id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.892 Rolnummer: A. 75075/XII-1 Zaak: Arrest 171892 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 07/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-18 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-30 03:34 Fiche Arrest nr 171.892 van 7 juni 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 171.892 van 7 juni 2007 in de zaak A. 75.075/XII-
- In zake : Karl JANSEN, die woonplaats kiest bij advocaat G. Goffin, kantoor houdende te Beringen, Hospitaalstraat 18 tegen : de STAD HAMONT-ACHEL. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Karl Jansen op 24 juli 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 26 mei 1997 van de gemeenteraad van de stad Hamont-Achel tot heffing van een belasting op de aanvragen tot het verkrijgen van een toelating voor de drankslijterijen om open te blijven tot 4 uur ’s nachts; Gelet op het arrest nr. 68.495 van 30 september 1997 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 4 november 1997 ingediend door verzoeker; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door adjunct-auditeur P. De Somere; Gelet op de beschikking van 6 februari 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-1-1/5 Gelet op de beschikking van 23 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 maart 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De feiten
- Op 22 januari 1981 stelt de gemeenteraad van Hamont-Achel een sluitingsuur in voor de herbergen, frituren, koffiehuizen en alle andere openbare drank- en eetgelegenheden, “vanaf 2 uur tot 5 uur ’s nachts”; door de burgemeester kan evenwel in uitzonderlijke gevallen een verlating van het sluitingsuur worden toegestaan. Het reglement wordt volgens verzoeker -hierin niet tegengesproken door verwerende partij- “nooit” of hoogstens “zeer occasioneel” toegepast. Met een schrijven van 19 september 1996 aan de uitbaters van alle openbare drank- en eetgelegenheden delen de burgemeester, de hoofdveldwachter en de rijkswachtcommandant mee dat het politiereglement van 22 januari 1981 door verschillende uitbaters met voeten wordt getreden, dat in en om de drankgelegenheden waar het sluitingsuur niet wordt geëerbiedigd het vandalisme, druggebruik, vechtpartijen of nachtlawaai toenemen, en dat in de komende weken stipt op de naleving van het sluitingsuur zal worden toegezien. Ter zitting van 2 december 1996 beslist de gemeenteraad het reglement van 22 januari 1981 niet op te heffen. Verzoekers beroep tot nietigverklaring van die beslissing (zaak met nr. A.73.001/IV-16.494) wordt door de Raad van State verworpen bij arrest nr. 69.922 van 2 december
- Op 26 mei 1997 beslist de gemeenteraad om vanaf 1 juli 1997, tot 31 december 1998, een belasting te heffen “op de aanvragen tot het verkrijgen van een toelating voor de drankslijterijen om open te blijven tot 04.00 uur (na het bij XII-1-2/5 politieverordening bepaald sluitingsuur)”. De belasting bedraagt “150 BEF/per nacht dat gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot afwijking van het voorziene sluitingsuur”. De grond van de zaak
- Verzoeker voert in een eerste middel aan dat het belasting- reglement gesteund is op het reglement van 22 januari 1981 dat in een algemeen en onbeperkt sluitingsuur voorziet, dat dit laatste reglement, minstens de instand- houding ervan, in strijd is met onder meer de vrijheid van handel en beroepsuitoefening na 2 uur ’s nachts, evenals met de vrijheid van vergaderen en van vereniging, en dat het daardoor “fundamentele en door wet of grondwet gewaarborgde rechten en vrijheden op algemene en onbeperkte wijze schendt”.
- In de memorie van antwoord wijst verwerende partij erop dat niet de politieverordening van 22 januari 1981 het voorwerp van het annulatieberoep uitmaakt, maar het belastingreglement, dat verzoeker vergeet beide reglementen “te scheiden”, dat het belastingreglement enkel gemotiveerd moet worden wat het financiële aspect betreft en niet formeel gemotiveerd moet zijn, en dat er geen absolute beperking van de vrijheid van vereniging en van handel is aangezien uitzonderingen mogelijk zijn en “er nog andere plaatsen [zijn] waar men onbeperkt kan verenigen en vergaderen”.
- Verzoeker repliceert in de memorie van wederantwoord onder andere dat het ten onrechte ingevoerde en in stand gehouden sluitingsuur geen rechtsgeldige basis kan vormen voor het belastingreglement.
- In haar verslag stelt de adjunct-auditeur vast dat het politie- reglement van 22 januari 1981 van het verbod om de drank- en eetgelegenheden ’s nachts open te houden de regel maakt en van de toelating de uitzondering en dat het administratief dossier niet doet blijken van het bestaan van uitzonderlijke omstandigheden, noch ten tijde van het aannemen van het politiereglement, noch ten tijde van het schrijven van 19 september 1996 waarin, na een periode van verwaarlozing van het sluitingsuur, op een stipte naleving ervan wordt aangedrongen - uitzonderlijke omstandigheden die zo ernstig zijn dat het algemeen en blijvend opleggen van een sluitingsuur de enige, bij de situatie passende maatregel zou zijn. Integendeel, wordt in het auditoraatsverslag opgemerkt, stelt XII-1-3/5 verwerende partij in de memorie van antwoord zelfs dat tot op heden alle ingediende aanvragen tot het openhouden van horecazaken na het sluitingsuur door de burgemeester zijn ingewilligd. Het auditoraatsverslag besluit dat, bij ontstentenis van gegevens die de gemeenteraad konden toelaten om in weerwil van de aan de burgers gewaarborgde vrijheid van vergadering en economische vrijheid een algemeen geldend sluitingsuur op te leggen, het politiereglement van 22 januari 1981 niet de toets aan de wettigheid kan doorstaan en dat dientengevolge de bestreden beslissing, die toepassing maakt van het politiereglement, vernietigd moet worden.
- Verwerende partij heeft tegen die zienswijze en conclusie kennelijk niets in te brengen, niet in een laatste memorie, die zij niet indient, en evenmin ter terechtzitting, waarop zij niet verschijnt. Ook de Raad van State ziet geen reden om er een andere mening op na te houden en om het auditoraatsverslag niet bij te vallen. Het eerste middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 26 mei 1997 van de gemeente- raad van de stad Hamont-Achel tot heffing van een belasting op de aanvragen tot het verkrijgen van een toelating voor de drankslijterijen om open te blijven tot 4 uur ’s nachts. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XII-1-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven juni 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-1-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.892 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1997:ARR.68.495 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div