← België

Arrest 171521 - Schooltucht - 24/05/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.521 Rolnummer: A. 118883/XII-3504 Zaak: Arrest 171521 - Schooltucht - 24/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-05 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 06:43 Fiche Arrest nr 171.521 van 24 mei 2007 Onderwijs en cultuur - Schooltucht Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 171.521 van 24 mei 2007 in de zaak A. 118.883/XII-

  1. In zake : Kevin HOOGE, wonende te Wommelgem, Beeldekensweg 52 tegen : de PROVINCIE ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Kevin Hooge op 28 maart 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit op 1 februari 2002 genomen door de Bestendige Deputatie van de Provincie Antwerpen, dienst onderwijs, Jeugd en Vorming, waarbij het hoger beroep tegen de tuchtmaatregel van definitieve uitsluiting, opgelegd door de heer R. Gysemans, directeur van de PIVA ongegrond werd verklaard, en voornoemde administratieve beslissing tot definitieve verwijdering gehandhaafd werd”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de beschikking van 5 september 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 22 maart 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 mei 2007; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-3504-1/8 Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Deckers, die verschijnt voor verzoeker, en van bestuurssecretaris B. Janssens, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De gegevens van de zaak
  2. Verzoeker is tijdens het schooljaar 2001-2002 leerling in de klas 5BBa (bakkerij) van het Provinciaal Instituut Voeding Antwerpen (PIVA). Naar aanleiding van verschillende klachten betreffende zijn gedrag en de invloed ervan op de klassfeer ondertekent verzoeker op 27 september 2001 bij wijze van ordemaatregel, ingevolge een beslissing van de klassenraad, een “gedragscontract”. In geval van inbreuken op de gemaakte afspraken wordt de onmiddellijke verwijdering van de school in het vooruitzicht gesteld. Op 20 december 2001 stelt de klassenraad vast dat verzoeker systematisch de afspraken overtreedt en geeft hij een negatieve evaluatie. De directeur van het PIVA deelt aan verzoekers moeder op 21 december 2001 mee dat de klassenraad hem unaniem het advies heeft gegeven om verzoeker definitief van de school te verwijderen en dat hij “beslist om uw zoon Kevin definitief uit te sluiten uit de school”. Hij nodigt de moeder van verzoeker uit voor een gesprek hierover. Op 28 december 2001 reageert verzoekers raadsman, die het schoolreglement in herinnering brengt ingeval tot een tuchtmaatregel wordt besloten. Na nog enige briefwisseling vindt op 14 januari 2002 een gesprek plaats. De directeur deelt op 17 januari 2002 mee dat hij geen reden ziet om de genomen beslissing te herzien, zodat de definitieve uitsluiting uitwerking heeft “vanaf heden”. De aanzeggingsbrief vermeldt de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de voorzitter van de interne beroepscommissie van het PIVA. XII-3504-2/8 Aldus gebeurt. Verzoeker en zijn ouders worden uitgenodigd om gehoord te worden door de bestuurscommissie van het PIVA op 31 januari
