← België

Arrest 170922 - Sport - 08/05/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.922 Rolnummer: A. 172491/XII-4896 Zaak: Arrest 170922 - Sport - 08/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-23 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 06:40 Fiche Arrest nr 170.922 van 8 mei 2007 Onderwijs en cultuur - Sport Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 170.922 van 8 mei 2007 in de zaak A. 172.491/XII-

  1. In zake : de VZW MOTO-CLUB LILLE, die woonplaats kiest bij advocaat K. Roelandt, kantoor houdende te 1170 Brussel, Terhulpsesteenweg 187 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat T. De Sutter, kantoor houdende te 9000 Gent, Koning Albertlaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de vzw Moto-Club Lille op 15 juni 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende algemene bepalingen inzake medisch verantwoorde sportbeoefening bij de deelname van minderjarigen aan sportmanifestaties, proeven, wedstrijden en opleidingen in bepaalde sporttakken, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 18 april 2006; Gelet op het arrest nr. 158.674 van 12 mei 2006 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt bevolen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. Weymeersch; Gelet op de beschikking van 7 november 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-4896-1/5 Gelet op de beschikking van 7 maart 2007 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 17 april 2007; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Roelandt, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat T. De Sutter, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. Weymeersch; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De Raad van State heeft op 12 mei 2006 de schorsing van de tenuitvoerlegging bevolen van het met het thans voorliggende beroep bestreden besluit van de Vlaamse regering van 10 maart 2006 houdende algemene bepalingen inzake medisch verantwoorde sportbeoefening bij de deelname van minderjarigen aan sportmanifestaties, proeven, wedstrijden en opleidingen in bepaalde sporttakken. De Raad deed zulks op grond van het in de volgende bewoordingen ernstig bevonden middel : “6.1.Overwegende dat verzoekster in het tweede middel de schending aanvoert van het redelijkheids-, het vertrouwens- en het rechtszekerheidsbeginsel, doordat artikel 3, § 1, van het bestreden besluit bepaalt dat proeven en wedstrijden uitsluitend georganiseerd kunnen worden door een sportfederatie of door een organisatie die voldoet aan artikel 5 van het decreet van 13 juli 2001, terwijl zij, zonder redelijke overgangstermijn, nooit aan die voorwaarden kan voldoen; dat zij te dien aanzien inzonderheid verwijst naar de omstandigheid dat zij, om erkend te kunnen worden als sportfederatie, haar aanvraag had moeten indienen op 1 september 2005 -artikel 11 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 mei 2002 bepaalt dat de erkenningsaanvraag ingediend moet worden ‘uiterlijk op 1 september voorafgaand aan het jaar van de erkenning’- terwijl zij slechts op 18 april 2006 van die verplichting kennis gekregen heeft en dat, in de mate dat haar geen overgangstermijn gegeven is om zich in regel te kunnen stellen, de verwerende partij het redelijkheids- en het vertrouwensbeginsel geschonden heeft; dat, wat betreft de mogelijkheid om proeven en wedstrijden te organiseren in zoverre zij voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 5 van het decreet van 13 juli 2001, zij uiteenzet dat haar gevraagd wordt te voldoen aan 16 voorwaarden, waaronder het hebben van ‘sportclubs in tenminste vier Vlaamse provincies’ XII-4896-2/5 en het hebben van ‘een huishoudelijk reglement dat in overeenstemming is met het decreet van 27 maart 1991 inzake de medisch verantwoorde sportbeoefening’, maar dat zulks veronderstelt dat zij over ‘een redelijke termijn’ moet kunnen beschikken om zich aan de nieuwe regelgeving aan te passen; dat zij aan het laatstvermeld punt nog toevoegt dat zij haar huishoudelijk reglement zelfs niet kan aanpassen aan artikel 3, § 3, van het bestreden besluit omdat die bepaling nog een uitvoeringsbesluit vereist; [...] 6.3.
  3. Overwegende dat artikel 3 van het bestreden besluit aan verzoekster, die geen erkenning bezit als sportfederatie, de verplichting oplegt om, wil zij nog voort proeven en wedstrijden organiseren voor 15- tot 18-jarigen, te voldoen aan 16 voorwaarden, die niet louter formeel van aard zijn; dat het voldoen aan sommige van die voorwaarden een initiatief op het terrein noodzaakt en derhalve tijd vergt, zoals de voorwaarde om in vier provincies sportclubs hebben; dat het voor de verwerende partij duidelijk moet geweest zijn dat, bij onmiddellijke uitwerking van de nieuwe regeling, andere verenigingen dan de bestaande sportfederaties in 2006 geen proeven of wedstrijden zouden kunnen inrichten; dat evenwel verenigingen als verzoekster, waarvan niet betwist wordt dat zij voorheen zonder problemen proeven en wedstrijden voor 15- tot 18-jarigen inrichtten en die blijkbaar ook nooit in kennis gesteld zijn van een op handen zijnde reglementswijziging, er in redelijkheid mochten op rekenen dat zij zeker in het thans lopende seizoen nog verder organisaties zouden mogen verzorgen; dat de verwerende partij niet aantoont dat de uitwerking van de nieuwe regeling geen enkele vertraging duldde zodat niet voorzien kon worden in een overgangsregeling; dat zij aldus, in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, onverhoeds een nieuwe regeling ingevoerd heeft zonder -buiten elke dwingende reden om- de bestaande organisaties een redelijke termijn te verlenen om zich in deze regeling in te passen; dat, in acht genomen de gegevens waarop de Raad van State in de huidige stand van de procedure acht kan slaan, het middel ernstig is”. Naderhand heeft verwerende partij het bestreden besluit ingetrokken, met een besluit van 14 juli 2006 houdende de algemene bepalingen inzake medisch verantwoorde sportbeoefening bij de deelname van minderjarigen aan sportmanifestaties, proeven, wedstrijden en opleidingen in bepaalde sporttakken. Ook dit laatstgenoemde besluit wordt voor de Raad van State met een annulatieberoep aangevochten. In het auditoraatsverslag dat over de voorliggende zaak is opgesteld wordt daarom geopperd dat het huidige beroep “strikt juridisch” (nog) niet ingevolge de intrekking zonder voorwerp is, en dat het, wegens het nog onzekere lot van het intrekkingsbesluit, aangewezen is om het thans bestreden besluit minstens formeel te vernietigen omwille van de duidelijkheid in het rechtsverkeer. Bovendien komt het aangewezen lid van het auditoraat in datzelfde verslag tot de conclusie dat het ernstig bevonden middel, ook gegrond is. XII-4896-3/5 Na de kennisgeving van dit tot de vernietiging concluderend auditoraatsverslag, laat verwerende partij daartegen niets meer horen in een laatste memorie, die zij immers niet meer indient. Dit stilzitten impliceert dat verwerende partij geen bezwaren onderkent tegen de aldus voorgestelde nietigverklaring. Evenmin doet zulks de Raad van State. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
  4. Vernietigd wordt het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende algemene bepalingen inzake medisch verantwoorde sportbeoefening bij de deelname van minderjarigen aan sportmanifestaties, proeven, wedstrijden en opleidingen in bepaalde sporttakken, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 18 april
  5. Artikel
  6. Dit arrest wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt op dezelfde wijze als het bestreden besluit. Artikel
  7. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XII-4896-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht mei 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4896-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.922 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.674 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.