← België

Arrest 171907 - Milieuvergunningen - 07/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.907 Rolnummer: A. 180832/VII-36897 Zaak: Arrest 171907 - Milieuvergunningen - 07/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-19 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 06:46 Fiche Arrest nr 171.907 van 7 juni 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 171.907 van 7 juni 2007 in de zaak A. 180.832/VII-36.

  1. In zake : de gemeente LENDELEDE, die woonplaats kiest bij advocaat B. VAN DORPE, kantoor houdende te KORTRIJK, Loofstraat 39 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  2. tussenkomende partij : de n.v. STEVAN, die woonplaats kiest bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente LENDELEDE op 6 februari 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerleg- ging van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 8 december 2006 houdende uitspraak over de beroepen aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 8 juni 2006, houdende het gedeeltelijk verlenen aan de n.v. STEVAN van de vergunning om een stortplaats aan de Heulsestraat 87 in Lendelede verder te exploiteren; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. PROVOOST; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; VII-36.897-1/7 Gelet op de beschikking van 29 maart 2007 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 10 mei 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. VAN DORPE, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat P. LOUAGE die, loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat J. GOETHALS die, loco advocaat A. LUST verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  4. De tussenkomst Met een verzoekschrift van 22 februari 2007 vraagt de n.v. STEVAN, houder van de bestreden vergunning, om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Dit verzoek kan worden ingewilligd.
  5. De feiten 2.
  6. De tussenkomende partij exploiteert in navolging van een klei- ontginning een stortplaats aan de Heulsestraat te Lendelede, die ingedeeld is in de vakken A, B, C, D en E. 2.
  7. Volgens het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde gewestplan Kortrijk, is de inrichting deels gelegen in industriegebied met milieubelastend karakter en deels gelegen in ontginningsgebied, met als nabestemming bosgebied. Blijkbaar is de inrichting ook deels gelegen in een bufferzone. 2.
  8. Voor de inrichting geldt het bijzonder plan van aanleg "Bergkapel". VII-36.897-2/7 2.
  9. Op 29 juni 2001 vraagt de tussenkomende partij een vergunning aan voor de verdere exploitatie van een stortplaats categorie 2 voor niet gevaarlijke huishoudelijke en daarmee vergelijkbare afvalstoffen. 2.
  10. Bij beslissing van 25 oktober 2001 wordt de gevraagde vergunning verleend door de bestendige deputatie van de provincieraad van West- Vlaanderen voor een termijn van acht jaar, mits naleving van bijzondere voorwaarden. 2.
  11. Tegen deze beslissing wordt door de tussenkomende partij, de verzoekende partij en omwonenden beroep ingesteld bij de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur. 2.
  12. Op 26 april 2002 worden deze beroepen gedeeltelijk ingewilligd en wordt de beroepen beslissing gewijzigd. Hierbij wordt gesteld dat de vergunningstermijn wordt verkort tot 31 december 2006, met als bijzondere voorwaarde dat het storten van huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval vanaf 2004 volledig wordt verboden. 2.
  13. De tussenkomende partij stelt tegen deze beslissing een annulatieberoep in bij de Raad van State dat gekend is onder het nummer A. 123.483/VII-27.170, maar waarin tot op heden nog geen eindarrest is. 2.
  14. Op 23 december 2005 dient de tussenkomende partij een milieuvergunningsaanvraag in voor de verdere exploitatie, omdat de aanvoer van afvalstoffen onvoldoende is om tijdig het gewenste eindprofiel te bereiken. 2.
  15. Op 8 juni 2006 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen de gevraagde vergunning, voor wat betreft de monostortplaats voor ontwaterde, niet herbruikbare bagger en ruimingsspecie, residu van zandafscheidings- en grondreinigingsinstallaties en niet reinigbare verontreinigde grond, maar wordt de vergunning geweigerd voor het verder exploiteren van een categorie 2-stortplaats. De milieuvergunning vangt aan op 1 januari 2007 en eindigt op 31 december
  16. 2.