  3. Blijkens het proces-verbaal van dat verhoor voert verzoeker onder meer aan dat “de heer R. Gysemans vooraf op dezelfde bestuurscommissie op niet-tegensprekelijke wijze gehoord is”. Op 31 januari 2002 beslist de bestuurscommissie van het PIVA om de beslissing van de directie te bevestigen en de definitieve verwijdering van verzoeker uit het PIVA te handhaven. Blijkens de notulen van de vergadering woont directeur R. Gysemans de vergadering bij met raadgevende stem. Met een 1 februari 2002 gedateerd schrijven wordt dan aan verzoeker meegedeeld wat volgt : “In vergadering van 31 januari 2002 werd u gehoord door de Bestuurscommissie inzake het beroep tegen de beslissing van de directie om u definitief uit het Provinciaal Instituut PIVA te verwijderen. Gedurende deze zitting voerde u, bij monde van uw raadsman Meester Marc Deckers, verweer en werd proces-verbaal van zijn tussenkomst opgemaakt. De Bestuurscommissie trof volgend besluit : ‘Gelet op de stukken van het dossier, de neergelegde stukken tijdens de zitting door de raadsman Meester Marc Deckers, en na grondige afweging van de door de raadsman aangevoerde elementen van verweer; Overwegende dat Kevin Hooge reeds een lange historiek heeft van gedragsmoeilijkheden binnen het Provinciaal Instituut PIVA; Overwegende dat Kevin Hooge, ondanks verschillende berichten, gesprekken en/of verwittigingen, de regels van de school bleef overtreden en aangezien hij de afspraken, gemaakt in het gedragscontract dd. 27 september 2001 niet heeft nagevolgd en hij door zijn houding een storende invloed had op de klas waardoor sommige leerlingen onder zijn negatieve invloed kwamen te staan; Overwegende dat door de begeleidende klassenraad werd geadviseerd om Kevin Hooge te verwijderen omwille van zijn subtiele en geraffineerde mentaliteit en negatieve houding en inzet, het ontbreken van een positieve studiegeest, het niet nakomen van gedane beloftes, zijn storende houding in de klas en tijdens extra-murosactiviteiten; Overwegende dat het belang van het onderwijs en de sereniteit van het schoolleven een collectief belang is van alle leerlingen en dat dit belang gesteld dient te worden tegenover het belang van Kevin Hooge die binnen de school door zijn gedrag een storende factor vormt en reeds geruime tijd de goede gang van het schoolleven en zowel een normaal lesverloop als de extra- murosactiviteiten bezwaart; Overwegende dat tijdens de zitting van Bestuurscommissie door Kevin Hooge en zijn raadsman Meester Marc Deckers geen nieuwe elementen naar voor werden gebracht die van aard zouden kunnen zijn om de beslissing tot definitieve verwijdering uit het Provinciaal Instituut PIVA ongedaan te maken; Wordt unaniem besloten de beslissing van de directie te bevestigen en de definitieve verwijdering van Kevin Hooge uit het Provinciaal Instituut PIVA te handhaven’. XII-3504-3/8 Het Provinciaal Centrum voor Leerlingenbegeleiding kan steeds gecontacteerd worden voor begeleiding en advies bij de verdere schoolkeuze en kan tevens advies geven met betrekking tot eventuele therapeutische begeleiding. Tegen deze beslissing van de Bestuurscommissie kan beroep worden ingesteld overeenkomstig de op keerzijde vermelde modaliteiten. De heer en mevrouw Hooge-Backeljau, alsook uw raadsman Meester Marc Deckers, ontvangen kopie van dit schrijven”. Deze brief is “Namens de bestendige deputatie” ondertekend, eensdeels, door een afdelingschef “Voor de provinciegriffier” en, anderdeels, door een bestendig afgevaardigde “Voor de Gouverneur”. De ontvankelijkheid en het voorwerp van het beroep 2.
  4. Verwerende partij werpt op dat verzoeker beroep aantekent tegen een onbestaande beslissing, zowel wat het bevoegde orgaan als wat de datum betreft. Er bestaat geen beslissing van de bestendige deputatie van 1 februari 2002, zodat het beroep zonder voorwerp is. Het voorwerp diende het besluit van 31 januari 2002 van de bestuurscommissie van het PIVA te zijn. Er is niet voldaan aan het vormvoorschrift, bedoeld in artikel 2, § 1, 2/, van het algemeen procedurereglement van 23 augustus
  5. 2.
