques VANNIEUWENHUYSE en André VANNIEUWENHUYSE op 16 september 1993 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 25 mei 1993 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende goedkeuring van het plan tot wijziging van het bij koninklijk besluit van 19 november 1965 goedgekeurde bijzonder plan van aanleg nr. 1, “Centrum-Uitbreiding (Huizingen)” genaamd, van de gemeente Beersel, met uitsluiting van de met een blauwe rand omzoomde delen van het bestemmingsplan; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 24 mei 1994 ingediend door de gemeente Beersel; X-10.453-1/8 Gelet op de beschikking van 14 juli 1994 die de tussenkomst van de gemeente Beersel toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de beschikking van 27 juli 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memorie van de verzoekende partijen; Gelet op de beschikking van 28 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 december 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. MITTENAERE, die verschijnt voor de verzoekers, van advocaat S. BROUWERS, die loco advocaat M. van DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat F. DE PRETER, die loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekers op het ogenblik van het instellen van het beroep eigenaar, vruchtgebruiker en onverdeelde eigenaar zijn van percelen grond gelegen te Beersel (Huizingen), Torleylaan nrs. 36-40, kadastraal gekend onder 4de afdeling, sectie A, nrs. 240, 242, 243, 244, 245, 247, 248c, 248v, 248x, 250a3, 250b3, 250c3, 251d, 254c, 254d, 255y2 en 272, waarop zij de kartonfabriek Henri Goossens exploiteren; dat de bedrijfsgebouwen zich bevinden op de percelen X-10.453-2/8 nrs. 248v, 248x, 250b3, 250c3 en 251d; dat de verzoekers voorts vruchtgebruiker en onverdeelde eigenaar zijn van het woonhuis met bijhorigheden en grond gelegen te Beersel (Huizingen), Torleylaan 34, kadastraal gekend onder 4de afdeling, sectie A, nr. 255p2; dat al deze percelen gelegen zijn in het gebied dat bestreken wordt door het bijzonder plan van aanleg nr. 1, “Centrum-Uitbreiding”, van de toenmalige gemeente Huizingen, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 19 november 1965; Overwegende dat door het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse de percelen nrs. 240, 242, 243, 244, 245, 247 en 272 bestemd worden tot natuurgebied, de percelen nrs. 248c, 248v, 248x, 250b3, 250c3, 251d (deel), 254c (deel) en 254d (deel) tot gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen, de percelen nrs. 250a3 en 255p2 tot woongebied, en het perceel nr. 255y2 tot reservegebied voor woonwijken; Overwegende dat de gemeente Beersel door middel van wijzigingen van het bijzonder plan van aanleg is willen komen tot een inkrimping van het gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen; dat de gemeenteraad op 27 mei 1982 een wijzigend plan voorlopig heeft aangenomen; dat hij op 30 juni 1983, ingevolge bezwaarschriften ingediend tijdens het openbaar onderzoek, een aangepast wijzigend plan voorlopig heeft aangenomen; dat tijdens een nieuw openbaar onderzoek geen bezwaren zijn ingediend; dat de gemeenteraad het wijzigend plan op 1 maart 1984 definitief heeft aangenomen; dat het plan o.m. bestaat uit twee kaartbladen, waarbij op blad 1, waarop o.m. de gronden van de verzoekers zijn aangeduid, verscheidene afwijkingen ten opzichte van het gewestplan voorkomen; dat de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden dit wijzigend plan bij besluit van 7 juli 1992 heeft goedgekeurd, “met uitsluiting van de met een blauwe rand omzoomde delen van het bestemmingsplan (blad 2)”; dat, op verzoek van de huidige verzoekers, de Raad van State bij arrest nr. 41.580 van 14 januari 1993 de tenuitvoerlegging van het ministerieel besluit van 7 juli 1992 heeft geschorst; dat het geschorste besluit vervolgens bij ministerieel besluit van 25 mei 1993 is ingetrokken; dat de Raad van State bij arrest nr. 43.559 van 30 juni 1993 heeft vastgesteld dat het beroep tegen het ministerieel besluit van 7 juli 1992 zonder voorwerp is geworden; X-10.453-3/8 Overwegende dat ondertussen, bij een besluit van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden, dat eveneens op 25 mei 1993 is genomen, het plan tot wijziging van het bijzonder plan van aanleg, aangenomen door de gemeenteraad op 1 maart 1984, andermaal is goedgekeurd; dat thans evenwel “de met een blauwe rand omzoomde delen van het bestemmingsplan (blad 1 en 2)” uit de goedkeuring worden gesloten; dat zich in het uitgesloten deel o.m. de percelen van de verzoekers bevinden waarop de kartonfabriek Henri Goossens is gelegen; dat dit tweede besluit van 25 mei 1993 het voorwerp vormt van het voorliggende beroep;
