id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.614 Rolnummer: A. 183141/XII-5099 Zaak: Arrest 171614 - Overheidsopdrachten - 29/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-01 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-06-29 06:44 Fiche Arrest nr 171.614 van 29 mei 2007 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 171.614 van 29 mei 2007 in de zaak A. 183.141/XII-
- In zake :
- de NV HOOYBERGHS,
- de BVBA HOOYBERGHS PROJECTONTWIKKELING,
- Bart LENS, die woonplaats kiezen bij advocaten P. LUYPAERS en H.-K. CARÊME, kantoor houdende te HEVERLEE, Industrieweg 4, bus 1 tegen : de stad HASSELT, die woonplaats kiest bij advocaat H. LAMON, kantoor houdende te HASSELT, de Schiervellaan
- tussenkomende partij : de NV SOM PROJECT, die woonplaats kiest bij advocaat Chr. BIELEN, kantoor houdende te HASSELT, Kol. Dusartplein 34, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Hooyberghs, de BVBA Hooyberghs project-ontwikkeling en Bart Lens op 10 mei 2007 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 08 maart 2007 waarbij voor de prijsvraag voor ontwerpen projectzone HH6, als onderdeel van de wedstrijd in 2 fasen tot toewijzing van een recht van opstal, het project van Som Project en architectenbureau Drieskens-Dubois als winnend project wordt verkozen, zoals aan de verzoekende partijen werd ter kennis gebracht bij schrijven van de stad Hasselt van 4 april 2007 (= eerste bestreden beslissing), alsmede van de impliciete beslissing waarbij het project van de verzoekende partij niet als winnend project werd weerhouden (= tweede bestreden beslissing)”; XII-5099-1/5 Gezien het op 23 mei 2007 ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 11 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 mei 2007, om 09.30 uur; Gezien het op 22 mei 2007 ingediende verzoekschrift waarbij de NV Som Project vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaten H.-K. Carême, en T. De Gendt die, loco advocaat P. Luypaers verschijnen voor de verzoekende partijen, van advocaat H. Lamon, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat K. De Moor die, loco advocaat Chr. Bielen verschijnt voor de tussen- komende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De ontvankelijkheid van het verzoek tot tussenkomst De NV Som Project heeft voor de in het geding zijnde prijsvraag gekandideerd, niet op zichzelf maar samen met het architectenbureau Drieskens- Dubois. Een eenduidige verdediging van die kandidaatsstelling lijkt voor de Raad van State slechts ontvankelijk te zijn indien alle deelnemers van een samenwer- kingsverband daartoe in rechte treden. Te dezen treedt enkel NV Som Project in tussenkomst. Die tussenkomst moet in de huidige stand van het geding worden afgewezen. XII-5099-2/5 De grondvoorwaarden voor de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Wat de eerste voorwaarde betreft, moet worden vastgesteld dat diligent optreden een gegeven is dat in de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid is vervat en een dwingende vereiste is die moet zijn vervuld opdat de Raad van State een verzoekende partij mag toelaten tot de schorsingsprocedure bij uiterst dringend noodzakelijkheid. Te dezen getuigt het optreden van de verzoekende partijen niet van een dergelijke diligentie, zoals de verwerende partij terecht opmerkt. In de eerste plaats immers zendt de verwerende partij aan “aannemingen Hooyberghs - Bouwgroep B&R -architecten Lens Ass/” een brief, gedateerd 4 april 2007, waarbij hun werd medegedeeld dat hun project voor de projectzone HH6 niet werd “weerhouden” en het project van NV Som Project en architectenbureau Drieskens- Dubois verkozen werd voor als winnend project. Blijkens een datumstempel op het betrokken stuk 6 van hun dossier, hebben de verzoekende partijen op 6 april 2007 die brief ontvangen. Hierop richt Elly Mollen, “medewerkster” van bouwgroep B&R - ter terechtzitting wordt vermeld dat deze de rechtsopvolger van de tweede verzoekende partij is na naamsverandering - een brief met dagtekening 19 april 2007 aan de verwerende partij met verzoek de motivering te verkrijgen van de toewij- zingsbeslissing. Dit is een tijdspanne van 13 dagen die verloopt vooraleer op de betrokken kennisgeving wordt gereageerd vanwege de verzoekende partijen. XII-5099-3/5 Met een e-mailbericht van 23 april 2007 wordt het “samenvattend verslag HH6 jury 8 december 2006" aan voornoemde Elly Mollen toegezonden. Pas op 10 mei 2007 wordt de voorliggende vordering ingesteld, dit is opnieuw na een tijdsverloop van 17 dagen na het laatstgenoemde e-mailbericht. De beide tijdspannes tezamen genomen die verzoekende partijen zich hebben gegund om in rechte te treden, tonen aan dat zij zulks niet met de nodige diligentie hebben gedaan om hun vordering nog met de procedure van de uiterst dringende noodzakelijkheid behandeld te zien. Aan de eerste van de door het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden is bijgevolg niet voldaan. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de NV Som Project in het administratief kort geding bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt niet ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de verzoekende partij in tussenkomst. XII-5099-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig mei 2007, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5099-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.614 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.654 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.