← België

Arrest 170861 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/05/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.861 Rolnummer: A. 63583/X-10278 Zaak: Arrest 170861 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-24 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 06:40 Fiche Arrest nr 170.861 van 7 mei 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.861 van 7 mei 2007 in de zaak A. 63.583/X-10.

  1. In zake :
  2. Gabriël VANNIEUWENHUYSE,
  3. Jacques VANNIEUWENHUYSE,
  4. André VANNIEUWENHUYSE, die woonplaats kiezen bij advocaat R. MITTENAERE, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, Peter Benoitstraat 7, bus 8 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat Ph. DECLERCQ, kantoor houdende te 3010 LEUVEN, Tiensesteenweg
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Gabriël VANNIEUWENHUYSE, Jacques VANNIEUWENHUYSE en André VANNIEUWENHUYSE op 5 mei 1995 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 18 januari 1995 van de gemachtigde ambtenaar waarbij aan de naamloze vennootschap AQUAFIN de bouwvergunning wordt afgegeven voor het aanleggen van de “collector verbinding Halle met RWZI te Lot” op het grondgebied van de gemeenten Halle en Beersel; Gelet op het arrest nr. 58.916 van 28 maart 1996 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. EYLENBOSCH; X-10.278-1/5 Gelet op de beschikking van 25 april 2001 die de neerlegging ter griffier van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partijen; Gelet op de beschikking van 26 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 december 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. MITTENAERE, die verschijnt voor de verzoekers, en van advocaat G. HAVET, die loco advocaat Ph. DECLERCQ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  6. Overwegende dat de verzoekers eigenaar, vruchtgebruiker en onverdeelde eigenaar zijn van de percelen grond met gebouwen, gelegen te Beersel (Huizingen), Torleylaan 36-40, kadastraal gekend onder 4de afdeling, sectie A, nrs. 240, 242, 243, 244, 245, 247, 248c, 248v, 248x, 250a3, 250b3, 250c3, deel van 250v2, 251d, 254c, 254d, 255y2 en 272, waarop zij de kartonfabriek Henri Goossens exploiteren; Overwegende dat de gemachtigde ambtenaar bij een besluit van 18 januari 1995 aan de n.v. AQUAFIN de bouwvergunning verleent voor de aanleg van een collector tussen Halle en de rioolwaterzuiveringsinstallatie te Lot, gelegen op het grondgebied van de gemeenten Halle en Beersel (project nr. 92.503), “conform de goedgekeurde plannen op 22/12/94”; dat de collector waarop het genoemde besluit betrekking heeft, op ca. 730 meter van de eigendom van de verzoekers loopt; dat het situatieplan, gevoegd bij de bouwaanvraag en “goedgekeurd” op 22 december 1994, naast de reeds aangelegde leidingen en de leidingen die deel uitmaken van het goed te keuren project, ook melding maakt van “nog aan te leggen leidingen”, aangeduid met rode lijnen, welke niet in het project X-10.278-2/5 nr. 92.503 begrepen zijn; dat één van deze rode lijnen de eigendom van de verzoekers doorsnijdt; dat het genoemde besluit van 18 januari 1995 het voorwerp vormt van het voorliggende beroep; Overwegende dat de hiervóór genoemde, nog door de eigendom van de verzoekers aan te leggen leiding deel uitmaakt van het project nr. 94.242, dat voorziet in de aanleg en de exploitatie van een collector op het grondgebied Huizingen; dat de oprichting, volgens dat project, van de rioolwaterzuiverings- infrastructuur onder, op of boven bepaalde private gronden, daarin evenwel niet begrepen de aan de verzoekers toebehorende percelen, bij ministerieel besluit van 4 september 1995 van openbaar nut is verklaard; dat de huidige verzoekers tegen dat besluit een beroep tot nietigverklaring hebben ingesteld, en dat de Raad van State daarover bij arrest nr. 170.862 van heden uitspraak doet; dat vervolgens de oprichting van de bedoelde rioolwaterzuiveringsinfrastructuur onder, op of boven o.m. sommige van de percelen van de verzoekers bij ministerieel besluit van 22 april 1996 van openbaar nut is verklaard (project nr. 94.242-2); dat de huidige verzoekers ook tegen dat besluit een beroep tot nietigverklaring hebben ingesteld, en dat de Raad van State daarover bij arrest nr. 170.864 van heden uitspraak doet; Overwegende dat voor de werken voor de bedoelde leiding, o.m. over sommige percelen van de verzoekers (project nr. 94.242), aan de n.v. AQUAFIN bij ministerieel besluit van 26 mei 1998 een bouwvergunning is verleend; dat de huidige verzoekers tegen dat besluit een beroep tot nietigverklaring hebben ingesteld, en dat de Raad van State daarover bij arrest nr. 170.863 van heden uitspraak doet;
