id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.885 Rolnummer: A. 105464/XII-4801 Zaak: Arrest 171885 - Cultuur en schone kunsten - 07/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-18 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 06:46 Fiche Arrest nr 171.885 van 7 juni 2007 Onderwijs en cultuur - Cultuur en schone kunsten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 171.885 van 7 juni 2007 in de zaak A. 105.464/XII-
- In zake : de VZW ALGEMEEN KATHOLIEK VLAAMS HOOGSTUDENTENVERBOND, die woonplaats kiest bij advocaat F. Judo, kantoor houdende te Brussel, Keizerslaan 3 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat G. Lambert, kantoor houdende te Oostende, Elisabethlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de vzw Algemeen Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond op 1 juni 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 3 april 2001 van de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking dat zij niet in aanmerking komt voor subsidiëring in 2001 en 2002; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op de beschikking van 29 juni 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 23 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 maart 2007; XII-4801-1/7 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. Judo, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat K. Lefever, die loco advocaat G. Lambert verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De gegevens van de zaak.
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : Ingevolge de inwerkingtreding van het decreet van 12 mei 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van het landelijk georganiseerd jeugdwerk (hierna: het decreet van 12 mei 1998), onderzoekt de afdeling Jeugd en Sport van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap welke verenigingen voor verdere erkenning als landelijk georganiseerd jeugdwerk in aanmerking komen. Op 9 juni 2000 deelt de minister verzoekster mee dat in het verslag van de afdeling Jeugd en Sport sprake is van het verstrekken van incorrecte informatie met het oog op het behalen van de erkenning. Vooraleer tot het nemen van een beslissing over te gaan, wenst hij verzoeksters verweer over deze vaststellingen te kennen. Deze brief wordt niet beantwoord. Bij aangetekende brief van 8 augustus 2000 deelt de minister verzoekster mee dat hij het voornemen heeft haar niet langer te erkennen als landelijk georganiseerde jeugdvereniging. Bij aangetekende brief van 6 september 2000 tekent verzoekster gemotiveerd beroep aan tegen dit voornemen. Zij vraagt in het kader van de bezwaarprocedure te worden gehoord. Bij aangetekende brief van 4 december 2000 deelt de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelings- XII-4801-2/7 samenwerking verzoekster mee dat haar erkenning als landelijk georganiseerde jeugdvereniging wordt ingetrokken. De brief luidt : “Op 8 augustus 2000 deelde ik u in een gemotiveerd schrijven mede dat ik het voornemen had uw vereniging niet langer te erkennen als landelijk georganiseerde jeugdvereniging. Op 7 september 2000 ontving ik het bezwaarschrift van uw vereniging. Dit werd op 18 september 2000 overgemaakt aan de Adviserende beroeps- commissie voor culturele aangelegenheden. Aangezien uw vereniging uitdrukkelijk verzocht om gehoord te worden, ontving u daartoe een uitnodiging. Ik constateer echter dat u hier niet op inging. Na onderzoek van uw dossier is de commissie van oordeel dat het door uw vereniging ingediende bezwaarschrift ongegrond is. Mede rekening houdend met dit advies beslis ik uw vereniging niet langer te erkennen als landelijk georganiseerde jeugdvereniging omwille van het niet voldoen aan de volgende erkenningsvoorwaarden van het decreet van 12 mei 1998: •Art. 3, §1, 8/, c (en e) •Art. 3, §1, 12/ •Art. 3, §1, 13/ •Art. 3, §1, 14/ •Art. 3, §2, 2/ •Art. 3, §2, 3/ •Art. 8, §1, 1/ •Art. 8, §1, 3/
(2x)Bovendien slaagde uw vereniging er - ondanks herhaalde verzoeken - niet in tijdig en voor aanvang van elke maand een maandplanning in te sturen; verder blijkt dat uw vereniging in het werkingsverslag wetens en willens incorrecte informatie verschafte en dat de deelnemerslijsten postfactum zijn opgesteld. Uw vereniging leefde dus art. 30 van het decreet niet na. Als bijlage vindt u de gedetailleerde toelichting van deze beslissing. Conform artikel 18§8 van het decreet van 12 mei 1998 heeft deze beslissing tot intrekking van uw erkenning uitwerking vanaf 1 januari
- Tenslotte wens ik erop te wijzen dat uw vereniging de mogelijkheid heeft om bij de Raad van State een beroep in te stellen tot nietigverklaring van deze beslissing. Dit beroep moet bij aangetekend schrijven worden ingesteld uiterlijk 60 dagen na deze kennisgeving”. Deze brief wordt door De Post als “niet afgehaald” aan verwerende partij teruggezonden. Bij aangetekende brief van 30 januari 2001 zendt de afdeling Jeugd en Sport de brief opnieuw aan verzoekster. Deze brief wordt door De Post eveneens als “niet afgehaald” aan verwerende partij teruggezonden. Bij aangetekende brief van 3 april 2001 wordt verzoekster op de hoogte gebracht van de beslissing dat zij niet in aanmerking komt voor subsidiëring in 2001 en
