id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.896 Rolnummer: A. 180151/VII-36847 Zaak: Arrest 171896 - Milieuvergunningen - 07/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-19 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-06-29 20:13 Fiche Arrest nr 171.896 van 7 juni 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 171.896 van 7 juni 2007 in de zaak A. 180.151/VII-36.
- In zake : Huberdina KANTELBERG, die woonplaats kiest bij advocaten W. MERTENS en A. BEELEN, kantoor houdende te BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen : de deputatie van de provincie LIMBURG. ------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Huberdina KANTELBERG op 11 januari 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 9 november 2006 waarbij het beroep tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Peer van 6 juni 2006, houdende het verlenen van een voorwaardelijke milieuvergunning aan verzoekster voor het hobbymatig houden van maximum twintig volwassen honden voor een termijn van tien jaar te Peer, Blijlever 1, niet wordt ingewilligd en de beroepen beslissing wordt bevestigd, evenwel met toevoeging van een bijkomende bijzondere voorwaarde; Gezien het verzoekschrift dat dezelfde partij op dezelfde datum heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van hetzelfde besluit; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT, op grond van artikel 94 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; VII-36.847-1/8 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT, op grond van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op de beschikkingen van 21 maart 2007, houdende bevel tot neerlegging van de verslagen en oproeping van de partijen om te verschijnen op 26 april 2007; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. BEELEN, die verschijnt voor verzoekster, en van bestuurssecretaris I. WILLEMS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Verzoekster is uitbaatster van een hondenkennel. Op 21 februari 2006 vraagt zij bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Peer een milieuvergunning aan voor het hobbymatig houden van maximum dertig volwassen honden. Het betreft -juridisch althans- de exploitatie van een nieuwe inrichting. 1.
- Tijdens het openbaar onderzoek wordt een bezwaarschrift ingediend door Dominique VANOPPEN, een omwonende van de inrichting. Hij beklaagt zich over constante geluidshinder door het aanhoudend gejank en geblaf van de dieren en vraagt om maximum vijf honden op het adres toe te laten. VII-36.847-2/8 1.
- Op 6 juni 2006 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Peer een vergunning voor het hobbymatig houden van maximum twintig volwassen showhonden voor een termijn van tien jaar mits oplegging van een reeks bijzondere exploitatievoorwaarden. Op het vlak van de geluidshinder wordt als bijzondere voorwaarde gesteld dat alle activiteiten verboden zijn tussen 22 en 7 uur, en dat de honden 's nachts verplicht binnen moeten worden gehouden. 1.
- Op 12 juli 2006 stellen Dominique VANOPPEN en Dominique VANDERHOYDONCK tegen de verleende milieuvergunning een beroep in bij de verwerende partij. Zij vragen om de vergunning te weigeren. Daags voordien, op 11 juli 2006, werd reeds door een hele reeks personen een niet nader gemotiveerd bezwaar aangetekend bij de verwerende partij. 1.
- In het kader van de beroepsprocedure wordt een reeks adviezen uitgebracht : (a) Het Vlaams agentschap Zorg en Gezondheid adviseert gunstig : "Ons advies blijft gunstig voor de gevraagde activiteiten omdat de activiteiten medisch milieukundig verenigbaar zijn met de omgeving mits de bijzondere voorwaarden zoals opgelegd in het besluit van het college van burgemeester en schepenen van Peer dd. 6 juni 2006 behouden blijven"; (b) De afdeling Milieuvergunningen dienst Limburg adviseert gunstig. Voorgesteld wordt het beroep ongegrond te verklaren en de beslissing van het college van burgemeester en schepenen te bevestigen, mits aanpassing van de bijzondere voorwaarden. Wat betreft de geluidshinder wordt volgende voorwaarde voorgesteld: "de honden moeten tussen 20 uur en 8 uur binnen gehouden worden in de daarvoor voorziene nachtverblijven, waarvan de buitendeuren en de buitenvensters tijdens de nachtperiode (tussen 20 uur en 8 uur) steeds gesloten blijven"; (c) Het agentschap Ruimtelijke - Ordening Vlaanderen (Ruimtelijke - Ordening Limburg) adviseert gunstig onder voorbehoud dat er een regularisatiedossier wordt ingediend voor het bekomen van de nodige stedenbouwkundige vergunningen; VII-36.847-3/8 (d) De Provinciale Milieuvergunningscommissie stelt voor de beslissing van het college van burgemeester en schepenen te bevestigen met behoud van de opgelegde bijzondere voorwaarden. 1.
