id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.936 Rolnummer: A. 135191/V-1685 Zaak: Arrêt / Arrest 170936 - Fonction publique fédérale - Recrutement et carrière / Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 08/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-16 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-29 06:40 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 170.936 van 8 mei 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE Nr. 170.936 van 8 mei 2007 A. 135.191/V-1685 In zake: BOTERDAEL Jean, die woonplaats kiest bij Mr. Vincent DE WOLF en Mr. Philippe SIMONART, advocaten, Guldenvlieslaan 68/9 1060 Brussel, tegen: de Gemeente Sint-Jans-Molenbeek. Tussenkomende partij: AELBRECHT Marijke, die woonplaats kiest bij Mr. Thierry STIEVENARD, advocaat, Grotehertstraat 2 1000 Brussel. ------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, Ve KAMER, Gezien het op 24 maart 2003 ingediende verzoekschrift, waarbij Jean BOTERDAEL de nietigverklaring vordert van: "- het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de verwerende partij van 26 april 2002, waarbij mevrouw Marijke AELBRECHT wordt aangesteld tot afdelingshoofd voor een periode van één jaar, vanaf 1 mei 2002; - de beslissing waarbij geweigerd wordt verzoeker tot afdelingshoofd te bevorderen"; Gezien het op 18 december 2003 ingediende verzoekschrift, waarbij Marijke AELBRECHT vraagt als tussenkomende partij te mogen tussenkomen; Gelet op de beschikking van 17 september 2004, waarbij dat verzoek tot tussenkomst wordt ingewilligd; Gezien de regelmatig uitgewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; V - 1685 - 1/5 Gezien de memorie van tussenkomst; Gezien het verslag van mevr. G. BEECKMAN de CRAYLOO, eerste auditeur bij de Raad van State, opgemaakt op grond van artikel 12 van de algemene procedureregeling; Gelet op de beschikking van 6 oktober 2006, waarbij de neerlegging van het dossier en het verslag ter griffie wordt gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 16 maart 2007, waarvan aan de partijen kennis is gegeven en waarbij wordt bepaald dat de zaak voorkomt op de terechtzitting van 17 april 2007 om 10 uur; Gehoord het verslag van mevr. S. GEHLEN, staatsraad; Gehoord de opmerkingen van Mr. H. PENNINCKX, loco Mr. V. DE WOLF en Mr. Ph. SIMONART, advocaat, die voor verzoeker verschijnt, van Mr. G. SCHOONJANS, advocaat, die voor de verwerende partij verschijnt en van Mr. T. STIEVENARD, advocaat, die voor de tussenkomende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van mevr. G. BEECKMAN de CRAYLOO, eerste auditeur; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de volgende feiten dienstig zijn voor het onderzoek van het beroep:
- Op 11 januari 2002 heeft het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Jans-Molenbeek besloten om een oproep tot de gegadigden te doen voor de functie van afdelingshoofd A
- Naar aanleiding van die oproep hebben verzoeker, Carine VAN CAMPENHOUT en drie andere personeelsleden gesolliciteerd. V - 1685 - 2/5
- In zijn vergadering van 29 maart 2002 heeft het college van burgemeester en schepenen besloten, enerzijds Carine VAN CAMPENHOUT op proef te bevorderen tot afdelingshoofd A5 voor een periode van één jaar, vanaf 1 april 2002 en, anderzijds een aanvullende oproep tot de gegadigden te doen, omdat slechts één Nederlandstalige had gesolliciteerd en het college zich bijgevolg niet in staat achtte een keuze te maken. De beslissing om Carine VAN CAMPENHOUT te bevorderen, wordt aangevochten met beroep A.126.882/V-
- Naar aanleiding van de aanvullende oproep tot de gegadigden zijn drie kandidaturen ingediend, waaronder die van Marijke AELBRECHT.
- Tijdens zijn zitting van 26 april 2002 heeft het college van burgemeester en schepenen besloten Marijke AELBRECHT op proef te bevorderen tot afdelingshoofd A5, voor een periode van één jaar, vanaf 1 mei
- Dat is de eerste bestreden handeling. De tweede bestreden handeling is de weigering om verzoeker tot die graad te bevorderen.
