← België

Arrest 172083 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 11/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.083 Rolnummer: A. 181477/IX-5582 Zaak: Arrest 172083 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 11/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-20 Raadplegingen: 47 - laatst gezien 2026-06-29 06:47 Fiche Arrest nr 172.083 van 11 juni 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.083 van 11 juni 2007 in de zaak A. 181.477/IX-

  1. POLITIERAADSVERKIEZING VAN 22 JANUARI 2007 TE KRAAINEM. In zake : Elisabeth d’URSEL, die woonplaats kiest bij advocaat D. VERMER, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Elisabeth d’URSEL op 2 maart 2007 heeft ingediend tegen de beslissing van 15 februari 2007 van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant waarbij haar bezwaar tegen de verkiezing van de politieraad door de gemeenteraad van Kraainem in zitting van 22 januari 2007 verworpen wordt en waarbij de verkiezing geldig verklaard wordt; Gelet op het advies van 13 maart 2007 van de auditeur-generaal overeenkomstig artikel van de 91 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van dezelfde datum waarbij de termijnen voor het indienen van het administratief dossier en de memories worden ingekort; Gelet op de beschikking van 29 maart 2007 houdende regeling van de rechtspleging in de onderhavige zaak; Gezien de memorie van antwoord van de gemeente Kraainem; Gelet op het bericht voorgeschreven bij artikel 6 van het koninklijk besluit van 8 maart 2007 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, in geval van beroep voorzien door de IX-5582-1/10 artikelen 18quater en 21ter van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 16 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 juni 2007; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. VERMER, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat K. HULPIAU die, loco advocaat M. POLET verschijnt voor de gemeente KRAAINEM; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De feiten. 1.
  3. Op 22 januari 2007 gaat de gemeenteraad van Kraainem over tot de verkiezing van acht leden van de politieraad van de lokale politiezone Wezembeek-Oppem/Kraainem (WOKRA), waartoe de gemeente behoort. Voor deze verkiezing beschikt ieder gemeenteraadslid over vijf stemmen. Er worden negen kandidaat-effectieve leden voorgedragen, waaronder verzoekster. Alle 23 gemeenteraadsleden nemen aan de stemming deel. 1.
  4. Het proces-verbaal van de verkiezing geeft volgend relaas van het verloop van de kiesverrichtingen: “(De gemeenteraad) Gaat bij geheime stemming in openbare vergadering over tot de verkiezing van de effectieve leden en hun opvolgers van de politieraad. IX-5582-2/10 23 raadsleden nemen deel aan de stemming en ontvangen ieder 5 stembiljet- ten. 110 stembiljetten worden overhandigd aan de burgemeester en zijn bijzitters. De vijf ontbrekende stembrieven worden door raadslid d’Ursel na de telling van het aantal brieven afgegeven. De burgemeester verklaart dat hij de stemming aanvaardt, en er dus geen rekening dient gehouden met de vijf stembrieven. Na beraadslaging beslist de raad met deze brieven geen rekening te houden. Mevrouw d’Ursel laat bemerken dat de voorzitter van de gemeenteraad de sluiting van de stemming niet verklaard heeft. Ze verklaart dat ze gestraft wordt voor het feit dat haar stembrieven niet in de stembus werden gestoken, doordat haar stemmen geweigerd zijn is ze niet gekozen, zij hoopt dat hiermee de discussie hieromtrent gesloten is. De stemopneming van deze biljetten geeft volgend resultaat: nietige stembiljetten : 0 blanco-stembiljetten : 0 geldige stembiljetten : 110 De op deze 110 geldige stembiljetten uitgebrachte stemmen werden toegekend als volgt : (...)” Blijkens hetzelfde proces-verbaal behalen zes kandidaten ieder 13 stemmen, twee kandidaten behalen 12 stemmen en verzoekster behaalt 8 stemmen. De acht kandidaten met de meeste stemmen voldoen aan de verkiesbaar- heidsvoorwaarden en er geldt te hunnen aanzien geen onverenigbaarheid. Verzoekster wordt niet verkozen. 1.
