← België

Arrest 171606 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 29/05/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.606 Rolnummer: A. 70919/IX-1308 Zaak: Arrest 171606 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 29/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-14 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 20:02 Fiche Arrest nr 171.606 van 29 mei 2007 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 171.606 van 29 mei 2007 in de zaak A. 70.919/IX-

  1. In zake : Luc WYGAERTS, die woonplaats kiest bij advocaat J. HENDRICKX, kantoor houdende te ANTWERPEN, Lange Lozanastraat 24 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Luc WYGAERTS op 10 september 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 25 juni 1996 van de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap waarbij zijn functionele loopbaan vertraagd wordt; Gezien de “memorie van antwoord” en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 25 augustus 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; IX-1308-1/6 Gelet op de beschikking van 29 maart 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 mei 2007; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. VANGEEL die, loco advocaat J. HENDRICKX verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat L. VANFRAECHEM die, loco advocaat P. DEVERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
  4. Verzoeker is loods bij de administratie waterwegen en zeewezen, afdeling zeewezen Schelde, bij het departement Leefmilieu en Infrastructuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. 1.
  5. Tijdens de maand oktober 1995 wordt met betrekking tot de functie van verzoeker een functiebeschrijving opgesteld. 1.
  6. Op 22 januari 1996 wordt met verzoeker een evaluatiegesprek gevoerd waarvan de resultaten in een evaluatieverslag worden vastgelegd. 1.
  7. Op 20 mei 1996 doet het college van afdelingshoofden van de administratie waterwegen en zeewezen een voorstel om de functionele loopbaan van verzoeker te vertragen. 1.
  8. Op 11 juni 1996 wordt verzoeker door de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur gehoord. IX-1308-2/6 1.
  9. Op 25 juni 1996 beslist de directieraad de functionele loopbaan van verzoeker te vertragen. Dit is de bestreden beslissing. Deze beslissing wordt bij aangetekende brief van 15 juli 1996 aan verzoeker ter kennis gebracht;
  10. Over de rechtspleging. Overwegende dat de memorie van antwoord van de verwerende partij werd toegezonden op 11 december 1996; dat dit na het verstrijken van de termijn van 60 dagen is waarover de verwerende partij beschikte voor het indienen van die memorie; dat de memorie van antwoord, luidens artikel 21, vijfde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, derhalve ambtshalve uit de debatten dient te worden geweerd; Overwegende dat de verwerende partij de inhoud van haar memorie van antwoord overneemt in haar laatste memorie; dat, in zoverre zij daarbij de onontvankelijkheid van bepaalde middelen opwerpt, de desbetreffende excepties onontvankelijk zijn, nu zij reeds eerder opgeworpen hadden kunnen worden en zij de openbare orde niet raken;
  11. Over de gegrondheid van het beroep. 3.
  12. Overwegende dat verzoeker als derde middel aanvoert dat er een totale tegenstrijdigheid bestaat met de evaluatie die hem eerder werd toegekend en men “doelbewust en te kwader trouw het enige min of meer negatief punt uit het verslag (heeft) gehaald en op die basis een maatregel van vertraging van functionele loopbaan (heeft) uitgesproken”; 3.
  13. Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie, met betrekking tot het derde middel, verwijst naar elementen nopens het functione- ren van verzoeker die hem in het advies van het college van afdelingshoofden worden aangerekend, waarvan de motieven werden overgenomen door de directieraad, en die terug te vinden zijn in het evaluatieverslag; dat waar de bestreden beslissing luidt “dat het normaal verloop van de dienstregeling in het gedrang kwam, wat een nefaste weerslag had op de toepassing van de dienst- en beurtregeling”, er in het evaluatieverslag wat betreft de functioneringscriteria, met IX-1308-3/6 betrekking tot zijn collegialiteit wordt gesteld dat verzoeker nooit bereid is geweest om in groepsverband aan onderzoeken te werken en te strikt de beurtregeling toepast; dat waar de bestreden beslissing luidt “ hij buit tevens alle mogelijkheden uit om zo weinig mogelijk te presteren en de beloodsing door zijn collega’s te laten uitvoeren, waardoor de vlotte afhandeling van de loodsdiensten in het gedrang komt”, er in het evaluatieverslag van 31 januari 1996, wat betreft de resultaatgebie- den, gesteld wordt dat verzoeker geen bijdrage levert voor nieuwe projecten en testen met simulator; dat volgens de verwerende partij de bestreden beslissing derhalve niet aan te merken is als een daad van willekeur; 3.