- Overwegende dat de tussenkomende partij een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep opwerpt, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang; dat zij in de eerste plaats aanvoert dat, in zoverre de verzoekers zich beroepen op hun hoedanigheid van vruchtgebruikers en onverdeelde eigenaars van het perceel nr. 255p2 en van het daarop gebouwde woonhuis, dit perceel weliswaar niet is uitgesloten uit het bij het bestreden besluit goedgekeurde bijzonder plan van aanleg, maar dat de bestemming die dat perceel volgens het gewestplan heeft, namelijk de bestemming tot woongebied, door het bestreden bijzonder plan van aanleg niet wordt gewijzigd; dat bovendien bijna de volledige omgeving rond het perceel nr. 255p2 eveneens uit de perimeter van het gewijzigde bijzonder plan van aanleg wordt gesloten, en dat de bestemming van de aangrenzende percelen die wel binnen de perimeter van het gewijzigde bijzonder plan van aanleg vallen door dat plan niet wordt gewijzigd; dat de tussenkomende partij voorts aanvoert dat, in zoverre de verzoekers zich beroepen op hun hoedanigheid van vruchtgebruikers en eigenaars van de kartonfabriek Henri Goossens, alle percelen die dienen voor de exploitatie van die fabriek uit de perimeter van het gewijzigde bijzonder plan van aanleg zijn gesloten; dat bovendien een aanzienlijk aantal omliggende percelen eveneens uit de perimeter van het gewijzigde bijzonder plan van aanleg zijn gesloten; dat het wijzigend bijzonder plan van aanleg het gebied dat volgens het gewestplan bestemd is voor ambachtelijke en kleine en middelgrote ondernemingen weliswaar inkrimpt, maar dat de verzoekers met betrekking tot de percelen waarvan de bestemming aldus wordt gewijzigd, en die niet in de onmiddellijke nabijheid van de fabriek liggen, geen belang kunnen doen gelden; Overwegende dat de verzoekers zich in hun verzoekschrift in de eerste plaats beroepen op hun hoedanigheid van vruchtgebruiker en onverdeelde X-10.453-4/8 eigenaar van de woning met bijhorigheden en grond gelegen op het perceel nr. 255p2, dat niet is uitgesloten uit het gewijzigde bijzonder plan van aanleg; dat zij aanvoeren aanspraak te kunnen maken op de eerbiediging van de bestemming die het gewestplan heeft gegeven aan het gebied in de onmiddellijke omgeving van het genoemde perceel; dat de verzoekers zich in hun verzoekschrift voorts beroepen op hun hoedanigheid van eigenaar, vruchtgebruiker en onverdeelde eigenaar van de kartonfabriek Henri Goossens, ook al zijn de desbetreffende percelen uit het gewijzigde bijzonder plan van aanleg gesloten; dat zij aanvoeren dat de gronden en gebouwen van de kartonfabriek niet losstaan van de omliggende terreinen die wel het voorwerp uitmaken van het gewijzigde bijzonder plan van aanleg en dat de voorschriften van het ene gebied beïnvloed worden door de aanwezigheid van de andere omliggende gebieden, dat het gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen volgens het gewestplan veel ruimer is dan de eigendom van de verzoekers, in die zin dat hun eigendom volgens het gewestplan nog omringd wordt door een zone voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen die zich uitstrekt tot aan de Torleylaan, dat door de inkrimping van het gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen tot aan de grenzen van de percelen van de verzoekers elke uitbreidingsmogelijkheid voor de kartonfabriek definitief wordt uitgesloten, en dat aanvragen tot hernieuwing van allerlei vergunningen, zoals exploitatievergunning, milieuvergunning, lozingsvergunning en bouwvergunning, steeds geheel of gedeeltelijk verworpen kunnen worden op grond dat de bedrijvigheid van de verzoekers niet verenigbaar is met de onmiddellijke omgeving; Overwegende dat de verzoekers in hun laatste memorie erop wijzen dat zij ook mede-eigenaar zijn van het perceel nr. 255y2 (of 255i, volgens sommige plannen), dat dit perceel volgens het gewestplan gelegen is in een gebied dat bestemd is tot reservegebied voor woonwijken, dat dit perceel volgens het bestreden bijzonder plan