  5. Op 30 januari 2007 dient verzoekster bezwaar in tegen de verkiezing. Zij geeft daarin de volgende versie van het verloop van de kiesverrich- tingen: “Bij het openen van de stemming werd niet duidelijk uitgelegd hoe de stembiljetten verzameld zouden worden. Elk van de raadsleden werd om beurt geroepen. Bij het roepen van zijn naam moest hij zich naar één van de twee stemhokjes begeven om zijn stembiljetten in te vullen. Tussen de stemhokjes bevond zich een open kartonnen doos, die (de ondertekenaarster zal het pas later verstaan) moest dienen als stembus. Bepaalde raadsleden begrepen het, andere niet. Degenen die het niet begrepen waren met hun ingevulde stembiljet- ten weer op hun plaats gaan zitten, wachtende dat men met een echte stembus zou langskomen. In een algemeen geroezemoes, stonden enkele raadsleden, nadat ze op hun plaats waren gaan zitten met hun ingevulde stembiljetten, op om hun stembiljetten in de kartonnen doos achter te laten. De ondertekenaarster (Mevrouw d’Ursel) heeft de kartonnen doos niet gezien en niemand heeft haar hierop gewezen. Zij zat in het eerste stemhok. Zij dacht dat alle stembiljetten samen afgehaald zouden worden bij de raadsleden en dat men met een echte stembus zou langskomen. Van op haar plaats kon ze de kartonnen doos niet zien. Op een bepaald moment werd, zonder dat de sluiting van de stemming werd afgekondigd, de open doos naar de Burgemeester gebracht, en werd er in een aanhoudend algemeen geroezemoes overgegaan tot de telling van de stembiljet- ten. De Burgemeester en de twee jongste gemeenteraadsleden hebben IX-5582-3/10 onmiddellijk vastgesteld dat de 5 stembiljetten van de ondertekenaarster ontbraken en deze heeft ze hem dan overhandigd. Hoewel de stemming op dit moment niet officieel gesloten was en de stemopneming vanzelfsprekend nog niet begonnen was, heeft de Burgemeester, na overleg met de voorzitster van de Raad en informeel advies van de Raad, de vijf stembiljetten van ondertekenaarster geweigerd. Deze heeft heftig geprotesteerd door zich op de hierboven staande redenen te beroepen. (...) Pas (na haar tussenkomst) werd overgegaan tot de stemopneming, zonder rekening te houden met de stembiljetten van de ondertekenaarster (...)”. In rechte stelt zij in een eerste middel dat haar vijf stembiljetten niet geweerd hadden mogen worden op grond van het motief dat zij “na de telling van het aantal brieven afgegeven werden”. Zij vindt dat daarmee artikel 16 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus (hierna: de Wet Geïntegreerde Politie) en van de artikelen 10 tot 13 van het koninklijk besluit van 20 december 2000 betreffende de verkiezing in elke gemeenteraad van de leden van de politieraad (hierna: het koninklijk besluit van 20 december 2000) geschonden zijn. In een tweede middel voert zij de schending aan van het reglement van inwendige orde van de gemeente- raad van Kraainem, doordat artikel 23 van dat reglement ten aanzien van geheime stemmingen de verplichting instelt om het aantal stembriefjes te tellen alvorens tot de stemopneming over te gaan en op grond daarvan een nieuwe stemronde te organiseren, wanneer het resultaat van die telling niet overeenstemt met het aantal raadsleden dat aan de stemming deelgenomen heeft. 1.
  6. Vijf gemeenteraadsleden van de lijst “OPEN” geven in een brief van 7 februari 2007 aan de deputatie hun visie op het verloop van de stemverrich- tingen. Volgens hen hebben 22 gemeenteraadsleden hun stembrieven in de kartonnen doos gedeponeerd, heeft de burgemeester “duidelijk aangekondigd” dat hij de telverrichtingen zou aanvatten en heeft hij dit “tot tweemaal toe aan de voltallige gemeenteraad gemeld”. Niemand heeft daarop gereageerd en derhalve kon de burgemeester niet anders dan vaststellen “dat één der raadsleden niet wenste deel te nemen aan de stemming conform artikel 23 (van het reglement van orde)”. Pas na de telling van de stemmen heeft verzoekster aan de burgemeester gevraagd haar vijf stembrieven aan de telling toe te voegen, hetgeen de burgemeester geweigerd heeft. 1.
  7. Op 15 februari 2007 verwerpt de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant het bezwaar van verzoekster en verklaart zij de verkiezing van de leden van de politieraad door de gemeenteraad van Kraainem geldig. De deputatie stelt vast dat uit de stukken van het dossier blijkt dat alle gemeenteraadsleden, met IX-5582-4/10 uitzondering van verzoekster, hun stembrieven onmiddellijk in de kartonnen doos gedeponeerd hebben of ze eraan toegevoegd hebben vóór de stemopneming. Zij stelt ook vast dat artikel 11 van het koninklijk besluit van 20 december 2000 niet bepaalt dat de sluiting van de stemming formeel afgekondigd moet worden en dus mag de aankondiging van de voorzitter dat de telverrichtingen aangevat zullen worden -of zelfs, als te dezen, het begin zelf van de telverrichtingen- beschouwd worden als de afkondiging van de sluiting van de stemming, waarna de voorzitter geen stembrieven meer kon en mocht aanvaarden. De voorzitter heeft “correct gehandeld door de stembrieven van (verzoekster) te verwerpen”. 1.
