← België

Arrest 171266 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 16/05/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.266 Rolnummer: A. 111502/X-10601 Zaak: Arrest 171266 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 16/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-06 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 06:42 Fiche Arrest nr 171.266 van 16 mei 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 171.266 van 16 mei 2007 in de zaak A. 111.502/X-10.

  1. In zake : de n.v. ELECTIMMO, die woonplaats kiest bij advocaat D. VAN HEUVEN, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark 8b tegen :
  2. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27,
  3. de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. ELECTIMMO op 15 oktober 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van: “
  4. het besluit van de provincieraad van de provincie Antwerpen van 25 januari 2001 waarbij het ruimtelijk structuurplan voor de provincie Antwerpen definitief vastgesteld wordt, minstens: - titel 2.2.
  5. ‘Ruimtelijk-economische structuur’ van het bindend gedeelte van dit structuurplan waardoor de kleinhandelconcentratie van verzoekster ter hoogte van de Hotelstraat tussen de E313 en het Albertkanaal in Westerlo (Punt) wordt ingedeeld in het type III.a van kleinhandelconcentraties (p.253) - en titel 4.
  6. ‘Ontwikkelingsperspectieven voor kleinhandel buiten stedelijke gebieden en kernen van buitengebied’ van het richtinggevend gedeelte van het zelfde structuurplan, in het bijzonder de titels 4.3.1., 4.3.
  7. meer in het bijzonder alles wat volgt onder de titel ‘kleinhandelconcentraties die niet ruimtelijk samenhangen met een stedelijk gebied’ (type III) - en de aan titel 2.2.
  8. en titel 4.
  9. gerelateerde kaarten, meer in het bijzonder de kaarten 15, 44 en
  10. Het besluit van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media van 10 juli 2001 waarbij het ruimtelijk structuurplan voor de provincie Antwerpen, zoals definitief vastgesteld bij besluit van 25 januari 2001 van de provincieraad van Antwerpen wordt goedgekeurd, minstens : - inzoverre dit besluit goedkeurt: - titel 2.2.
  11. ‘Ruimtelijke economische structuur’ - en titel 4.
  12. ‘Ontwikkelingsperspectieven voor kleinhandel buiten stedelijke gebieden en kernen van het buitengebied’ - en de aan titel 2.2.
  13. en titel 4.
  14. gerelateerde kaarten, meer in het bijzonder de kaarten 15,44,45 X-10.601-1/3 - de zinsnede: “Bij de opmaak van provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen voor kleinhandelconcentraties type III zijn bepaalde principes inzake ontwikkeling van kleinhandel niet of slechts gedeeltelijk van toepassing zoals onder meer de opvulling van open terreinen”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 25 februari 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij, en van de eerste verwerende partij; Gelet op de beschikking van 24 april 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 11 mei 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. SEBREGHTS, die loco advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van bestuurssecretaris I. MARTENS die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij bij brief van haar raadsman van 10 mei 2007 afstand doet van het geding, X-10.601-2/3 BESLUIT: Artikel
  15. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  16. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien mei 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit: de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-10.601-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.266 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.