van aanleg weliswaar blijft behoren tot het woonreservegebied, maar dat ongeveer 90 % van het woonreservegebied bij het bestreden bijzonder plan van aanleg een andere bestemming krijgt, meer bepaald als bufferzone en als zone voor sport en spel, dat het aan de verzoekers toebehorende woonreservegebied daardoor volledig geïsoleerd wordt en de bestemming ervan zelfs de facto onuitvoerbaar wordt; Overwegende dat op grond van artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een beroep tot nietigverklaring slechts op ontvankelijke X-10.453-5/8 wijze kan worden ingesteld door een partij die doet blijken van een benadeling of een belang; dat het algemeen en onpersoonlijk belang dat iedere burger heeft bij de naleving van de wet of de hoedanigheid van inwoner van een gemeente niet volstaat om aan dit ontvankelijkheidsvereiste te voldoen; dat de verzoeker moet doen blijken van een persoonlijk, rechtstreeks en zeker belang bij de gevraagde nietigverklaring; dat hij met andere woorden moet aantonen dat er een voldoende geïndividualiseerd verband bestaat tussen het aangevochten besluit en hemzelf; Overwegende, in zoverre de verzoekers hun belang steunen op hun hoedanigheid van vruchtgebruiker en onverdeelde eigenaar van de woning met bijhorigheden en grond gelegen op het perceel nr. 255p2, dat het bestreden besluit de bestemming tot woongebied voor het bedoelde perceel, zoals vastgesteld bij het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, bevestigt; dat verder uit het administratief dossier en de neergelegde plannen blijkt dat de omliggende percelen ofwel zijn gelegen in het met blauwe rand omzoomde uitgesloten deel van het bestemmingsplan, ofwel de bij het gewestplan bepaalde bestemming tot woongebied behouden; dat de verzoekers niet aantonen, en de Raad van State ook niet inziet, op welke wijze de bestreden wijziging van het bijzonder plan van aanleg de bestemming van het perceel nr. 255p2 in het gedrang brengt; Overwegende, in zoverre de verzoekers zich beroepen op hun hoedanigheid van eigenaar, vruchtgebruiker en onverdeelde eigenaar van de kartonfabriek Henri Goossens, dat niet betwist wordt dat de site waarop die fabriek gebouwd is gelegen is buiten het gebied dat door de bestreden wijziging van het bijzonder plan van aanleg wordt bestreken; dat de verzoekers weliswaar aanvoeren dat het gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen volgens het gewestplan veel ruimer is dan hun eigendom, in die zin dat hun eigendom volgens het gewestplan omringd is door een zone voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen, zone die zich uitstrekt tot aan de Torleylaan; dat, daartoe uitgenodigd door het met het onderzoek belaste lid van het auditoraat, de verzoekers gepreciseerd hebben dat zij met de omringende percelen de percelen nrs. 250t, 250l3, 250w2, 250g3, 250f3 en 250e3 bedoelen; dat uit een vergelijking van de door de verzoekers en de verweerder neergelegde plannen blijkt dat al deze percelen, die volgens het gewestplan gelegen zijn in een gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen, eveneens uit het toepassingsgebied van het bestreden bijzonder plan X-10.453-6/8 van aanleg worden gesloten; dat de verzoekers in deze omstandigheden niet doen blijken van het rechtens vereiste persoonlijk en rechtstreeks belang; Overwegende, in zoverre de verzoekers zich beroepen op hun hoedanigheid van mede-eigenaar van het perceel nr. 255y2, dat zij die hoedanigheid en het daarop steunende belang bij de nietigverklaring voor het eerst inroepen in hun laatste memorie; dat die hoedanigheid en dat belang reeds in het verzoekschrift tot nietigverklaring konden worden ingeroepen; dat de verzoekers de grondslag van hun belang in de loop van de procedure niet op ontvankelijke wijze kunnen uitbreiden tot andere percelen dan die waartoe zij hun belang in het verzoekschrift uitdrukkelijk beperkt hebben; Overwegende dat de exceptie van onontvankelijkheid gegrond is; BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 297,48 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor een derde. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-10.453-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven mei 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-10.453-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.860 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div