id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.774 Rolnummer: A. 145772/IX-4021 Zaak: Arrest 171774 - Prijzen - 04/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-15 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 20:10 Fiche Arrest nr 171.774 van 4 juni 2007 Economische zaken - Prijzen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 171.774 van 4 juni 2007 in de zaak A. 145.772/IX-
- In zake : de VZW ZONNEWEELDE, gevestigd te RIJMENAM, Lange Dreef 50 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Economie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de VZW ZONNEWEELDE op 24 december 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 27 oktober 2003 van de minister van Economie waarbij de verhoging van de dagprijzen in haar seniorenresidentie geweigerd wordt; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 19 juli 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 17 april 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 mei 2007; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. DE CONINCK die, loco advocaat S. SABLON verschijnt voor de verzoekende partij; IX-4021-1/4 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST: A. De procedure.
- De verwerende partij heeft geen administratief dossier ingediend. Overeenkomstig artikel 21, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State worden in dat geval de door de verzoekende partij aangehaalde feiten als bewezen beschouwd, tenzij deze feiten kennelijk onjuist zijn. B. De feiten. 2.
- Met een aangetekende brief van 16 juni 2003 dient de verzoeken- de partij bij de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie een aanvraag in tot verhoging van de dagprijzen in haar seniorenresidentie Zonneweelde te Rijmenam. 2.
- Met een brief van 26 juni 2003 vraagt de afdeling Prijzen en Mededinging de verzoekende partij een aantal ontbrekende gegevens over te maken. Met een aangetekende brief van 11 augustus 2003 vervolledigt de verzoekende partij haar aanvraag tot prijsverhoging. 2.
- Met een aangetekende brief van 27 oktober 2003 deelt de minister van Economie aan de verzoekende partij mede dat de prijsverhoging niet wordt toegestaan. C. De grond van de zaak.
- De verzoekende partij voert de schending aan van artikel 5 van het ministerieel besluit van 20 april 1993 houdende bijzondere bepalingen inzake prijzen. De bestreden beslissing is genomen na het verstrijken van de termijn van zestig dagen na de ontvangst van de volledige aanvraag tot prijsverhoging, maar op IX-4021-2/4 dat ogenblik was de minister niet meer bevoegd om de prijsverhoging te weigeren. De verzoekende partij was integendeel gerechtigd om de prijsverhoging toe te passen.
- Artikel 5, §§ 1 en 2, van het ministerieel besluit van 20 april 1993 houdende bijzondere bepalingen inzake prijzen, luidt: “§
- Binnen de zestig dagen na ontvangst van de volledige aanvraag, wordt de beslissing van de Minister met betrekking tot de prijsverhoging die hij toestaat, bij een ter post aangetekend schrijven aan de aanvrager betekend. §
- Bij ontstentenis van een beslissing binnen de zestig dagen na ontvangst van de volledige aanvraag, is de onderneming gerechtigd de gevraagde prijsverhoging toe te passen.”
- Artikel 5, § 2, van het ministerieel besluit verbindt aan het verstrijken van de termijn van zestig dagen een bepaald rechtsgevolg. Dat betekent dat de termijn waarbinnen de minister een beslissing aan de aanvrager moet betekenen een vervaltermijn is. Na afloop van die termijn kan de minister geen beslissing meer nemen en mag de onderneming de prijsverhoging toepassen.
- De verzoekende partij heeft, nadat zij uitgenodigd was haar aanvraag tot prijsverhoging nader toe te lichten, met de mededeling dat de termijn van zestig dagen slechts zou beginnen lopen na inzending van alle gevraagde gegevens, met een brief van 11 augustus 2003 deze bijkomende gegevens verstrekt. De verwerende partij heeft die brief op 13 augustus 2003 ontvangen. Zij diende binnen de zestig dagen een beslissing aan de verzoekende partij te betekenen.
- Het bestreden besluit is aan de verzoekende partij ter kennis gebracht met een brief van 27 oktober
- Op dat ogenblik was de termijn van zestig dagen, bedoeld in artikel 5, § 2, van het ministerieel besluit van 20 april 1993 verstreken en kon de minister geen beslissing meer nemen over de prijsverhogings- aanvraag. De beslissing van de minister schendt die bepaling. Het middel is gegrond. IX-4021-3/4 OM DIE REDENEN B E S L U I T D E R A A D S T A T E: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 27 oktober 2003 van de minister van Economie waarbij de verhoging van de dagprijzen in de VZW ZONNEWEELDE seniorenresidentie geweigerd wordt; Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 4 juni 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-4021-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.774 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.