- In dit schrijven wordt het volgende gesteld : “Door de decreetswijziging van 22 december 2000 kunnen de landelijke verenigingen die niet erkend konden worden op basis van het decreet van XII-4801-3/7 12 mei 1998, maar die in 2000 nog wel gesubsidieerd werden op basis van basisallocatie 33.01 van het programma 45.1 van de algemene uitgaven- begroting van de Vlaamse Gemeenschap (=landelijk jeugdwerk), in principe nog subsidies ontvangen in 2001 en
- De verenigingen die in de loop van 1999 of 2000 incorrecte informatie hebben bezorgd aan de afdeling Jeugd en Sport van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap worden evenwel uitgesloten van deze subsidieregeling. (zie artikel 32bis, §1). Op 3 februari 2000 ontving de administratie van uw vereniging het werkingsverslag over
- Ter verificatie van de hierin verstrekte informatie werd overgegaan tot een inspectiebezoek op uw maatschappelijke zetel op 14 maart
- Daarbij werden de volgende feiten geconstateerd : S In uw werkingsverslag (W.V. p. 2) vermeldt u als enige vergaderdatum van uw Algemene Vergadering 1 oktober 1999, met 13 aanwezigen. Ter plaatse bleek uit de voorgelegde notulen dat de vergadering doorging op 15 oktober 1999 met slechts 7 aanwezigen. S In uw W.V. (p.3) vermeldt u als enige vergaderdatum van uw Raad van Beheer 1 oktober 1999, met 12 aanwezigen. Ter plaatse bleek uit de notulen dat de vergadering doorging op 15 oktober 1999 met slechts 7 aanwezigen. S In uw W.V. (p. l6-l8) maakt u een onderscheid tussen vormings- programma’s 2 en 3, die u respectievelijk in rekening brengt voor 9 en 10 vormingsuren. Beide waren zgn. vormingscycli, waarvan de sessies doorgingen in Aalst op 31 januari, 5 februari en 26 februari
- In realiteit ging het hier echter slechts om 1 vormingscyclus. Dit blijkt uit het feit dat voor beide cycli dezelfde begeleidster wordt opgegeven, nl. Els Pieraerts (p.l6 en 18) en dat er per datum slechts 1 deelnemerslijst bij het verslag is toegevoegd. S In het W.V.(p. 22) vermeldt u m.b.t. de 4 sessies van vormingsprogramma 6: ‘Ook hier zijn er telkens 8 dezelfde personen aanwezig (...)’. Uit de bijgevoegde deelnemerslijsten blijkt echter dat op sessie 3 slechts 4 dezelfde deelnemers aanwezig waren als op sessie
- S In uw W.V. (p. 105) vermeldt u een activiteit die plaatshad op 14 december 1999 in Mechelen: ‘Waar het hier om gaat is een klassiek voetbaltornooi. (...) Qua voorbereiding worden er voetbalterreinen gehuurd ...’ Op de deelnemerslijst vermeldt u als begeleider Pieter Ollevier en daarnaast 15 namen van deelnemers. Het is duidelijk dat het hier gaat om een volkomen fictieve verslaggeving. Deze activiteit werd immers de dag zelf ter plaatse geïnspecteerd door de administratie. Hierbij werden o.m. de volgende vaststellingen gedaan (zie het inspectieverslag dat u op 23 december 1999 werd toegestuurd) : het ging niet om een klassiek voetbaltornooi, maar wel om tafelvoetbal; de begeleider ter plaatse was niet Pieter Ollevier, maar wel Ann Samson; er waren 32 deelnemers aanwezig en niet 15 zoals uw deelnemerslijst wil doen geloven. S Bij uw W.V. zit een deelnemerslijst van een activiteit (praesidium en redactieraad) die plaatshad te Antwerpen op 13 december
- Deze deelnemerslijst is niet waarheidsgetrouw aangezien hierop de naam ingevuld staat van Wilfried Weets. Deze heer begeleidde op datzelfde ogenblik immers een vormingsactiviteit in Leuven, dat door de administratie werd geïnspecteerd en waarbij hij de inspectrice te woord stond (zie het inspectieverslag dat u op 23 december 1999 werd toegestuurd) . Bovenstaande vaststellingen van onregelmatigheden deelde ik aan uw vereniging o.a. mee bij aangetekend schrijven van 8 augustus 2000 waarin ik XII-4801-4/7 mijn voornemen kenbaar maakte om uw vereniging niet langer te erkennen als landelijke jeugdvereniging. Op 7 september 2000 ontving ik het officiële bezwaarschrift van uw vereniging. Ik stel vast dat u in dit schrijven geen van bovenstaande vaststellingen met feiten weerlegt. Op grond van artikel 32bis, §1 van het decreet van 12 mei 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van het landelijk georganiseerd jeugdwerk, gewijzigd bij decreet van 22 december 2000, beslis ik dat uw vereniging niet in aanmerking komt voor subsidiëring in 2001 en
- Ik wens uw vereniging erop te wijzen dat ze de mogelijkheid heeft om bij de Raad van State een beroep in te stellen tot nietigverklaring van deze beslissing. Dit beroep moet bij aangetekend schrijven worden ingesteld uiterlijk 60 dagen na deze kennisgeving”; De ontvankelijkheid van het beroep.