  14. Overwegende dat uit artikel VIII 77, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1993 houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel, in de versie ten tijde van de bestreden beslissing, blijkt dat de beslissing over de loopbaansnelheid genomen wordt op basis van de functioneringsevaluatie; dat in de functioneringsevaluatie die tijdens de maand januari 1996 over verzoeker werd opgemaakt weliswaar, onder de rubriek “resultaatgebieden” vermeldt dat verzoeker, rekening houdende met zijn ervaring, “spijtig genoeg geen bijdrage voor nieuwe projecten en testen met simulator verleent”, dat onder de rubriek “functioneringscri- teria”, als zwakste criterium vermeldt “nog nooit bereid geweest om in groepsver- band aan onderzoeken te werken en past te strikt de beurtregeling toe”, en onder de rubriek “afspraken” vermeldt “moet buiten zijn taak als loods zijn ervaring meer ten dienste stellen van nieuwe projecten en bijzondere transporten”, daartegenover echter staat dat de evaluatie voor het overige geen enkele negatieve vermelding bevat; dat, integendeel, onder de rubriek “resultaatgebieden”, vermeld wordt : “- het adviseren van de gezagvoerders is goed. Hierbij worden andere vaartuigen en de verkeersdiensten goed ingelicht over de daarvoor nuttige handelingen; - stelt zich goed op de hoogte van nautische gegevens over de vaarwaters en de eigen geloodste schepen en houdt hierbij een degelijke communicatie met de wal; - deelt alle problemen betreffende vaarwaters en hun bebakening onverwijld mede en draagt op die manier bij an de veiligheid van de scheepvaart; - deelt alle problemen betreffende vaarwaters en hun bebakening onverwijld mede en draagt op die manier bij aan de veiligheid van de scheepvaart; - ziet goed toe op de veiligheid van de geloodste schepen en draagt bij tot de veiligheid van de verkeersstroom door tijdig de aandacht te trekken op niet geautoriseerd verkeersgedrag; - staat gezagvoerders goed bij in hun administratieve taken. Goed verzorgde documenten;” IX-1308-4/6 dat voorts nog melding wordt gemaakt van verzoekers “communi- catievaardigheid” (“geeft aan boord duidelijk instructies en respecteert rigoureus de gespreksdiscipline”); dat niets in deze evaluatie - ook niet de hiervóór aangehaalde ongunstige vermeldingen - laat vermoeden dat verzoeker zo ondermaats presteerde dat hij voor loopbaanvertraging in aanmerking komt; dat de beslissing om verzoekers loopbaan te vertragen door de directieraad, in navolging van het advies van het college van afdelingshoofden, als volgt wordt gemotiveerd: “Luc Wygaerts kampt met een drankprobleem en een aanslepende herstelperiode tengevolge van ziekte, waarvan misbruik werd gemaakt. Hierdoor functioneerde hij niet naar behoren in de uitoefening van zijn taak als loods. Als gevolg hiervan kwam het normaal verloop van de dienstregeling in het gedrang, wat een nefaste weerslag had op de toepassing van de dienst- en beurtregeling. Hij buit tevens alle mogelijkheden uit om zo weinig mogelijk te presteren en de beloodsingen door zijn collega’s te laten uitvoeren, waardoor de vlotte afhandeling van de loodsdienstregeling in het gedrang komt. Hierdoor vermindert de efficiëntie van het rotatiesysteem en de beschikbaarheid van de op- en afvarende loodsen. Bij een doorgevoerde toepassing van deze handels- wijze kan dit een negatieve reactie uitlokken bij de collega’s, waardoor de loodsdienstregeling in zijn geheel kan verstoord worden”; dat over de omstandigheid dat verzoeker kampt met een drankprobleem en een aanslepende herstelperiode waarvan misbruik wordt gemaakt en waardoor hij niet meer naar behoren functioneert in de uitoefening van zijn taak als loods, geen enkele steun vindt in het evaluatieverslag; dat het evaluatiedossier hieromtrent evenmin persoonlijke nota’s bevat; dat bijgevolg niet ingezien wordt hoe de directieraad, daarin geadviseerd door het college van afdelingshoofden, op basis van verzoekers evaluatiedossier tot de bestreden beslissing is kunnen komen; dat het derde middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
  15. Vernietigd wordt de beslissing van 25 juni 1996 van de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap waarbij de functionele loopbaan van Luc WYGAERTS vertraagd wordt. IX-1308-5/6 Artikel
  16. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 29 mei 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1308-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.606 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.