  7. Overwegende dat de verweerder een exceptie van onontvankelijk- heid van het beroep opwerpt, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang; dat hij aanvoert dat het bestreden besluit niet inhoudt dat de beslissing met betrekking tot het vervolg van het tracé reeds bepaald is, in die zin dat de nog te ontwerpen collector Dworp-Huizingen noodzakelijk het tracé zou volgen dat op het situatieplan voor de “nog aan te leggen leidingen” is aangeduid, en nog minder dat de overheid, wanneer zij over de aanvraag tot het verkrijgen van een bouw- vergunning voor de aanleg van die collector zal moeten beslissen, ertoe gehouden zal zijn hiervoor een vergunning volgens dat tracé af te geven; dat de verweerder besluit dat het eventuele nadeel dat de verzoekers aanvoeren, mocht het al ontstaan, niet in een rechtstreeks oorzakelijk verband staat met de bestreden beslissing; X-10.278-3/5 Overwegende dat de verzoekers in hun verzoekschrift hun belang bij de nietigverklaring van het thans bestreden besluit steunen op het feit dat de vergunde leiding o.m. voorziet in een aansluiting op het project nr. 94.242, zijnde de nog te vergunnen collector van Dworp naar Huizingen, dat de inplanting van deze aansluiting determinerend is voor het verdere verloop van de laatstgenoemde collector, dwars door de gronden van de kartonfabriek Henri Goossens, zoals aangeduid op het situatieplan gevoegd bij de aanvraag voor de thans bestreden vergunning, dat die vergunning aldus een daadwerkelijke “hypotheek” vormt voor het bedrijf van de verzoekers; dat de verzoekers in hun memorie van wederantwoord herhalen dat zij in het bijzonder gegriefd zijn door de plaats van inplanting van de aansluiting van de collector waarvoor de bestreden vergunning wordt verleend met de collector bedoeld in het project nr. 94.242, dat zij in dat verband verwijzen naar het inmiddels genomen besluit van de Vlaamse Minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 22 april 1996 waarbij de oprichting van de rioolwaterzuiverings- infrastructuur op de private gronden van de verzoekers van openbaar nut wordt verklaard, besluit waartegen de verzoekers ondertussen eveneens een annulatie- en schorsingsberoep hebben ingesteld; dat de verzoekers in hun laatste memorie herhalen dat de door hen betwiste aansluiting met het project nr. 94.242 op het ogenblik van het instellen van het voorliggende beroep wel degelijk reeds vaststond, aangezien de complete aansluitingsinfrastructuur vervat is in de thans bestreden bouwvergunning, dat m.a.w. uit de thans bestreden vergunning met 100 % zekerheid volgde dat de eigendommen van de verzoekers uiteindelijk getroffen zouden worden door de betwiste waterzuiveringsinfrastructuur, die eigenlijk één geheel vormt, dat de verzoekers al konden optreden tegen de vergunning voor het aanleggen van de aansluiting met de nog te vergunnen infrastructuur, om te vermijden dat zij later voor een voldongen feit gesteld zouden worden; Overwegende dat uit de door de verzoekers gegeven uiteenzetting blijkt dat zij hun belang afleiden uit het feit dat voorzien wordt in een bepaalde inplanting voor de aansluiting van de collector van het project nr. 92.503 (verbinding van Halle met de rioolwaterzuiveringsinstallatie te Lot), voorwerp van het bestreden besluit, met de collector van het project nr. 94.242 (Huizingen), daar deze inplanting determinerend zou zijn voor het verdere verloop van de collector Dworp-Huizingen dwars door de gronden van de kartonfabriek Henri Goossens; dat evenwel niet kan worden ingezien hoe de loutere inplanting van de infrastructuur vereist voor de aansluiting van het project nr. 92.503 op het project nr. 94.242, zonder dat dit laatste project zelf reeds wordt gerealiseerd, de verzoekers een nadeel kan toebrengen; dat het feit dat de nog aan te leggen leidingen reeds aangeduid X-10.278-4/5 worden op het situatieplan gevoegd bij de bouwaanvraag niet bepalend is voor de exacte ligging van die leidingen, en dat het toekennen van de thans bestreden bouwvergunning niet vooruitloopt op de beoordeling van de aanvraag tot het verkrijgen van een bouwvergunning voor de later aan te leggen leidingen, dat, voor zover het door de verzoekers ingeroepen nadeel gebaseerd is op de aanleg van de collector Dworp-Huizingen door hun gronden, dit nadeel voortvloeit uit de bij ministerieel besluit van 22 april 1996 verleende verklaring van openbaar nut en uit de bij ministerieel besluit van 26 mei 1998 aan de n.v. AQUAFIN verleende bouwvergunning, en niet in rechtstreeks oorzakelijk verband staat met de thans bestreden beslissing; dat de exceptie van onontvankelijkheid gegrond is; BESLUIT: Artikel
  8. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  9. De kosten van het beroep, bepaald op 297,48 euro komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor één derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven mei 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-10.278-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.861 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1996:ARR.58.916 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.