- Op 9 november 2006 wordt het bestreden besluit genomen waarin aan de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Peer volgende wijziging wordt aangebracht : "In artikel 4 § 2 'volgende bijzondere voorwaarden' wordt een bijkomende bijzondere voorwaarde toegevoegd :
- De honden moeten in een goed afgesloten en geluidswerende stal worden gehouden en mogen slechts in beperkt aantal
(5)en voor beperkte tijd (9.00 tot 14.00 u) uitgelaten worden";
- De kennelijke gegrondheid van het annulatieberoep 2.
- Overwegende dat verzoekster in het eerste middel de schending aanvoert van de artikelen 23 en 24, § 2, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (milieuvergunningsdecreet), van de artikelen 30bis en 50, 3/, b), van Vlarem I, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van de materiële en formele motiveringsplicht, van het zorgvuldigheids-, het redelijkheids- , het gelijkheids- en het consistentiebeginsel en het beginsel "patere legem quam ipse fecisti"; Overwegende dat in de toelichting bij het middel verzoekster in essentie doet gelden dat het college van burgemeester en schepenen van de stad Peer, na een plaatsbezoek door de milieuambtenaar, van oordeel was dat de geluidshinder mits naleving van een aantal voorwaarden tot een aanvaardbaar niveau kan worden beperkt, dat het bestreden besluit verschillende adviezen bevat die allemaal ongunstig zijn ten aanzien van het ingestelde beroep bij de verwerende partij en elementen bevatten die het risico op geluidshinder sterk nuanceren, dat de afdeling Milieuvergunningen beklemtoont dat er tijdens het plaatsbezoek in de omgeving geen enkele geluidshinder werd vastgesteld, dat het Vlaams agentschap Zorg en Gezondheid in haar advies stelt dat er in de onmiddellijke omgeving van de inrichting maar één woning is gelegen, dat de Provinciale Milieuvergunningscom- missie unaniem adviseert om de beslissing van het college van burgemeester en schepenen te bevestigen, doch dat de verwerende partij evenwel op een dubbele wijze afwijkt van al deze standpunten, met name, ten eerste, dat het aantal dieren dat VII-36.847-4/8 gelijktijdig buitengelaten mag worden, beperkt wordt tot vijf en ten tweede, dat de dieren slechts buiten mogen tussen 9 en 14 uur; Overwegende dat verzoekster voorts stelt dat de verantwoording die de verwerende partij hiervoor verstrekt, niet de toets met de bepalingen en de beginselen die het voorwerp uitmaken van dit middel doorstaat, dat het in het bijzonder de verplichting tot concrete, afdoende en niet-tegenstrijdige motivering betreft, dat de verwerende partij in het bestreden besluit expliciet aangeeft dat zij de exploitatievoorwaarden maar kan aanvullen als dat noodzakelijk is, dat zij de verplichting heeft die noodzaak op een concrete, afdoende en niet-tegenstrijdige wijze te motiveren, dat deze verplichting zich des te meer stelde vermits het college van burgemeester en schepenen en de adviesverlenende overheidsinstanties van oordeel waren dat met de gestelde voorwaarden reeds op een voldoende wijze aan risicobeperking en voorzorg werd gedaan, dat zij in haar motivering expliciet aangeeft dat er geen enkele reden is om te twijfelen aan de grondigheid en de degelijkheid van de uitgebrachte adviezen, waarbij moet worden beklemtoond dat vertegenwoordigers van deze diensten zich ter plaatse begaven, dat afwijken van al die eensluidende standpunten allerminst een voor de hand liggende beslissing was en dan ook een strengere motiveringsplicht impliceerde, dat een afwijking een concrete en draagkrachtige motivering vereist; Overwegende dat verzoekster ten slotte doet gelden dat de verwerende partij slechts op een vage en summiere wijze motiveert waarin de noodzaak tot het opleggen van nog strengere voorwaarden dan wel zou bestaan en dat daarbij is voorbij gegaan aan de elementen die reeds zijn opgenomen in de adviezen, die het risico op geluidshinder nuanceren en die het eigen beleid van de verwerende partij dienaangaande beschrijven, dat zij zonder motivering van haar eigen beleid afwijkt, hetgeen ook een schending van het gelijkheids- en consistentie- beginsel juncto de motiveringsplicht veronderstelt, dat zij in het bestreden besluit stelt dat de reeds opgelegde voorwaarden de hinder tot een aanvaardbaar niveau kunnen beperken, waarmee zij het bestaan van de noodzaak zelfs tegenspreekt, dat de Raad van State een middel dat inhield dat aan de verplichting tot motiveren ten aanzien van de uitgebrachte adviezen niet was voldaan, kennelijk gegrond heeft bevonden, dat ook een tegenstrijdigheid in de motivering een kennelijk gegrond middel kan uitmaken, dat zowel professor ÖDBERG van de faculteit Diergenees- kunde RUG als de heer GRAULUS, keurmeester gehoorzaamheid FCI, hoofdin- structeur hondenvereniging Zuid-Limburg, menen dat de opgelegde voorwaarde VII-36.847-5/8 contraproductief is in die zin dat tijdens de uren dat de dieren wel buiten mogen de geluidshinder sterker zal zijn dan thans het geval is, dat de verwerende partij door de vergunningsvoorwaarden te wijzigen zonder zich terdege te laten voorlichten kennelijk onredelijk, minstens onzorgvuldig heeft gehandeld; 2.
