id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.675 Rolnummer: A. 115590/X-10754 Zaak: Arrest 171675 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 31/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-22 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 20:09 Fiche Arrest nr 171.675 van 31 mei 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 171.675 van 31 mei 2007 in de zaak A 115.590/X-10.
- In zake : de n.v. MEUBELCENTRALE HEYLEN, gevestigd te 3990 PEER, Baan naar Bree 123 tegen :
- de gemeente BOCHOLT,
- de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van economie en het Sociaal Economisch comité voor de distributie, die woonplaats kiest bij advocaat J.-F. DE BOCK, kantoor houdende te 1060 BRUSSEL, Tasson-Snelstraat
- tussenkomende partij : de b.v.b.a. ’t INBOEDELKE, die woonplaats kiest bij advocaat E. EMPEREUR, kantoor houdende te 2600 ANTWERPEN, Uitbreidingsstraat
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. MEUBELCENTRALE HEYLEN op 17 januari 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 juni 2001 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bocholt waarbij aan de b.v.b.a. ’t INBOEDELKE de socio- economische machtiging wordt verleend tot de herlocalisatie van een tweedehandszaak in meubelen naar de Grote Baan 5 te Bocholt; Gelet op het arrest nr. 110.776 van 30 september 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding, op 31 oktober 2002 ingediend door de n.v. MEUBELCENTRALE HEYLEN; X-10.754-1/3 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst op 29 november 2002 ingediend door de b.v.b.a. ’t INBOEDELKE; Gelet op de beschikking van 6 december 2002 die de tussenkomst van de b.v.b.a. ’t INBOEDELKE toelaat; Gezien de memorie van antwoord van de tweede verwerende partij; Gezien de memorie van wederantwoord; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de beschikking van 18 oktober 2006, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 2 november 2006; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te X-10.754-2/3 haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, op grond van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenendertig mei 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-10.754-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.675 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.110.776 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div