← België

Arrest 171949 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.949 Rolnummer: A. 124620/X-11063 Zaak: Arrest 171949 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-27 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 06:46 Fiche Arrest nr 171.949 van 7 juni 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 171.949 van 7 juni 2007 in de zaak A. 124.620/X-11.

  1. In zake :
  2. Beatrijs COPPENS,
  3. Rita COPPENS, die woonplaats kiezen bij advocaat T. DEWANDRE, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Jan Jacobsplein 5 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat I. LAUREYS, kantoor houdende te 9255 BUGGENHOUT, Provincialebaan 20 tussenkomende partij : de n.v. AQUAFIN, die woonplaats kiest bij advocaten B. ASSCHERICKX en I. COOREMAN, kantoor houdende te 1070 BRUSSEL, Ninoofsesteenweg
  4. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Beatrijs COPPENS en Rita COPPENS op 29 juli 2002 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het ministerieel besluit van 24 mei 2002 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw “houdende gedeeltelijke inwilliging van het verhaal, ingediend (...) in naam van de gezusters Coppens uit Haaltert (...) tegen het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 10 januari 2002 waarbij machtiging wordt verleend aan de n.v. Aquafin tot het uitvoeren van werken aan de Klokputbeek te Haaltert”; Gelet op het arrest nr. 119.326 van 13 mei 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-11.063-1/3 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 23 juni 2003 ingediend door de verzoeksters; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 23 juli 2003 ingediend door de n.v. AQUAFIN; Gelet op de beschikking van 3 september 2003 die de tussenkomst van de n.v. AQUAFIN toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. SOMERE; Gelet op de beschikking van 2 juni 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoeksters; Gelet op de beschikking van 13 april 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 25 mei 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. HULPIAU, die loco advocaat T. DEWANDRE verschijnt voor de verzoeksters, van advocaat S. BEECKMAN, die loco advocaat I. LAUREYS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat E. DE CONINCK, die loco advocaten B. ASSCHERICKX en I. COOREMAN verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-11.063-2/3 Gelet op de beslissing van de kamervoorzitter om de zaak overeenkomstig artikel 90, §1, 2/, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, te verwijzen naar een kamer met één lid; Overwegende dat uit de stukken van het rechtsplegingsdossier blijkt, en de verzoekende partijen overigens niet betwisten, dat die partijen inmiddels hebben bekomen wat zij met hun vordering nastreefden; dat die partijen geen belang meer hebben bij hun vordering; dat het, gelet op de omstandigheden van de zaak, gepast is de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven juni 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.063-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.949 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.119.326 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.