  17. Tegen deze beslissing wordt opnieuw beroep ingesteld bij de bevoegde Vlaamse minister, door onder meer de verzoekende partij en de tussenkomende partij. VII-36.897-3/7 2.
  18. Na het inwinnen van de nodige adviezen, wordt op 8 december 2006 het thans bestreden besluit genomen waarbij de beroepen beslissing deels wordt gewijzigd, de vergunningstermijn wordt verlengd tot 1 september 2011 en wordt gesteld dat bepaalde stortvlakken sneller dienen te worden volstort en afgewerkt.
  19. De beoordeling 3.
  20. Op grond van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Er kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen terzake in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd. De Raad van State kan in beginsel geen acht slaan op hetgeen later of ter terechtzitting nog door de verzoekende partij wordt bijgebracht. 3.
  21. De verzoekende partij zet haar moeilijk te herstellen ernstig nadeel uiteen als volgt : "Krachtens artikel 2 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 (dit artikel is in werking getreden op 1 juli 2006 ingevolge artikel 313 van het gemeentedecreet) beogen de gemeenten om op het lokale niveau bij te dragen tot het welzijn van de burgers en tot de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied en zijn de gemeenten, overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang voor de verwezenlijking waarvan ze alle initiatieven kunnen nemen. Het bestreden besluit verleent een exploitatievergunning aan de N.V. STEVAN voor de verdere uitbating tot 1 september 2011 van een monostortplaats voor ontwaterd baggerslib en/of ruimingsspecie afkomstig van baggerwerken, gelegen in de gemeente Lendelede tussen twee woonkernen. Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid heeft in zijn beroepsakte aangevoerd 'alhoewel een oorzakelijk verband tussen afvalstorten en gezondheidseffecten niet strikt bewezen zijn, lijkt het zeer waarschijnlijk dat afvalstorten inderdaad belangrijke effecten op de gezondheid kunnen hebben; daarnaast kunnen geurhinder en ongerustheid ook bijdragen tot een aantal klachten; uit psychische problemen kunnen fysieke gezondheidsproblemen voortvloeien; '. In het besluit van 20 december 2005 van de cel MER bij de Afdeling Milieu en Natuurbeleid van het Ministerie wordt ontheffing verleend van het opstellen van een MER, mits aanbeveling van een uitgebreid gezondheidsonderzoek onder de motivering 'dat de discipline mens- gezondheid eerder summier is opgesteld en dat volgens de huidige inzichten het aangewezen is om uitgebreid onderzoek te doen met een monitoring van de chemische, fysische of biologische polluenten en met een bewaking op het vlak van biologische en gezondheidseffecten. Deze bewaking dient gebaseerd te zijn op: screening op milieustalen middels bio-functionele testen, registratie van VII-36.897-4/7 klachten, epidemiologische waarnemingen, biomonitorin op omwonenden van inwendige dosis aan polluenten en van biologische effecten.' In uitvoering van haar wettelijke opdracht om bij te dragen tot het welzijn van de burgers in haar gemeente [en tot] de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied, vordert de verzoekster de schorsing van de bestreden milieuvergunning voor de uitbating van de stortplaats tot 1 september 2011 binnen haar grondgebied en gelegen tussen twee woonkernen. De gemeente heeft er persoonlijk en wettelijk belang bij dat haar inwoners geen hinder noch risico’s ondervinden voor hun gezondheid door de onwettige exploitatie, gezien dit behoort tot haar essentiële wettelijke roeping en opdracht daarvoor te zorgen op het gemeentelijk vlak. De verzoekster heeft er als gemeente ook persoonlijk belang bij dat de ondergrond van het gemeentelijk gebied niet nog meer wordt vervuild door niet herbruikbare bagger- en ruimingsspecie; residu van zandafscheidings- en grondreinigingsinstallaties; niet-reinigbare verontreinigde grond omdat dit strijdig is met de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied, wat behoort tot haar essentiële wettelijke opdracht. Het nadeel is daarenboven ernstig, gezien het betrekking heeft op de gezondheid en het leefklimaat van de bewoners en op de blijvende vervuiling van de ondergrond van de gemeente. Het nadeel is moeilijk te herstellen, gezien, eens de hinder werd geleden en de gezondheid werd geschaad, dit nadeel niet meer kan hersteld worden. Ook het herstel in de oorspronkelijke toestand is uitgesloten omdat dit opnieuw zou gepaard gaan met hinder en risico’s voor de gezondheid. Daarbij komt dat het te verwachten is dat de nietigverklaring van het bestreden besluit het nadeel niet zal kunnen verhinderen, gelet op de termijn die normaal verloopt tussen het verzoekschrift tot nietigverklaring en de uitspraak door de Raad van State. In dezelfde zin heeft de Raad van State geoordeeld in zijn arrest 92.438 van 18 januari 2001 dat niet kon worden uitgesloten dat de aanwezigheid van de inrichting (GSM-mast) op die lokatie een gevaar voor de volksgezondheid zou opleveren, wat van nature een moeilijk te herstellen ernstig nadeel diende te betekenen". 3.
