← België

Arrest 171517 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 24/05/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.517 Rolnummer: A. 92920/VII-21733 Zaak: Arrest 171517 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 24/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-01 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 06:43 Fiche Arrest nr 171.517 van 24 mei 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 171.517 van 24 mei 2007 in de zaak A. 92.920/VII-21.

  1. In zake : Chris KEUNEN, die woonplaats kiest bij advocaat J. VANDE MOORTEL, kantoor houdende te GENT, Groot-Brittanniëlaan 12 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaten L. DEPRÉ en F. VAN ACKER, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Chris KEUNEN op 23 juni 2000 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Nederlandstalige Geneeskundige Commissie van Brabant van 25 april 2000 waarbij haar aanvraag tot het verkrijgen van verworven rechten overeenkomstig artikel 54bis van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 ongegrond wordt verklaard; Gelet op het arrest nr. 90.530 van 26 oktober 2000 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op het arrest nr. 160.437 van 22 juni 2006 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek van de zaak; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 28 september 2006 die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; VII-21.733-1/5 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van verzoekster; Gelet op de beschikking van 13 maart 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 april 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. VANDE MOORTEL, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat P. SLEGERS, die loco advocaten L. DEPRÉ en F. VAN ACKER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. De feiten Voor de uiteenzetting van de feitelijke toedracht van de zaak wordt verwezen naar het arrest van de Raad van State nr. 90.530, van 26 oktober 2000 betreffende de vordering tot schorsing.
  4. Ontvankelijkheid In de memorie van antwoord werpt de verwerende partij als exceptie het gebrek aan belang van verzoekster op omdat, kort samengevat, op basis van de stukken waarop de bestreden beslissing vermocht acht te slaan, geen positieve beslissing mogelijk was, en omdat, zelfs indien rekening wordt gehouden met het stuk dat verzoekster nu heeft bijgevoegd, nog steeds niet de vereiste drie jaar voltijdse beroepservaring wordt aangetoond. In haar memorie van wederantwoord betoogt verzoekster dat een bijkomend stuk aantoont dat zij gedurende drie jaar voorafgaand aan 1 januari 1990 werkzaam is geweest in een verzorgingsinstelling en dat zij aldus wel de verpleegkundige handelingen heeft gesteld bedoeld in artikel 54bis van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de VII-21.733-2/5 geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies en wel voldoet aan de vereisten tot het verkrijgen van de verworven rechten bedoeld in dat artikel. In navolging van het aanvullend auditoraatsverslag en met verwijzing naar de arresten nrs. 154/2002 van 6 november 2002 en 183/2002 van 11 december 2002 van het Arbitragehof, die het voormelde artikel 54bis ongrondwettig hebben bevonden, stelt verzoekster dat van personen die niet voldoen aan de bekwaamheidsvereisten van artikel 21quater van het voormelde koninklijk besluit nr. 78, niet kan worden geëist (zoals gebeurt in het voormelde artikel 54bis) dat zij op 1 september 1990 gedurende minstens drie jaar voltijds in een verzorgingsinstelling of in een kabinet van een geneesheer of tandarts tewerkgesteld geweest zijn, om hun werkzaamheden te mogen blijven verrichten. Het arrest nr. 154/2002 van 6 november 2002 van het Arbitragehof zegt voor recht: "
  5. Artikel 54bis van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies (thans koninklijk besluit nr. 78 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen), ingevoegd bij de wet van 20 december 1974 en gewijzigd bij de wetten van 26 december 1985 en 22 februari 1994, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het van de personen die niet voldoen aan de bekwaamheidseisen van artikel 21quater, vereist dat zij op 1 september 1990 gedurende minstens drie jaar in een verzorgingsinstelling of in een kabinet van een geneesheer of tandarts tewerkgesteld zijn geweest.
  6. Dezelfde bepaling schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre zij het voordeel van de erin vervatte overgangsbepaling weigert aan de personen die halftijds tewerkgesteld zijn geweest gedurende een periode van drie jaar die aan 1 september 1990 voorafgaat, indien zij in die zin wordt geïnterpreteerd dat zij dat voordeel toekent aan de personen die een voltijdse tewerkstelling in een verzorgingsinstelling of in een kabinet van een geneesheer of tandarts per 1 september 1990 aantonen ook al zijn zij, sinds die datum, gestopt met werken.
  7. (...)". Het arrest nr. 183/2002 van 11 december 2002 van het Arbitragehof zegt voor recht: "Artikel 54bis van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies (thans koninklijk besluit nr. 78 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen), ingevoegd bij de wet van 20 december 1974 en gewijzigd bij de wetten van 26 december 1985 en 22 februari 1994, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het van de personen die niet voldoen aan de VII-21.733-3/5 bekwaamheidseisen van artikel 21quater, vereist dat zij op 1 september 1990 gedurende minstens drie jaar in een verzorgingsinstelling of in een kabinet van een geneesheer of tandarts tewerkgesteld zijn geweest". In het licht van de voormelde arresten van het Arbitragehof kan van personen die niet voldoen aan de bekwaamheidsvereisten neergelegd in artikel 21quater van het voormelde koninklijk besluit nr. 78, niet worden geëist dat zij op 1 september 1990 gedurende minstens drie jaar in een verzorgingsinstelling of in een kabinet van een geneesheer of tandarts tewerkgesteld zijn geweest, om hun werkzaamheden als verpleegkundige te mogen blijven verrichten. Rekening houdend met het door het Arbitragehof ongrondwettig bevinden van het voormelde artikel 54bis heeft verzoekster wel belang bij een vernietiging van de bestreden beslissing. De exceptie wordt verworpen.
  8. Ten gronde De bestreden beslissing wordt gegrond op artikel 54bis van het voormelde koninklijk besluit nr. 78 van 10 november
  9. Steunend op die bepaling overweegt de bestreden beslissing "dat de verpleegkundige activiteiten werden uitgeoefend gedurende een periode korter dan drie jaar op voltijdse basis vóór 1 september 1990" , en verklaart zij verzoeksters aanvraag ongegrond. Het meergenoemde artikel 54bis van het koninklijk besluit nr. 78 werd, zoals hoger weergegeven, ongrondwettig bevonden door het Arbitragehof in zoverre het van de personen die niet voldoen aan de bekwaamheidseisen van artikel 21quater, vereist dat zij op 1 september 1990 gedurende minstens drie jaar in een verzorgingsinstelling of in een kabinet van een geneesheer of tandarts tewerkgesteld zijn geweest. Vermits de bestreden beslissing steunt op artikel 54bis van het koninklijk besluit nr. 78 en ambtshalve wordt vastgesteld dat dit artikel niet kan fungeren als rechtsgrond, dient de bestreden beslissing te worden vernietigd, VII-21.733-4/5 BESLUIT: Artikel
  10. Vernietigd wordt de beslissing van de Nederlandstalige Geneeskundige Commissie van Brabant van 25 april 2000 waarbij de aanvraag van Chris KEUNEN tot het verkrijgen van verworven rechten overeenkomstig artikel 54bis van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 ongegrond wordt verklaard. Artikel
  11. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde beslissing. Artikel
  12. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig mei tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de H. E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. C. BAMPS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-21.733-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.517 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.90.530 ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.437 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.