← België

Arrest 171527 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 24/05/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.527 Rolnummer: A. 183400/XII-5112 Zaak: Arrest 171527 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 24/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-01 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-29 06:43 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) DE Fiche Arrest nr 171.527 van 24 mei 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 171.527 van 24 mei 2007 in de zaak A. 183.400/XII-

  1. In zake :
  2. de vereniging LIJST DEDECKER,
  3. Jean-Marie DEDECKER, die woonplaats kiezen bij advocaat K. Roelandt, kantoor houdende te 1170 Brussel, Terhulpsesteenweg 187 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’Hooghe en S. Jochems, kantoor houdende te 1000 Brussel, Loksumstraat 25 tussenkomende partij :
  4. le CENTRE DEMOCRATE HUMANISTE (CDH),
  5. ECOLO,
  6. le MOUVEMENT REFORMATEUR (MR),
  7. le PARTI SOCIALISTE (PS), die woonplaats kiezen bij advocaat J. Bourtembourg, kantoor houdende te 1060 Brussel, Zwitserlandstraat
  8. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de vereniging Lijst Dedecker en Jean-Marie Dedecker op 18 mei 2007 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van: “
  9. Het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken d.d. 11 mei 2007 houdende verwerping van de akte waarbij de heer Jean-Marie Dedecker de bescherming van het letterwoord Lijst Dedecker vraagt voor de federale parlementsverkiezingen van 10 juni 2007 [...]
  10. De beslissingen van de Minister van Binnenlandse Zaken d.d. 11 mei 2007 tot toekenning van een nationaal volgnummer aan de weerhouden politieke partijen”; XII-5112-1/5 Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 22 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 mei 2007, om 11.30 uur; Gezien het ter terechtzitting neergelegde verzoekschrift waarbij CDH, ECOLO, MR en PS vragen in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. De Caluwe die, loco advocaat K. Roelandt verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaten D. D’Hooghe en S. Jochems die verschijnen voor de verwerende partij en van advocaten J. Bourtembourg en E. Jacubowitz die verschijnen voor de tussenkomen- de partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur auditeur L. Vermeire; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De voorgaanden
  11. Op 11 mei 2007 legt tweede verzoekende partij naar aanleiding van de federale parlementsverkiezingen van 10 juni 2007 een akte neer waarin zij de bescherming van het letterwoord Lijst Dedecker vraagt en verklaart dat letterwoord te willen vermelden in de voordrachtsakte van de kandidaten die zij zal neerleggen met het oog op de federale parlementsverkiezingen van 10 juni
  12. Dezelfde dag verklaart de minister van Binnenlandse Zaken de akte onontvankelijk omdat de politieke formatie die tweede verzoekende partij onder het letterwoord Lijst Dedecker ter stemming wil voordragen momenteel niet vertegenwoordigd is in een parlementaire assemblee door ministens één verkozene. XII-5112-2/5 De akten die vertegenwoordigers van CDH, PS, SP.A-SPIRIT, VLAAMS BELANG, FN, ECOLO, MR, OPEN VLD, GROEN! en CD&V NVA indienen, worden wel als regelmatig aanvaard. Aan de betrokken partijen wordt vervolgens bij loting een gemeenschappelijk volgnummer toegewezen. De tussenkomst
  13. CDH, ECOLO, MR en PS vragen in de procedure te mogen tussenkomen. Aangezien hun belangen betrokken zijn, is er reden op het verzoek in te gaan. De rechtsmacht van de Raad van State
  14. De verwerende en de tussenkomende partijen betwisten de rechtsmacht van de Raad van State.
  15. Luidens artikel 48 van de Grondwet onderzoekt elke Kamer de geloofsbrieven van haar leden en beslecht zij de geschillen die hieromtrent rijzen. Zoals de Raad van State reeds eerder heeft geoordeeld -getuige de arresten inzake Feret, nr. 53.170 van 8 mei 1995, Vrancken en Stukken, nr. 54.395 van 6 juli 1995, en CDH en Viseur, nr. 118.570 van 24 april 2003- houdt een dergelijke bepaling in dat de betrokken wetgevende assemblee zelf uitspraak doet over de regelmatigheid van de verkiezingen in zoverre ze haar eigen leden betreffen. Die assemblee oefent daarbij een jurisdictionele bevoegdheid uit, waardoor in de regel de bevoegdheid van rechtscolleges zoals de Raad van State uitgesloten is. Weliswaar heeft de wetgever in sommige gevallen met betrekking tot de controle op de regelmatigheid van een aantal aan de verkiezingen voorafgaande verrichting- en, bepaalde bevoegdheden toegekend aan de justitiële rechtsmachten of aan de Raad van State. Gelet op de bewoordingen van voormeld artikel 48 van de Grondwet, echter, moeten die bevoegdheden beperkend worden geïnterpreteerd. Overigens stelt de Raad van State vast, in het algemeen, dat alle beroepen die binnen het raam van verkiezingsprocedures kunnen worden ingesteld, uitdrukkelijk door de wet zijn bepaald en dat daarbij extreem korte termijnen moeten worden geëerbiedigd. De wetgever heeft aldus een geheel van mechanismen XII-5112-3/5 opgezet dat zodanig georganiseerd is dat ook hieruit blijkt dat beroepen waarin de kieswet niet uitdrukkelijk voorziet, uitgesloten zijn.
  16. Door de Raad van State kan vooralsnog geen wetsbepaling worden ontwaard die hem specifiek de bevoegdheid verleent om de nietigverklaring of de schorsing uit te spreken van de bestreden beslissingen.
  17. De opgeworpen exceptie lijkt dermate ernstig dat zij alleszins in de huidige stand van de procedure wordt bijgevallen. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
  18. Het verzoek tot tussenkomst van le CENTRE DEMOCRATE HUMANISTE, ECOLO, le MOUVEMENT REFORMATEUR en le PARTI SOCIALISTE in het administratief kort geding bij uiterst dringende noodzakelijk- heid wordt ingewilligd. Artikel
  19. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  20. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bepaald op 350 euro komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 500 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen elk voor een vierde. XII-5112-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig mei 2007, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad. G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad. E. BREWAEYS, staatsraad. F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5112-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.527 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.