- Overwegende dat verwerende partij in haar memorie van antwoord opwerpt dat de bestreden beslissing een handeling is “die automatisch dient te volgen op een reeds eerder genomen beslissing”, dat de minister op 4 december 2000 besliste dat verzoekster niet langer werd erkend, onder meer omdat “wetens en willens incorrecte informatie” werd verstrekt, dat, overeenkomstig artikel 32bis van het decreet van 12 mei 1998, een vereniging die niet langer wordt erkend en die de betrokken administratie in de loop van 1999 of 2000 incorrecte informatie heeft verstrekt, in 2001 en 2002 niet voor subsidiëring in aanmerking komt, dat derhalve de bestreden beslissing een loutere uitvoeringsmaatregel is van een eerdere beslissing en minstens als een louter bevestigende beslissing moet worden beschouwd; Overwegende dat verzoekster in haar memorie van wederantwoord stelt dat de bestreden beslissing niet als een loutere uitvoeringsmaatregel kan worden beschouwd aangezien zij haar rechtstoestand wijzigt en evenmin als een louter bevestigende beslissing daar zij gegevens toevoegt aan de beslissing van 4 december 2000;
- Overwegende dat bij decreet van 22 december 2000 tot wijziging van het decreet van 12 mei 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van het landelijk georganiseerd jeugdwerk in het decreet van 12 mei 1998 een artikel 32bis werd ingevoegd, waarvan §1 luidt : “Verenigingen die op 31 december 2000 niet erkend zijn als landelijk georganiseerd jeugdwerk op basis van dit decreet en die in 2000 gesubsidieerd worden op basis van basisallocatie 33.01 van het programma 45.1 van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap, komen ook in 2001 en 2002 in aanmerking voor subsidiëring, behoudens: XII-4801-5/7
- de verenigingen die in de loop van 1999 of 2000 incorrecte informatie hebben bezorgd aan de afdeling Jeugd en Sport van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
- de verenigingen die geen autonome werking of beheer kunnen aantonen”; Overwegende dat verzoekster bij beslissing van 3 april 2001 van de subsidieregeling op grond van artikel 32bis van het decreet van 12 mei 1998 wordt uitgesloten omdat zij de afdeling Jeugd en Sport in de loop van 1999 of 2000 incorrecte informatie heeft verstrekt; dat ook de beslissing van 4 december 2000 tot intrekking van verzoeksters erkenning als landelijk georganiseerde jeugdvereniging onder meer steunt op het feit dat “wetens en willens incorrecte informatie” was verstrekt; Overwegende dat uit de beslissing van 4 december 2000 en de gedetailleerde bijlage zonder meer volgt dat verzoekster van de subsidieregeling van artikel 32bis van het decreet van 12 mei 1998 wordt uitgesloten; dat de beslissing van 3 april 2001 daar niets aan toevoegt, nu al de onregelmatigheden die verzoekster op 3 april 2001 worden verweten reeds in detail werden beschreven in de bijlage bij de beslissing van 4 december 2000; Overwegende voorts dat in het arrest nr. 171.884 van 7 juni 2007 wordt besloten dat het beroep tot nietigverklaring tegen de beslissing van 4 december 2000 laattijdig en derhalve niet-ontvankelijk is; dat, aangezien de intrekking van verzoeksters erkenning wegens het wetens en willens verstrekken van incorrecte informatie derhalve definitief is, verzoekster ook na een eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing van de subsidieregeling van artikel 32bis van het decreet van 12 mei 1998 uitgesloten zou blijven; dat de bestreden beslissing bijgevolg, wegens het definitieve karakter van de beslissing van 4 december 2000, door verzoekster niet nuttig kan worden bestreden; dat de exceptie gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. XII-4801-6/7 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven juni 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4801-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.885 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div