id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.285 Rolnummer: A. 179608/XII-4974 Zaak: Arrest 171285 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 16/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-01 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 06:43 Fiche Arrest nr 171.285 van 16 mei 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 171.285 van 16 mei 2007 in de zaak A. 179.608/XII-
- In zake :
- de NV KAFRIT INTERNATIONAL,
- Jan SPECK,
- Kate VAN RAMPELBERG, die woonplaats kiezen bij advocaat J. Bogaert, kantoor houdende te Brugge, Zwijnstraat 3 tegen : de GEMEENTE DILBEEK, die woonplaats kiest bij advocaat D. Lindemans, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Kafrit International, Jan Speck en Kate Van Rampelberg op 20 december 2006 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het “Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Dilbeek van de zitting van 30 april 1991, in de mate dat hierin beslist werd dan wel de beslissing of keuze van de gemeentelijke verkeerscommissie van 3 december 1990 en 8 april 1991 (al dan niet expliciet) bekrachtigd werd om parkeerplaatsen voor zware voertuigen zoals vrachtwagens, sleep- en aanhangwagens, te voorzien op volgende plaats: Sint-Martens-Bodegem[:] Oude arm Brusselstraat (thans Bodegemstraat)”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-4974-1/5 Gelet op de beschikking van 27 maart 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 april 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Bogaert, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat D. Lindemans, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : Het voorwerp van de vordering
- Gelet op het verbod om auto’s, slepen en aanhangwagens met een hoogste toegelaten gewicht van meer dan 7,5 ton binnen de bebouwde kom langer dan acht uur na elkaar te laten parkeren, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a, E9c of E9d is aangebracht, beslist de gemeenteraad van Dilbeek op 19 februari 1991, in een aanvullend verkeersreglement, om met het oog op het langdurig parkeren van zware vrachtwagens onder andere de zone “Sint-Martens-Bodegem: Oude arm Brusselstraat” af te bakenen en “aan te duiden bij middel van de nodige verkeersborden E9a”. Op 30 april 1991 voegt de gemeenteraad aan de zones bedoeld in de gemeenteraadsbeslissing van 19 februari 1991, ook nog een zone te Groot- Bijgaarden, ter hoogte van het containerpark op de R. Dansaertlaan (kant rijrichting Brussel), toe.
- Rekening gehouden met het geheel van de vermeldingen van het verzoekschrift, beogen verzoekende partijen kennelijk de schorsing van de tenuitvoerlegging van de gemeenteraadsbeslissing van 19 februari 1991, in zoverre zij de zone “Sint-Martens-Bodegem: Oude arm Brusselstraat” betreft. XII-4974-2/5 De ontvankelijkheid
- Verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering tot schorsing. Een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid komt evenwel overbodig voor. Zij zouden zich slechts opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan zou zijn. Dit is, zoals hierna zal blijken, niet het geval. De grondvoorwaarden voor een schorsing
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- Met betrekking tot de tweede voorwaarde wordt in het verzoekschrift aangevoerd dat de eerste verzoekende partij in 2006 de historische hoeve “het Patronaatshof” heeft gekocht, gelegen te Sint-Martens-Bodegem, aan de Oude arm Brusselstraat, met de bedoeling om de hoeve volledig te restaureren, dat de tweede en de derde verzoekende partij de bestuurders/aandeelhouders van de eerste verzoekende partij zijn en van plan om zich na de voltooiing van de restauratie in de hoeve te vestigen, dat de bestreden beslissing het eigendomsrecht van de eerste verzoekende partij, haar recht op de bescherming en het rustig genot van haar eigendom aantast, dat het stationeren van zware vrachtwagens en aanhangwagens in de onmiddellijke nabijheid van de woning voor de tweede en derde verzoekende partij, evenals hun kinderen, hinder en overlast meebrengt en afbreuk doet aan hun “woonklimaat en welzijn”, “gezond leefklimaat” en “levenskwaliteit”, dat de bestreden beslissing de vlotte doorgang naar de hoeve verhindert en voor een verkeersonveilige situatie zorgt.
- Het bestreden aanvullend verkeersreglement voorziet in een parkeerplaats voor zware vrachtwagens in de nabijheid van het eigendom van eerste verzoekende partij, tevens de toekomstige woning van de tweede en derde verzoekende partij. Dit brengt volgens de vordering tot schorsing voor de betrokkenen hinder mee. De vraag waarvoor de Raad van State zich in verband daarmee geplaatst ziet, is of deze hinder van die aard is dat, zonder voorafgaande schorsing, de eventuele XII-4974-3/5 nietigverklaring van het aanvullend verkeersreglement te laat dreigt te komen om verzoekende partijen een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel te besparen. Het risico van zo een nadeel moet aan de hand van precieze en overtuigende gegevens aannemelijk worden gemaakt. Dergelijke gegevens worden door de verzoekende partijen niet aangevoerd. Weliswaar schermen laatstgenoemden veelvuldig met de aantasting van hun eigendomsrecht en van hun woonklimaat, maar zij komen er niet toe om de concrete impact daarop te doen inzien en om hard te maken dat die impact aan de voorwaarden van het artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State voldoet. Aangaande het argument van de verkeersonveiligheid, bijvoorbeeld, moet worden vastgesteld dat op de Oude arm Brusselstraat quasi geen verkeer plaatsheeft. In verband met de zogenaamde belemmering van de vlotte doorgang naar de hoeve is het niet duidelijk of de normale toegangsweg tot de hoeve wel over de kwestieuze Oude arm Brusselstraat loopt. Wat de hinder qua woon- en leefkwaliteit betreft, wordt zelfs niet beweerd dat de geparkeerde vrachtwagens vanuit het betrokken eigendom of de woning zichtbaar zijn. Inderdaad hebben verzoekende partijen, zoals zij betogen, “al herhaaldelijk klachten geuit bij politie- en de gemeente”. Die klachten waren echter in essentie ingegeven door hun “grote ergernis” omtrent de devaluatie van een “mooi stukje natuur” rond de hoeve. Deze ontsiering van de omgeving van de hoeve, terwijl verzoekende partijen de hoeve net “met behoud van zijn waardevol historisch en cultureel karakter” restaureren en op die manier wensen “onder andere de buurt te verfraaien en de onmiddellijke omgeving her op te waarderen”, lijkt ook de eigenlijke kern van het nadeel dat met het oog op de schorsing wordt aangevoerd. Als zodanig echter is de aantasting van de schoonheidswaarde van de Oude arm Brusselstraat, door de geparkeerde vrachtwagens, niet moeilijk herstelbaar. Dat is niet plotseling anders, omdat verzoekende partijen de gewraakte ontsiering in hun verzoekschrift met algemeenheden aankleden tot een zogenaamde aantasting van hun eigendomsrecht en van hun levenskwaliteit.
- Verzoekende partijen maken niet genoegzaam aannemelijk dat zij ten gevolge van de bestreden beslissing een nadeel dreigen te leiden dat ernstig én moeilijk te herstellen is. Alvast de tweede van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing is niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. XII-4974-4/5 OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien mei 2007, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4974-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.285 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.598 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div