id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.644 Rolnummer: A. 179538/XII-5012 Zaak: Arrest 171644 - Energie - 31/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-18 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 06:45 Fiche Arrest nr 171.644 van 31 mei 2007 Economische zaken - Energie Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 171.644 van 31 mei 2007 in de zaak A. 179.538/XII-
- In zake : de NV FLUXYS, die woonplaats kiest bij advocaten X. Remy, P. Cuvelier en S. Boullart, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 65 bus 2 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Energie die woonplaats kiest bij advocaten B. Martens en B. Lombaert, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan
- tussenkomende partij : de GMBH WINGAS, vennootschap naar Duits recht, die woonplaats kiest bij advocaten G. Jakhian en T. Vermeir, kantoor houdende te 1200 Brussel, Neerveldstraat 101-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het in het Frans gesteld verzoekschrift dat de NV Fluxys op 15 december 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het ministerieel besluit van 13 oktober 2006 [waarbij een vervoersvergunning voor de bouw en de exploitatie van de aardgasvervoerleiding “DN 500 HD” - aansluiting tussen de aftakking op de GTS-leiding aan de Belgisch-Nederlandse grens en de BASF-site te Antwerpen] wordt verleend aan Wingas GmbH; Gezien het gelijktijdig ingediende en eveneens in het Frans gestelde verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van dezelfde beslissing; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van de GmbH Wingas in het administratief kort geding; XII-5012-1/6 Gezien de beschikking van de XIIIe kamer van 18 januari 2007 waarbij de zaak van de rol van die kamer wordt afgevoerd en naar de algemene rol wordt verzonden; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgesteld door auditeur W. Weymeersch op grond van artikel 93 van het besluit van de regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gezien het verslag over de vordering tot schorsing opgesteld door auditeur W. Weymeersch; Gelet op de beschikkingen van 27 april 2007 die de neerlegging bevelen ter griffie van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 mei 2007; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. Boullart, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat T. Dreier, die loco advocaten B. Martens en B. Lombaert, verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat T. Vermeir, die verschijnt voor de tussenkomende partij in de vordering tot schorsing; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. Weymeersch; Gelet op de beslissing van de kamervoorzitter om de zaak overeenkomstig artikel 90, §1, 2/, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, te verwijzen naar een kamer met drie leden; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, XII-5012-2/6 WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST :
- De artikelen 64 en 65 van de op 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State luiden, wat betreft het gebruik van de talen door de partijen die voor de Raad van State verschijnen : “Art.
- De partijen die onderworpen zijn aan de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gebruiken voor hun akten en verklaringen de taal welke hun opgelegd is door die wetgeving in hun binnendiensten. Evenwel in de gevallen bedoeld bij de artikelen 60 en 61,4/, gebruiken zij de taal opgelegd aan de organen van de Raad van State. Art.
- Nietig is ieder verzoekschrift dat en iedere memorie die door een aan de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken onderworpen partij aan de Raad van State is gericht in een andere taal dan die haar bij die wetgeving is opgelegd. De nietigheid wordt ambtshalve uitgesproken. De nietige akte stuit echter de termijnen van de verjaring en van de procedure; deze termijnen lopen niet gedurende de instantie.”. In de op 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken (hierna: bestuurstaalwet), wordt in artikel 1, § 1, bepaald hetgeen volgt : “Deze gecoördineerde wetten zijn toepasselijk : [...] 2/ op de natuurlijke en rechtspersonen die concessiehouder zijn van een openbare dienst of die belast zijn met een taak die de grenzen van een privaat bedrijf te buiten gaat en die de wet of de openbare machten hun hebben toevertrouwd in het belang van het algemeen;”.
- In haar betoog betreffende feiten en voorgaanden van de procedure stelt de verzoekende partij dat zij overeenkomstig artikel 8 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (hierna: de gaswet), de “gestionnaire unique” (“enige beheerder”) van het geïntegreerd aardgasvervoersnet is in België. Zij herhaalt in dat betoog enkele keren dat zij over een monopolie beschikt dat onderworpen is aan een aantal wettelijke voorwaarden en dat zij handelt in een nauwkeurig gereglementeerd kader, onder meer wat haar tarieven en contracten betreft. De status van de verzoekende partij als de onder artikel 8, 1/, van de gaswet bedoelde enige “beheerder van het aardgasvervoersnet” wordt niet betwist en staat vast. Gelet op de economie van de gaswet, moet de verzoekende partij aldus worden aangemerkt, zoal niet als de in het aangehaalde artikel 1,§ 1, 2/, van de XII-5012-3/6 bestuurstaalwet bedoelde concessiehouder, dan in elk geval als rechtspersoon die belast is met een taak die de grenzen van een privaat bedrijf te buiten gaat en die de wet haar heeft toevertrouwd in het belang van het algemeen. Zij dient aldus te worden beschouwd als een partij die onderworpen is aan de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken en dienvolgens aan de aangehaalde artikelen 64 en 65 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
- De vraag rijst dan nog welke taal te dezen aan de verzoekende partij voor haar verklaringen en akten is opgelegd door de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken in haar binnendiensten. Artikel 39,§1, van de bestuurstaalwet bepaalt dat in hun binnendiensten de centrale diensten zich naar artikel 17,§1, van die wet gedragen. Overeenkomstig artikel 17,§1, A.,1/,wordt het Nederlands gebruikt indien de zaak uitsluitend in het Nederlandse taalgebied gelocaliseerd of localiseerbaar is. Te dezen betreft de bestreden beslissing een vergunning, ten gevolge van een in het Nederlands gestelde aanvraag die het vervoer van aardgas beoogt doorheen een leiding die geconstrueerd moet worden tussen de Nederlandse grens en de terreinen van de onderneming BASF te Antwerpen. Aldus is “de zaak” localiseerbaar en wel uitsluitend in het Nederlandse taalgebied en niet in Brussel- Hoofdstad, zoals de verzoekende partij onder verwijzing naar haar maatschappelijke zetel, ter terechtzitting betoogt.
- Door voor haar inleidende verzoekschriften niet het Nederlands, maar het Frans te gebruiken, in weerwil van hetgeen voortvloeit uit het voorschrift van artikel 64 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zijn deze bij toepassing van artikel 65 daarvan, nietig. Deze nietigheid wordt ambtshalve uitgesproken.
- Ten slotte kan de verzoekende partij niet worden bijgevallen in haar verzoek ter terechtzitting om de zaak terug naar de rol te verwijzen teneinde deze door een Franstalige Kamer te doen behandelen. Artikel 53, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt immers dat onder meer de beroepen tot nietigverklaring worden behandeld in de taal die de diensten waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt XII-5012-4/6 krachtens de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken, moeten gebruiken in hun binnendiensten. Zoals hiervoor is vastgesteld was dit voor de in het geding zijnde zaak het Nederlands. Dienvolgens wordt de huidige zaak terecht in die taal en door een Nederlandstalige kamer van de Raad van State behandeld.
- Het ingediende beroep tot nietigverklaring is niet ontvankelijk. De vordering tot schorsing, dient, als accessorium van het annulatieberoep, hetzelfde lot te ondergaan. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de GmbH Wingas in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in de vordering tot schorsing, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. XII-5012-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare zitting op eenendertig mei 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5012-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.644 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.