← België

Arrest 171672 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 31/05/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.672 Rolnummer: A. 141994/X-11585 Zaak: Arrest 171672 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 31/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-19 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 20:08 Fiche Arrest nr 171.672 van 31 mei 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 171.672 van 31 mei 2007 in de zaak A. 141.994/X-11.

  1. In zake : Mimi GEEROMS, die woonplaats kiest bij advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : de gemeente LONDERZEEL, die woonplaats kiest bij advocaten D. LINDEMANS en F. DE PRETER, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan
  2. tussenkomende partijen :
  3. de n.v. ORBM, die woonplaats kiest bij advocaat E. EMPEREUR, kantoor houdende te 2600 BERCHEM, Uitbreidingstraat 2,
  4. Pauwel VAN HOUT,
  5. Liesbeth SLACHMUYLDERS, die woonplaats kiezen bij advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg
  6. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Mimi GEEROMS op 25 september 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 28 juli 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Londerzeel waarbij aan de n.v. ORBM de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het slopen van een bijgebouw, het aanleggen van een weg en het verplaatsen van een hoogspanningscabine op percelen, gelegen te Londerzeel, Molenstraat, kadastraal bekend Sectie F, nrs. 247/r, 250/w en 250/t en om “bij toepassing van artikel 159 van de gecoördineerde Grondwet buiten toepassing te laten” de beslissing van 26 augustus 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Londerzeel waarbij aan de n.v. BRICOMARKT de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het oprichten van een X-11.585-1/4 opslagplaats op een perceel, gelegen te Londerzeel, Molenstraat, kadastraal bekend Sectie F, nr. 247/p; Gelet op het arrest nr. 141.638 van 7 maart 2005 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting op 15 april 2005 ingediend door de verzoekster; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 26 mei 2005 ingediend door de n.v. ORBM; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 27 mei 2005 ingediend door Pauwel VAN HOUT en Liesbeth SLACHMUYLDERS; Gelet op de beschikking van 7 juni 2005 die de tussenkomst van de n.v. ORBM, Pauwel VAN HOUT en Liesbeth SLACHMUYLDERS toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 18 oktober 2006, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 31 oktober 2006; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 14 februari 2007, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; X-11.585-2/4 Gelet op de beschikking van 11 april 2007, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 25 mei 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van de verzoekster, van advocaat Y. SACREAS, die loco advocaat J. GHYSELS verschijnt voor de verzoekster, van advocaat F. DE PRETER, die verschijnt voor de verwerende partij, van advocaat L. PEETERS, die loco advocaat E. EMPEREUR verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en van de tweede tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat dit door de verzoekende partij wordt betwist; Overwegende dat overeenkomstig bovengenoemd artikel 21, zesde lid ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij binnen een termijn van 30 dagen, die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin verwerping of onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient; dat uit de dagtekening en de handtekening naast die dagtekening op het bericht van ontvangst van het verslag blijkt dat de verzoekende partij op 31 oktober 2006 een afschrift van het verslag heeft ontvangen; dat het verzoek tot voortzetting dus ten laatste op donderdag 30 november 2006 moest worden ingediend; dat de X-11.585-3/4 verzoekende partij pas op vrijdag 1 december 2006 een verzoek tot voortzetting heeft ingediend; dat het verzoek tot voortzetting van de procedure dus niet is ingediend binnen de 30 dagen; dat ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand geldt, BESLUIT: Artikel
  7. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  8. De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 375 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor een derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenendertig mei 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.585-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.672 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.638 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.