id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.258 Rolnummer: A. 178383/X-13070 Zaak: Arrest 171258 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 15/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-08 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 06:42 Fiche Arrest nr 171.258 van 15 mei 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 171.258 van 15 mei 2007 in de zaak A. 178.383/X-13.
- In zake : de gemeente MALLE, die woonplaats kiest bij advocaat R. DE KONINCK, kantoor houdende te 2610 WILRIJK, Prins Boudewijnlaan 177-179 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, Kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
- tussenkomende partij : de b.v.b.a. RMV CONSTRUCT, die woonplaats kiest bij advocaten H. SEBREGHTS en F. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente MALLE op 9 november 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 7 september 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening waarbij haar beroep tegen de beslissing van 2 maart 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende de toekenning van de vergunning aan de heer Kris MINTJENS namens de heer en mevrouw FRANKEN-GOETELEN voor het verkavelen van een perceel gelegen te Malle, Antwerpsesteenweg/Den Mostheuvel, kadastraal bekend sectie B, nr. 648l, onontvankelijk wordt verklaard; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; X-13.070-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 30 januari 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 9 februari 2007; Gelet op beschikking van 5 februari 2007 waarbij bovengenoemde beschikking wordt ingetrokken, en waarbij de zaak voor onbepaalde tijd wordt uitgesteld; Gelet op de beschikking van 13 maart 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 30 maart 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. JONGBLOEDT, die loco advocaat R. DE CONINCK verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat J. CLAES, die verschijnt voor de verwerende partij en van advocaat H. SEBREGHTS, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de b.v.b.a. RMV CONSTRUCT met een verzoekschrift van 24 november 2006 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
- Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 2.
- De heer en mevrouw FRANKEN-GOETELEN vragen op 3 februari 2005 aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Malle een vergunning voor het verkavelen van een perceel gelegen te Malle, Antwerpsesteenweg/Den Mostheuvel, kadastraal bekend sectie B, nr. 648l. De aanvraag voorziet in het opsplitsen van het perceel in 2 kavels met het oog op het oprichten van 2 vrijstaande meergezinswoningen. X-13.070-2/5 Het betrokken perceel is volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 30 september 1977 vastgestelde gewestplan Turnhout gelegen in woongebied. 2.
- De heer en mevrouw FRANKEN-GOETELEN stellen op 2 augustus 2005 beroep in bij de deputatie van de provincieraad van Antwerpen wegens het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen. 2.
- De deputatie willigt bij beslissing van 2 maart 2006 het beroep voorwaardelijk in. 2.
- De beslissing van de deputatie wordt per aangetekende brief van 17 maart 2006 aan de gemeente Malle en aan de aanvragers toegestuurd. 2.
- De gemeente Malle heeft de aangetekende zending ontvangen op 20 maart 2006 en stelt op 19 april 2006 tegen voormelde weigeringsbeslissing beroep in bij de Vlaamse regering. 2.
- Met het bestreden besluit van 7 september 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening wordt het beroep van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Malle onontvankelijk verklaard; 3.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.2.
- Overwegende dat de verzoekende partij als moeilijk te herstellen ernstig nadeel in essentie aanvoert dat de minister ten onrechte heeft geoordeeld dat haar beroep laattijdig was en dus ten onrechte heeft nagelaten om het beroep ten gronde te behandelen, dat zij aldus ten onrechte is verstoken gebleven van een bij decreet voorziene beroepsmogelijkheid, dat dit nadeel moeilijk te herstellen is, dat na de vernietiging van het bestreden besluit, de minister het door de gemeente X-13.070-3/5 ingestelde beroep ten gronde dient te behandelen, dat de kans onbestaande is dat de minister het beroep dan zou inwilligen gelet op het feit dat de vergunning inmiddels volledig ten uitvoer zal zijn gelegd en gelet op het feit dat de minister anders uitdrukkelijk zou moeten erkennen dat de vergunningsloze toestand het gevolg is van het feit dat hij toendertijd het beroep van de gemeente ten onrechte laattijdig verklaarde; 3.2.
- Overwegende dat, in zoverre de verzoekende partij aanvoert dat zij verstoken blijft van een beroepsmogelijkheid, dient te worden opgemerkt dat dit niet het nadeel betreft, maar wel het door haar aangevoerde middel; Overwegende dat het door de verzoekende partij aangevoerde nadeel dat de minister na een vernietiging van het bestreden besluit zal weigeren om het beroep ten gronde in te willigen zuiver hypothetisch is, met geen enkel concreet gegeven wordt gestaafd, en bovendien niet voortvloeit uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing; dat de verzoekende partij niet aantoont dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing in haar hoofde een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal veroorzaken; Overwegende dat bijgevolg niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel 1 Het verzoek tot tussenkomst van de b.v.b.a. RMV CONSTRUCT in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-13.070-4/5 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien mei 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.070-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.258 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.406 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div