id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.676 Rolnummer: A. 166878/X-12532 Zaak: Arrest 171676 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 31/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-11 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 06:44 Fiche Arrest nr 171.676 van 31 mei 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 171.676 van 31 mei 2007 in de zaak A. 166.878/X-12.
- In zake : Andrew VANCOILLIE, die woonplaats kiest bij advocaat M. RYELANDT, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Filips de Goedelaan 11 tegen : de deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Andrew VANCOILLIE op 14 oktober 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 4 augustus 2005 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen waarbij aan de b.v.b.a. LAVAPIC de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een varkensbedrijf, gelegen aan de Ondankstraat te Izegem, kadastraal bekend onder sectie C, nr. 320/a; Gelet op het arrest nr. 160.589 van 27 juni 2006 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 3 juli 2006; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging X-12.532-1/3 van het bestreden besluit, aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-12.532-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenendertig mei 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-12.532-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.676 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.589 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div