- Overwegende dat met het bestreden besluit als bijzondere voorwaarde wordt opgelegd dat de honden in een goed afgesloten en geluidsweren- de stal moeten worden gehouden en dat zij slechts gedurende een beperkt aantal uren, namelijk vijf, en voor een beperkte tijd, namelijk tussen 9.00 en 14.00 uur, uitgelaten mogen worden; Overwegende dat in het unanieme advies van de Provinciale Milieuvergunningscommissie wordt voorgesteld "de door het schepencollege opgelegde bijzondere voorwaarden te behouden en niet te wijzigen zoals voorge- steld in het advies van AMV teneinde de uniformiteit in gelijkaardige dossiers te behouden”; dat de afdeling Milieuvergunningen als voorwaarde had voorgesteld de honden tussen 20 en 8 uur binnen te houden in nachtverblijven waarvan de buitendeuren en buitenvensters tijdens de nachtperiode steeds gesloten moeten blijven; dat de afdeling Milieuvergunningen daarmee verder ging dan het college van burgemeester en schepenen, dat als voorwaarde had opgelegd de activiteiten te verbieden tussen 22 en 7 uur en de honden 's nachts binnen te houden; Overwegende dat wanneer de verwerende partij afwijkt van de adviezen van de adviesverlenende overheidsorganen, zij duidelijk moet aangeven waarop die afwijking is gesteund; dat in het bestreden besluit enkel wordt overwogen "dat evenwel een bijkomende bijzondere voorwaarde wordt opgelegd in huidig besluit teneinde de geluidshinder naar de buurt toe te beperken"; dat niet wordt verduidelijkt waarom die bijzondere exploitatievoorwaarde, te weten dat de honden enkel tussen 9.00 uur en 14.00 uur mogen worden buitengelaten, nodig was om de geluidshinder tot een aanvaardbaar niveau te beperken, terwijl alle adviesverlenende overheidsorganen dergelijke strenge exploitatievoorwaarde niet nodig vonden; dat het motief zo algemeen is gesteld dat niet blijkt waarom een afwijking van de adviezen, en inzonderheid van het advies van de Provinciale Milieuvergunningscommissie, nodig was; Overwegende dat daarbij komt dat de verwerende partij in haar motivering stelt dat "ook in huidige beroepsprocedure deskundig advies werd VII-36.847-6/8 gevraagd van de diensten Aminal Afdeling Milieuvergunningen, de afdeling Natuur, het Agentschap Ruimtelijke Ordening Limburg en het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid afdeling Toezicht Volksgezondheid; dat vertegenwoordigers van deze diensten zich ter plaatse hebben begeven en de nodige vaststellingen hebben gedaan; dat er geen enkele reden voorhanden is om te twijfelen aan de grondigheid en degelijkheid van de gevoerde onderzoeken en van de opgestelde adviezen"; dat spijts de degelijkheid die de verwerende partij zelf toeschrijft aan de uitgebrachte adviezen, zij er op een niet overtuigende wijze van afwijkt; Overwegende dat, gelet op wat voorafgaat, het middel kennelijk gegrond is;
- De vordering tot schorsing Overwegende dat het kennelijk gegrond bevinden van het eerste middel leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit; dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van dat besluit geen voorwerp meer heeft en dienvolgens moet worden verworpen, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 9 november 2006 waarbij het beroep tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Peer van 6 juni 2006, houdende het verlenen van een voorwaardelijke milieuvergunning aan Huberdina KANTELBERG voor het hobbymatig houden van maximum twintig volwassen honden voor een termijn van tien jaar te Peer, Blijlever 1, niet wordt ingewilligd en de beroepen beslissing wordt bevestigd, evenwel met toevoeging van een bijkomende bijzondere voorwaarde. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. VII-36.847-7/8 Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven juni tweeduizend en zeven, door : Mevr. M.-R. BRACKE, voorzitter van de Raad van State, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-36.847-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.896 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div