id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.099 Rolnummer: A. 56696/IX-288 Zaak: Arrest 171099 - Federale reglementen (fiscaliteit) - 14/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-25 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 19:55 Fiche Arrest nr 171.099 van 14 mei 2007 Fiscaliteit - Federale reglementen (fiscaliteit) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 171.099 van 14 mei 2007 in de zaak A. 56.696/IX-
- In zake : het ANTWERPS BEROEPSKREDIET, dat woonplaats kiest bij advocaten F. MAUSSION en M. REGOUT, kantoor houdende te BRUSSEL, Loksumstraat 25 tegen :
- de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, en de minister van Middenstand en Landbouw,
- de Nationale Kas voor Beroepskrediet, die woonplaats kiezen bij advocaat X. LEURQUIN, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de c.v. ANTWERPS BEROEPS- KREDIET op 1 maart 1994 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het ministerieel besluit van 29 december 1993 tot goedkeuring van het erkennings- en controlereglement voor de door de Nationale Kas voor Beroepskrediet erkende kredietverenigingen en van dit erkennings- en controlereglement voor de door de Nationale Kas voor Beroepskrediet erkende kredietverenigingen, vastgesteld door de raad van bestuur van voornoemde instelling op 19 oktober 1993 en 15 december 1993; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 20 juni 1996 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-288-1/3 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories van de verzoekende partij, van de eerste verwerende partij, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, en van de tweede verwerende partij; Gelet op de beschikking van 22 maart 2007 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 23 april 2007; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. DE MAEYER, die loco advocaat X. LEURQUIN verschijnt voor de verwerende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN DER GUCHT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat artikel 36 van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot wijziging van de wet van 17 juni 1991 tot organisatie van de openbare kredietsector en van het bezit van de deelnemingen van de openbare sector in bepaalde privaatrechtelijke financiële vennootschappen en van diverse andere bepalingen, wat betreft de Nationale Kas voor Beroepskrediet, bepaalt dat onder meer het erkennings- en controlereglement, opgesteld door de raad van bestuur van de Nationale Kas voor Beroepskrediet op 19 oktober 1993 en 15 december 1993, goedgekeurd bij ministerieel besluit van 29 december 1993, wordt opgeheven en vervangen door de nieuwe deontologische code van het beroepskrediet, uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van dit besluit; dat, daaromtrent ondervraagd, de raadsvrouw van de verzoekende partij bij brief van 7 december 2005 aan de Raad van State mededeelt dat “het verzoekschrift tot nietigverklaring van het MB van 29 december 1993 en van het erkennings- en controlereglement voor de door de Nationale Kas voor Beroepskrediet erkende kredietverenigingen zonder voorwerp is geworden” en dat zij geen belang meer heeft bij de nietigverklaring van de bestreden beslissingen; dat die mededeling begrepen wordt als een afstand van geding; dat geen gegeven van het dossier zich verzet tegen de toewijzing van de afstand; IX-288-2/3 Overwegende dat de vrijwillige afstand van geding te wijten is aan het optreden van de Belgische staat, dat van latere datum is dan het indienen van het beroep; dat om die reden de kosten van het geding ten laste worden gelegd van de Belgische Staat, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt ingewilligd. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de Belgische Staat. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 14 mei 2007, door : de H. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. L. HELLIN. IX-288-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.099 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.