- Op 14 augustus 2002 heeft verzoeker de verwerende partij de volgende aangetekende brief gestuurd: " (...) Ik ben zo vrij u deze brief te sturen in het kader van een administratieve verduidelijking. Naar aanleiding van de oproep voor gegadigden voor bevordering tot afdelingshoofd, maak ik me zorgen over wat er beslist is omtrent mijn kandidatuur. Ik heb tot mijn verbazing vernomen dat mevr. Marijke AELBRECHT tot die graad benoemd zou zijn, zonder dat zulks overigens ergens uit op te maken valt. Mocht dat het geval zijn, dan zou ik graag inzage willen verkrijgen van de notulen van het college of van de raad waarbij mijn collega wordt bevorderd, en de reden willen kennen die u ertoe zou hebben gebracht mevr. AELBRECHT te verkiezen boven de overige gegadigden. Daarnaast zou ik ook graag mijn volledig administratief dossier willen inzien. (...)".
- Bij een brief van 2 september 2002 heeft de verwerende partij verzoeker het volgende geantwoord: " (...) Het college heeft beslist een oproep tot de gegadigden te doen voor de verschillende functies van niveau A. Op 29 maart 2002 heeft het een eerste reeks bevorderingen gedaan van personeelsleden van niveau A. Diezelfde dag heeft het beslist een nieuwe oproep tot de gegadigden voor afdelingshoofd te doen. Op 26 april 2002 heeft het college een gegadigde bevorderd tot Nederlandstalig afdelingshoofd. U weet dat taalpariteit vereist is voor functies gelijkwaardig aan of hoger dan afdelingshoofd. Bij de bevorderingen heeft het college overigens alle ingediende kandidaturen, waaronder de uwe, zorgvuldig onderzocht. V - 1685 - 3/5 Op de personeelsformatie staan zes betrekkingen van afdelingshoofd. Twee betrekkingen zijn nog vacant. (...)"; Overwegende dat het tweede voorwerp van het beroep de weigering is om verzoeker tot afdelingshoofd te bevorderen; dat betrokkene weliswaar in aanmerking komt voor dit soort bevordering, maar er geen recht op heeft en de verwerende partij geenszins verplicht was hem te bevorderen; dat het tweede voorwerp van het beroep onontvankelijk is; Overwegende dat verzoeker in zijn inleidende verzoekschrift uiteenzet dat hij pas kennisgenomen heeft van de eerste bestreden handeling, toen hij op 22 januari 2003 kennis heeft gekregen van de memorie van antwoord van de verwerende partij in zaak A.126.882/V-1671; dat hij aanvoert dat hij nooit op de hoogte is gebracht van het bericht aan de adjunct-adviseurs van 3 april 2002 en nooit kennis heeft gekregen van de beslissing om Marijke AELBRECHT te bevorderen; dat hij voorts stelt dat hij uit geen enkel feit kon opmaken dat de overige gegadigden - die de functie van diensthoofd tijdelijk uitoefenden - bevorderd zouden zijn; Overwegende dat verzoeker als gegadigde voor de bevordering tot afdelingshoofd een normale belangstelling diende te tonen voor het gevolg dat aan die sollicitatie werd gegeven; dat uit de uiteenzetting van de feiten blijkt dat hij tot 14 augustus 2002 heeft gewacht om de verwerende partij daaromtrent vragen te stellen en dat hij verklaart dat hij tot zijn verbazing heeft vernomen "dat mevrouw Marijke AELBRECHT tot die graad was benoemd"; dat de verwerende partij op 2 september 2002 heeft geantwoord en daarbij de bevordering van een Nederlandstalig afdelingshoofd, waartoe op 26 april 2002 was besloten, heeft bevestigd; dat verzoeker van dan af niet langer onkundig kon zijn van het bestaan van de bestreden handeling; dat hij, als hij nog twijfels had, nader moest informeren; dat die twijfels blijkbaar niet bestonden, aangezien hij bij een beroep van 17 september 2002 de nietigverklaring heeft gevorderd van "de administratieve handeling van onbekende datum waarbij één of meer gemeenteambtenaren - en zeer waarschijnlijk mevrouw Marijke AELBRECHT - bevorderd zijn tot afdelingshoofd" (zaak A.126.882/V-1671); dat er aldus een bundel overeenstemmende gegevens voorliggen waaruit blijkt dat verzoeker meer dan zestig dagen voordat hij beroep instelde op de hoogte was van het bestaan van de door hem aangevochten bevordering; dat het beroep te laat komt en dus onontvankelijk is, V - 1685 - 4/5 BESLUIT: Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De kosten, bepaald op 300 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting van de Ve kamer, op acht mei tweeduizend en zeven, door : de HH. R. ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, Mevr. S. GEHLEN, staatsraad, Mevr. M. -Chr. MALCORPS, griffier. De Griffier, De Eerste Voorzitter van de Raad van State, M.-Chr. MALCORPS. R. ANDERSEN. V - 1685 - 5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.936 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div