← België

Arrest 171661 - Monumenten en Landschappen - 31/05/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.661 Rolnummer: A. 56819/X-9211 Zaak: Arrest 171661 - Monumenten en Landschappen - 31/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-19 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 20:04 Fiche Arrest nr 171.661 van 31 mei 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Kantmelding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 171.661 van 31 mei 2007 in de zaak A. 56.819/X-

  1. In zake : Ludovic KERREMANS, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat K. VAN HOOREBEKE, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure Rechts
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Ludovic KERREMANS op 10 maart 1994 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 18 oktober 1993 van de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming houdende rangschikking als landschap overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen om reden van natuurwetenschappelijke, esthetische en historische waarde, van het gebied “Het Cassenbroek - fase II” te Bonheiden en Bonheiden (Rijmenam), bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 maart 1994; Gelet op het arrest nr. 133.223 van 28 juni 2004 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 13 september 2005 die de neerleg- ging ter griffie van het aanvullend verslag en van het dossier gelast; X-9211-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 6 februari 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 23 februari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. DE PRETER, die loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de verzoeker, van advocaat J. JOOS, die loco advocaat K. VAN HOOREBEKE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het gedeeltelijk eensluidend advies van auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat uit de door de verzoeker neergelegde stukken blijkt dat het beroep tot nietigverklaring is ingeschreven op de kant der overschrij- ving van het besluit waarvan de vernietiging wordt gevorderd; dat de kantmelding kan gebeuren tot aan de definitieve sluiting van de debatten; dat de debatten definitief zijn gesloten op 23 februari 2007; dat is voldaan aan het vereiste in artikel 3 van de Hypotheekwet; dat de door de verwerende partij ter zake opgewor- pen exceptie van niet-ontvankelijkheid dient te worden verworpen; Overwegende dat ambtshalve dient te worden nagegaan of het bestreden besluit niet is aangetast door de onbevoegdheid van de steller ervan; Overwegende dat de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming bij het bestreden besluit van 18 oktober 1993 heeft “gerangschikt” als landschap, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen om reden van natuurwetenschappelijke, esthetische en historische waarde, “Het Cassenbroek - fase II” te Bonheiden en Bonheiden (Rijmenam) zoals afgebakend op het plan bij het bestreden besluit; X-9211-2/5 Overwegende dat krachtens artikel 9, 3/, van het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming bevoegd is voor de monumenten en de landschappen, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 7/, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen; dat krachtens artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering, van dezelfde datum tot delegatie van de beslissingsbevoegdheden aan de leden van de Vlaamse regering, de leden van de Vlaamse regering delegatie hebben voor “het nemen van beslissingen, rekening houdend met de bevoegdheids- verdeling, voor de toepassing van de wetten, decreten, koninklijke besluiten, ministeriële besluiten, verordeningen en besluiten van de Vlaamse regering”; dat krachtens artikel 3, § 1, 4/, de bij artikel 2 toegestane delegatie aan de leden evenwel niet geldt voor “de beslissingen, akkoorden en omzendbrieven die wegens hun onderwerp en hun draagwijdte van die aard zijn dat een andere regering of de nationale regering of beide erbij betrokken zijn”; Overwegende dat luidens artikel 6, eerste lid, juncto artikel 1, derde en vierde lid, van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, zoals gewijzigd bij het decreet van 13 juli 1972 tot wijziging van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, het voorstel tot rangschikking wordt medegedeeld aan de ministers tot wier bevoegd- heid respectievelijk de Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw en de Landbouw behoren, en dat deze ministers en al de betrokkenen, bij de minister tot wiens bevoegdheid de Nederlandse Cultuur behoort -op het ogenblik van het bestreden besluit ingevolge artikel 83, § 3, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, bij de Vlaamse regering- hun aanmerkingen kunnen indienen binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de betekening of mededeling; dat krachtens artikel 5 van het decreet van 14 juli 1993 tot wijziging van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, gewijzigd bij decreet van 13 juli 1972, de onder de op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet geldende regeling van genoemde wet van 7 augustus 1931, gewijzigd bij decreet van 13 juli 1972, begonnen procedures tot rangschikking worden voortgezet overeenkomstig de regeling van deze wet; dat landbouw, met uitzondering van de aangelegenheden bedoeld in artikel 6, § 1, III, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, op het ogenblik van het bestreden besluit behoorde tot de bevoegdheid van de toenmalige nationale overheid; dat moet worden vastgesteld dat het bestreden besluit een X-9211-3/5 beslissing is waarbij de nationale regering betrokken is in de zin van artikel 3, § 1, 4/, van genoemd besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de leden van de Vlaamse regering; dat dienvol- gens het bestreden besluit door de Vlaamse regering collegiaal had dienen te worden genomen; dat de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatsher- vorming niet bevoegd was om het bestreden besluit alleen te nemen; dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat het bestreden besluit is aangetast door bevoegdheid- overschrijding; Overwegende dat een besluit houdende bescherming als landschap in beginsel één ondeelbaar geheel uitmaakt; dat een gedeeltelijke vernietiging evenwel mogelijk is indien niet blijkt dat de bevoegde overheid het landschap zonder de percelen van de verzoeker niet zou hebben beschermd; dat het in voorkomend geval aan de verwerende partij toekomt hieromtrent de nodige verduidelijking te verschaffen; Overwegende dat de verwerende partij vraagt de vernietiging te beperken tot de percelen van de verzoeker; dat de verzoeker zich niet verzet tegen een gedeeltelijke vernietiging; dat hij overigens ook niet uiteenzet welk belang hij heeft bij een vernietiging voor het overige; dat om deze redenen de vernietiging van het bestreden besluit wordt beperkt tot de percelen van de verzoeker, BESLUIT: Artikel
  3. Vernietigd wordt het besluit van 18 oktober 1993 van de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming houdende rangschikking als landschap overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen om reden van natuurwetenschappelijke, esthetische en historische waarde, van het gebied “Het Cassenbroek - fase II” te Bonheiden en Bonheiden (Rijmenam), in zoverre het de percelen grond betreft, gelegen te Bonheiden, kadastraal bekend sectie D, nrs. 345/b, 345/e en 345/f. X-9211-4/5 Artikel
  4. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit. Artikel
  5. De kantmelding wordt bevolen van dit arrest op de kant van de overschrijving van het rangschikkingsbesluit in de registers van het hypotheekkan- toor te Mechelen. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de in artikel 3 van dit arrest vermelde kantmelding komen eveneens ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenendertig mei 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-9211-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.661 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.223 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.