id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.289 Rolnummer: A. 72492/X-7126 Zaak: Arrest 171289 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 16/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-06 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 06:43 Fiche Arrest nr 171.289 van 16 mei 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 171.289 van 16 mei 2007 in de zaak A. 72.492/X-
- In zake : Nadine VAN HAVRE, die woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- tussenkomende partijen : 1.de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Mobiliteit,
- de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en J. BOUCKAERT, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Loksumstraat
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Nadine VAN HAVRE op 16 december 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 mei 1996 van de Vlaamse regering houdende vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Antwerpen voor de aan te leggen hogesnelheidslijn (naar Amsterdam), voor de goederenlijn (naar Bergen-op-Zoom), voor de inrichting van de A12 en bijhorende voorzieningen, voor de driehoekige zone boven de Schelde-Rijn-verbinding, op het grondgebied van de gemeenten Kontich, Hove, Mortsel, Antwerpen, Stabroek, Brasschaat en Schoten, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 oktober 1996; Gelet op het arrest nr. 66.654 van 9 juni 1997 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-7126-1/5 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 8 juli 1997 ingediend door Nadine VAN HAVRE; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 18 september 1997 ingediend door de minister van Vervoer; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 3 november 1997 ingediend door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen; Gelet op de beschikking van 3 december 1997 die de tussenkomst van de minister van Vervoer en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 29 april 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekster; Gelet op de beschikking van 12 april 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 4 mei 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. MAN, die loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat Y. FRANCOIS, die loco advocaat P. AERTS verschijnt voor de verwerende partij, van adviseur L. CLOET, die verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en van advocaat J. BOUCKAERT, die verschijnt voor de tweede tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; X-7126-2/5 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekster in haar verzoekschrift haar belang omschrijft als volgt: “Verzoekende partij is eigenaar van gronden waarvan de bestemming door het bestreden besluit gewijzigd wordt tot reservatiestrook voor de aanleg van de HSL. Tevens woont zij binnen dit gewijzigd bestemmingsgebied. Verzoekende partij doet dan ook van het wettelijke vereiste belang blijken”; Overwegende dat op 11 augustus 2000 door de gemachtigde ambtenaar een stedenbouwkundige vergunning werd verleend aan de Nationale Maatschappij voor Belgische Spoorwegen (NMBS) voor de aanleg van de hogesnelheidslijn op het grondgebied van de steden/gemeenten Antwerpen, Schoten, Brasschaat, Brecht, Wuustwezel en Hoogstraten; dat ambtshalve dient te worden onderzocht of de verzoekster beschikt over het rechtens vereiste belang; dat aan de bestreden wijziging van het gewestplan uitvoering is gegeven door de bedoelde stedenbouwkundige vergunning; dat deze vergunning door de verzoekster niet is aangevochten; dat die stedenbouwkundige vergunning definitief en in rechte onaantastbaar is geworden; dat de verzoekster ondanks deze vaststelling in het auditoraatsverslag in haar “laatste memorie” dienaangaande geen argumenten aanbrengt; dat de verzoekster niet meer doet blijken van het rechtens vereiste actueel belang; dat het beroep niet ontvankelijk is; Overwegende dat toentertijd op het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging geen fiscale zegels dienden te worden aangebracht; dat er aanleiding toe bestaat het bedrag van de op dat verzoek tot voortzetting gekleefde zegels aan de verzoekster terug te betalen; Overwegende dat door de eerste tussenkomende partij op haar verzoekschrift tot tussenkomst in de vordering tot schorsing, zegels ter waarde van 74,37 euro werden gekleefd; dat op het ogenblik van het indienen van het verzoekschrift tot schorsing geen kosten verschuldigd waren voor de schorsings- procedure; dat derhalve 74,37 euro ten onrechte werd betaald; dat er aanleiding toe bestaat dit bedrag terug te betalen. X-7126-3/5 Overwegende dat door de tweede tussenkomende partij op haar verzoekschrift tot tussenkomst in het beroep tot nietigverklaring zegels ter waarde van 123,95 euro werden gekleefd; dat, gelet op artikel 8 van voornoemd koninklijk besluit, op het verzoek tot tussenkomst in het beroep tot nietigverklaring slechts zegels ter waarde van 74,37 euro dienden te worden gekleefd; dat derhalve 49,58 euro ten onrechte werd betaald; dat er aanleiding toe bestaat dit bedrag terug te betalen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 148,74 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. Het door de verzoekende partij op het verzoek tot voortzetting onverschuldigd gekweten recht, ten belope van 173,53 euro, dient te worden terugbetaald. Het door de eerste tussenkomende partij op het verzoekschrift tot tussenkomst in de schorsingsprocedure onverschuldigd gekweten recht, ten belope van 74,37 euro, dient te worden terugbetaald. Het door de tweede tussenkomende partij op het verzoekschrift tot tussenkomst onverschuldigd gekweten recht, ten belope van 49,58 euro, dient te worden terugbetaald. X-7126-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien mei 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-7126-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.289 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1997:ARR.66.654 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div