  22. De verwerende partij betoogt in haar nota dat het beweerde nadeel van de verzoekende partij niet ernstig is, omdat "immers sinds jaren afvalstoffen (worden) gestort" en "het bestreden besluit enkel een voortzetting toelaat van de stortactiviteiten, met het oog op een verantwoorde en gecontroleerde manier om een minimum-eindreliëf te bereiken". 3.
  23. De tussenkomende partij haalt in haar verzoekschrift tot tussenkomst rechtspraak van de Raad van State aan die stelt dat "het beschermen van de veiligheid en de gezondheid van de inwoners tot de normale bestuurszaken van de gemeente behoort, zodat dit bezwaarlijk kan bijdragen tot de ernst van het geleden nadeel". Zij voegt hieraan toe dat "de enkele omstandigheid dat de storting enkele jaren langer aanhoudt op zich geen enkel aanwijsbaar negatief gevolg (heeft) op (...) de mogelijke vervuiling van de gemeentelijke ondergrond, destemeer [sic] de maximale storthoeveelheid niet is verhoogd". VII-36.897-5/7 3.
  24. De verzoekende partij beroept zich op het artikel 2 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 dat stelt dat de gemeente beoogt om op het lokale niveau bij te dragen tot het welzijn van de burgers en tot de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied om een persoonlijk nadeel in haren hoofde aan te tonen. Deze decreetsbepaling is een algemeen geformuleerde beleidsopdracht. Uit de tekst daarvan kan worden afgeleid dat de verzoekende partij belang heeft bij het instellen van een annulatieberoep. In het kader van de vordering tot schorsing moet de verzoekende partij echter bewijzen dat het bestreden besluit haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent. Zij moet gegevens aanvoeren die wijzen op de ernst van het nadeel dat ze ondergaat of kan ondergaan, hetgeen betekent dat zij aanduidingen zal moeten geven omtrent de aard en de omvang van het te verwachten nadeel, en die anderzijds wijzen op de moeilijke herstelbaarheid van het nadeel. De verzoekende partij brengt te dezen onvoldoende concrete elementen aan die het bestaan van een persoonlijk en rechtstreeks nadeel in haren hoofde zou aantonen. Zij bewijst evenmin dat zij door de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit belemmerd zou worden in de uitoefening van haar bevoegdheidssfeer inzake het leefmilieu van de gemeente Lendelede. Er is bijgevolg niet voldaan aan de tweede voorwaarde van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, zonder dat het nodig is de door de verwerende en de tussenkomende partij opgeworpen exceptie te onderzoeken, BESLUIT: Artikel
  25. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. STEVAN in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  26. De vordering tot schorsing wordt verworpen. VII-36.897-6/7 Artikel
  27. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven juni tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. E. BREWAEYS. VII-36.897-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.907 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.299 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.