  6. Verzoeker heeft zelf van de bestreden beslissing van 31 januari 2002 van de bestuurscommissie geen afschrift ontvangen. Hij is voortgegaan op de kennisgeving ervan die hij van verwerende partij mocht ontvangen, die 1 februari 2002 is gedateerd en “namens de bestendige deputatie” is ondertekend. Hij heeft een afschrift van die brief bij het verzoekschrift gevoegd en de er in geciteerde beslissing van de bestuurscommissie blijkens het hierna besproken tweede middel van zijn verzoekschrift ontegensprekelijk tot het voorwerp van zijn beroep gerekend. Hierover bestond ook geen twijfel bij verwerende partij : gelet op het door haar neergelegde administratief dossier en het door haar gevoerde verweer heeft zij moeiteloos de bestreden beslissing kunnen identificeren. De vergissing die verzoeker wordt aangewreven heeft de identificatie van het voorwerp van het beroep niet belemmerd en kan dan ook niet leiden tot de onontvankelijkheid van zijn beroep. Overigens, zo de bestreden beslissing formeel uitgaat van de bestuurscommissie, dan is het toch de provincie Antwerpen waarvan die commissie een orgaan is, die in rechte het verweer moet voeren bij monde van haar deputatie. 2.
  7. De exceptie wordt verworpen. XII-3504-4/8 De gegrondheid van het beroep
  8. Verzoeker heeft tegen de bestreden beslissing in het inleidend verzoekschrift drie vernietigingsgronden aangevoerd. Het voor het onderzoek van de zaak aangewezen lid van het auditoraat heeft in het auditoraatsverslag het eerste middel en het tweede middel aan een beredeneerd onderzoek onderworpen. Over het eerste middel, waarin een schending is aangevoerd van het schoolreglement wat de gevolgde procedure betreft, huldigt het auditoraats- verslag het standpunt dat het middel ongegrond is. Verzoeker heeft naderhand geen laatste memorie ingediend, zodat moet worden aangenomen dat hij zich tegen dit standpunt niet verzet en, aldus, geacht moet worden afstand te doen van het bedoelde middel, wat hij ter terechtzitting overigens bevestigt. 4.
  9. Het tweede middel formuleert verzoeker als volgt : “Bij de behandeling van de zaak voor de Bestendige Deputatie dd. 31 januari 2002, kwam verzoeker samen met zijn raadsman aan aan de zittingszaal. Zij stelden vast dat op het moment dat zij wilden binnengaan, de heer Gysemans, directeur, die de beslissing in eerste aanleg genomen heeft, buiten kwam uit de raadszaal, en klaarblijk[elijk] louter eenzijdig, zonder enige vorm van tegenspraak reeds gepraat had met de raadsleden. Zulks werd dan ook op uitdrukkelijk verzoek van de raadsman van verzoeker geacteerd in het proces-verbaal van de terechtzitting. Na het horen van verzoeker en zijn raadsman, ging de heer Gysemans wederom de raadszaal binnen, hetwelk niet geacteerd kon worden omdat het pv afgesloten was na ondertekening. Dat zulks fundamenteel elke regel van de tegenspraak en de objectiviteit schendt. Dat de bestreden administratieve rechtshandeling verkozen heeft van op dit argument absoluut niet te antwoorden, zodat wederom niet enkel de op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen niet zijn nageleefd, doch ook de motiveringsplicht geschonden is”. 4.
