← België

Arrest 171602 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 29/05/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.602 Rolnummer: A. 70915/IX-1312 Zaak: Arrest 171602 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 29/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-14 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 06:44 Fiche Arrest nr 171.602 van 29 mei 2007 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 171.602 van 29 mei 2007 in de zaak A. 70.915/IX-1312 In zake : Guido LAUREYSSENS, die woonplaats kiest bij advocaat J. HENDRICKX, kantoor houdende te ANTWERPEN, Lange Lozanastraat 24 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-

  1. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Guido LAUREYSSENS op 10 september 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 25 juni 1996 van de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap waarbij zijn functionele loopbaan vertraagd wordt; Gezien de ”memorie van antwoord” en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 25 augustus 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; IX-1312-1/5 Gelet op de beschikking van 29 maart 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 mei 2007; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. VANGEEL die, loco advocaat J. HENDRICKX verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat L. VANFRAECHEM die, loco advocaat P. DEVERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
  3. Verzoeker is loods bij de administratie waterwegen en zeewezen, afdeling zeewezen Schelde, bij het departement Leefmilieu en Infrastructuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. 1.
  4. Tijdens de maand oktober 1995 wordt met betrekking tot de functie van verzoeker een functiebeschrijving opgesteld. 1.
  5. Op 25 januari 1996 wordt met verzoeker een evaluatiegesprek gevoerd waarvan de resultaten in een evaluatieverslag worden vastgelegd. 1.
  6. Op 20 mei 1996 doet het college van afdelingshoofden van de administratie waterwegen en zeewezen een voorstel om de functionele loopbaan van verzoeker te vertragen. 1.
  7. Op 11 juni 1996 wordt verzoeker door de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur gehoord. IX-1312-2/5 1.
  8. Op 25 juni 1996 beslist de directieraad de functionele loopbaan van verzoeker te vertragen. Dit is de bestreden beslissing. Deze beslissing wordt bij aangetekende brief van 15 juli 1996 aan verzoeker ter kennis gebracht;
  9. Over de rechtspleging. Overwegende dat de memorie van antwoord van de verwerende partij werd toegezonden op 11 december 1996; dat dit na het verstrijken van de termijn van 60 dagen is waarover de verwerende partij beschikte voor het indienen van die memorie; dat de memorie van antwoord, luidens artikel 21, vijfde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, derhalve ambtshalve uit de debatten dient te worden geweerd; Overwegende dat de verwerende partij de inhoud van haar memorie van antwoord overneemt in haar laatste memorie; dat, in zoverre zij daarbij de onontvankelijkheid van bepaalde middelen opwerpt, de desbetreffende excepties onontvankelijk zijn, nu zij reeds eerder opgeworpen hadden kunnen worden en zij de openbare orde niet raken;
  10. Over de gegrondheid van het beroep. 3.
  11. Overwegende dat verzoeker als derde middel aanvoert dat er een totale tegenstrijdigheid bestaat met de evaluatie die hem eerder werd toegekend en men “doelbewust en te kwader trouw het enige min of meer negatief punt uit het verslag (heeft) gehaald en op die basis een maatregel van vertraging van functionele loopbaan (heeft) uitgesproken”; 3.
  12. Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie, met betrekking tot het derde middel, aanvoert dat zij niet kan “ontwaren welke rechtsregel of welk algemeen rechtsbeginsel verzoeker geschonden acht te zijn”; 3.
  13. Overwegende dat uit artikel VIII 77, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1993 houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel, in de versie ten tijde van de bestreden beslissing, blijkt dat de beslissing over de IX-1312-3/5 loopbaansnelheid genomen wordt op basis van de functioneringsevaluatie; dat de beslissing om verzoekers loopbaan te vertragen door de directieraad, in navolging van het advies van het college van afdelingshoofden, als volgt wordt gemotiveerd: “Guido Laureyssens had moeilijkheden met het aanvaarden van de hiërarchische structuur van de afdeling en liet niet na om hierover zijn mening kenbaar te maken op een ongepaste en brutale manier. Die strookte niet met de deontologie van de ambtenaar in het algemeen en meer bepaald in zijn functie als loods. Deze functie behoort tot de dienstverlening. Bovendien deed hij dit in het bijzijn van loodsdienstregelaars (niveau D en E) die hem niet gepast konden te woord staan. Dit gaf aanleiding tot een spanningsveld waardoor de goede verstandhouding verstoord werd en de dienstverlening in diskrediet kwam. Deze handelswijze kan niet worden aanvaard om de algemene coherentie in de afdeling te garanderen”; dat de functioneringsevaluatie die tijdens de maand februari 1996 over verzoeker werd opgemaakt, weliswaar melding maakt van het feit dat verzoeker “moeilijkhe- den heeft met de communicatie met de verkeersdiensten” en dat hij niet voldoende communicatie houdt met de wal en dat hij moeilijkheden heeft met het aanvaarden van hiërarchische structuren en soms ongepast reageert; maar dat daartegenover echter staat dat de evaluatie voor het overige geen enkele negatieve vermelding bevat; dat integendeel vermeld wordt dat verzoeker: - goede adviezen geeft over het navigatiebeleid op een nautisch verantwoorde manier en een goede communicatie heeft met de andere vaarweggebruikers; - zich goed op de hoogte houdt van de gegevens van de schepen en vaarwaters; - goed toeziet op de veiligheid van de vaarwaters en prompt alle problemen terzake meedeelt aan de geëigende diensten; - goed toeziet op de veiligheid van de geloodste vaartuigen en anticipeert op gevaarlijke toestanden door tijdig te wijzen op het onveilig vaargedrag van anderen door hen op correcte maar concrete manier te wijzen op wat er toelaatbaar is; - goed meewerkt aan bijzondere transporten en nieuwe projecten door zijn deelname aan simulaties; - de gezagdragers helpt bij het vervullen van hun administratieve taken met het gevolg dat ook alle afgeleverde documenten degelijk ingevuld zijn; dat voorts nog melding wordt gemaakt van verzoekers “zelfbewust optreden” (“op een natuurlijke manier straalt hij zelfvertrouwen uit, gebaseerd op een gedegen kennis. Straalt autoriteit uit, geaccentueerd door zijn verzorgd voorkomen en goede taalkennis waardoor hij correct zijn intenties kan overbrengen”) en zijn “collegialiteit” (“door het feit dat hij steeds bereid is aan onderzoeken te werken in groepsverband, waar hij goed overleg kan plegen met zijn IX-1312-4/5 collega's om tot adviesvorming te komen”); dat niets in deze evaluatie - ook niet de hiervóór aangehaalde ongunstige vermeldingen - laat vermoeden dat verzoeker zo ondermaats presteert dat hij voor een loopbaanvertraging in aanmerking komt; dat het dan ook volkomen onbegrijpelijk is hoe de directieraad, daarin geadviseerd door het college van afdelingshoofden, op basis van verzoekers evaluatiedossier tot de bestreden beslissing is kunnen komen; dat het derde middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
  14. Vernietigd wordt de beslissing van 25 juni 1996 van de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap waarbij de functionele loopbaan van Guido LAUREYSSENS vertraagd wordt. Artikel
  15. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 29 mei 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1312-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.602 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.