  10. Verwerende partij antwoordt dat de procedure “geheel volgens het gebruikelijke scenario” verliep. Bij de aanvang van de zitting wordt eerst de schooldirectie ontboden in de vergadering teneinde mogelijke vragen om verduidelijking en toelichting van de leden van de commissie te beantwoorden. Hierbij dient de directeur zich strikt aan het dossier te houden en worden geen nieuwe argumenten of middelen aanvaard of toegelaten. Nadat de directie de vragen van de leden van de commissie heeft beantwoord, verlaat hij de vergadering en XII-3504-5/8 worden de leerling, de ouders en de raadsman toegelaten. Als zij gehoord zijn en de vergadering weer hebben verlaten, beraadslaagt de bestuurscommissie en komt zij tot een besluit. De directie wordt vervolgens in de vergadering ontboden en het besluit wordt mondeling meegedeeld, zodat de directie er onmiddellijk naar kan handelen -reïntegratie van de leerling of verwittiging van het CLB voor verdere begeleiding. Er wordt bewust gekozen voor een afzonderlijk horen van directeur en leerling teneinde de sereniteit van de procedure te waarborgen en directie en leerling zo min mogelijk in een vechtprocedure als tegenpartijen of kemphanen tegenover elkaar te plaatsen. De rechten van verdediging van verzoeker noch zijn hoorrecht kunnen bij deze handelwijze geschonden worden aangezien de directeur geen enkel nieuw middel of stuk mag aanbrengen en zijn rol ertoe beperkt is het dossier eventueel toe te lichten. Ook de motiveringsplicht is niet geschonden. De bestuurscommissie bevestigt de beslissing en geeft dienovereenkomstig haar motieven, zonder op elk argument van verzoeker in extenso te moeten antwoorden. Hoewel dit middel volgens het auditoraatsverslag gegrond is, komt verwerende partij er in haar laatste memorie niet meer op terug. 4.
  11. Verwerende partij erkent dat de directeur gehoord is door de bestuurscommissie buiten de aanwezigheid van verzoeker, zoals deze heeft laten noteren op het proces-verbaal van de hoorzitting. Nog daargelaten dat de bestuurscommissie, zoals verzoeker opmerkt, inderdaad in de bestreden beslissing niet reageert op deze notulering, en de naderhand voor de Raad van State aangebrachte verantwoording door de verwerende partij dus niet aan de bestuurscommissie kan worden toegerekend, is het slechts een loutere bewering dat de directeur “geen enkel nieuw middel of nieuw stuk mag aanbrengen”, waarvan het verzoeker precies grieft dat hij zulks bij het horen van de directeur niet zelf heeft kunnen controleren. Daar komt bij dat de beslissing waarvan beroep, genomen is door de directeur. Dat de bestuurscommissie sereniteit nastreeft is lovenswaardig, het neemt niet weg dat hoe dan ook de directeur en de betrokken leerling als tegenpartij tegenover elkaar geplaatst zijn. Als de directeur derhalve toegestaan wordt op niet-tegensprekelijke wijze het dossier toe te lichten -luidens de notulen van de vergadering “overloopt [hij] samen met de leden van de Bestuurscommissie de dossierstukken [...] en schetst [hij] de toestand in de praktijk en de weerslag van de houding van betrokkene op het schoolgebeuren en de klassfeer”- en zelfs indien hem daarbij niet wordt toegestaan nieuwe elementen aan te brengen, dan brengt dit de rechten van de verdediging in het gedrang, omdat de getuchtigde leerling niet in XII-3504-6/8 staat is om te repliceren op die aanvullende toelichting bij het dossier. In een procedure als de voorliggende, die leidt tot de definitieve uitsluiting van de leerling uit de school, moet die leerling, ten einde hem een volwaardig recht om zijn zienswijze mede te delen te waarborgen, worden toegestaan te repliceren op de toelichting die de auteur van de beroepen beslissing geeft over de stukken van het dossier en over de “schets [van] de toestand” en om er zich van te vergewissen dat geen gegevens worden toegevoegd waarop hij misschien eveneens had willen antwoorden. Tegenover de verklaring van verwerende partij in de memorie van antwoord, dat de directie zuiver toelichting geeft en ook naderhand enkel tot de vergadering wordt toegelaten om het genomen besluit te aanhoren, staat ten slotte ook de vermelding in de notulen dat de directeur die, zoals hiervoor opgemerkt, als auteur van de beroepen beslissing in de ogen van de betrokken leerling partij is in het geschil, deelneemt als lid met raadgevende stem. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
  12. Vernietigd wordt het besluit van 31 januari 2002 van de bestuurscommissie van het Provinciaal Instituut Voeding Antwerpen, waarbij de definitieve verwijdering van Kevin Hooge wordt gehandhaafd. Artikel
  13. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XII-3504-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig mei 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3504-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.521 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.