  8. In het verzoekschrift voor de Raad van State verduidelijkt verzoekster het verloop van de gebeurtenissen. De stembrieven werden aan de gemeenteraadsleden overhandigd in een bruine enveloppe; zij heeft niet gezien dat er een kartonnen doos was geplaatst die als stembus moest dienen; zij heeft na het uitbrengen van haar stemmen haar stembrieven meegenomen naar haar plaats in de overtuiging -gesterkt door het feit dat verschillende gemeenteraadsleden met de bruine omslag naar hun plaats terugkeerden- dat de stembrieven in één keer bij alle gemeenteraadsleden opgehaald zouden worden; zij heeft in ieder geval haar stembrieven aan de burgemeester overhandigd op een ogenblik dat de stemverrich- ting nog niet officieel gesloten was en de stemopneming nog niet begonnen was, maar na de telling van de stembrieven zoals voorgeschreven door artikel 23 van het reglement van orde, hetgeen bevestigd wordt door het proces-verbaal van de verkiezing. Zij legt een verklaring van de burgemeester voor, opgemaakt op 1 maart 2007, waarin deze verklaart dat verzoekster haar vijf stembiljetten “rechtstreeks na de telling van het aantal brieven afgegeven heeft maar vóór de stemopneming, zoals trouwens correct vermeld wordt in het proces-verbaal” en dat hij “gerust wil bevestigen dat (hij) op het moment van de verkiezing geen kennis had van artikel 23 van het reglement van orde”, zodat hij niet wist dat de stemming herbegonnen had moeten worden. De rechtspleging.
  9. Overeenkomstig het algemeen procedurereglement was de gemeente Kraainem oorspronkelijk aangewezen als verwerende partij. Zij werd in die hoedanigheid in de gelegenheid gesteld een memorie van antwoord in te dienen en zij heeft daarvan op 30 maart 2007 gebruik gemaakt. Als gevolg van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, op 23 maart 2007, van het koninklijk besluit van 8 maart 2007 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling IX-5582-5/10 administratie van de Raad van State, in geval van beroep voorzien door de artikelen 18quater en 21ter van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, is het procesverloop in de onderhavige zaak sinds 2 april 2007 anders geregeld. Met name is er geen sprake meer van een verwerende partij en geldt er een bijzondere wijze van bekendmaking van het beroepsschrift, met de mogelijkheid, voor de personen die een belang aantonen, om een memorie in te dienen. De memorie van antwoord is geen procedurestuk waarmee de Raad van State verplicht rekening moet houden. De gemeente Kraainem heeft niet gevraagd de memorie van antwoord als een stuk uitgaande van een belanghebbende partij in aanmerking te nemen. De grond van de zaak.
  10. In het eerste middel voert verzoekster de schending aan van artikel 16 van de Wet Geïntegreerde Politie en van de artikelen 10 tot 13 van het koninklijk besluit van 20 december
  11. Er is volgens haar geen rekening gehouden met de vijf stembrieven die zij aan de burgemeester afgegeven heeft nadat een telling van de stembiljetten uitgewezen had dat er vijf stembrieven ontbraken, maar vooraleer de stemopneming aangevangen was. Nochtans volgt uit artikel 16 van de Wet Geïntegreerde Politie dat elk gemeenteraadslid het recht heeft om te stemmen en hebben de artikelen 10 tot 13 van het koninklijk besluit van 20 december 2000 -waarin de kiesverrichtingen opgesplitst worden in een fase ‘stemming’ en een fase ‘stemopneming’ die begint ‘wanneer de stemming gesloten is’- tot gevolg dat de stembiljetten afgegeven mogen worden zolang de stemming niet gesloten is. In dit geval is de stemming nooit officieel gesloten en is zij derhalve beëindigd bij de opening van de stembiljetten en niet bij de telling van het aantal stembiljetten dat afgegeven was. Zij heeft haar stembiljetten vóór de aanvang van de stemopneming, en dus vóór het sluiten van de stemming, afgegeven en die stembiljetten mochten derhalve niet geweigerd worden. Uit het proces-verbaal van de verkiezing -en uit de verklaring van de burgemeester van 1 maart 2007- blijkt dat de burgemeester, zonder de stemming te sluiten en teneinde na te gaan of alle gemeenteraadsleden gestemd hadden, overgegaan is tot telling van het aantal stembrieven. Op dat ogenblik was evenwel de stemopneming nog niet begonnen. De burgemeester heeft vastgesteld dat vijf brieven ontbraken en verzoekster had dan haar brieven kunnen overhandigen, aangezien de opneming der stemmen nog niet was begonnen en de stemming dus nog niet gesloten was. Het uitsluiten van haar stembrieven vormt een onregelmatig- IX-5582-6/10 heid. De deputatie is ten onrechte van oordeel geweest dat de telling van de stembrieven als het sluiten van de stemming of als het begin van de stemopneming gezien moet worden.
  12. Artikel 16 van de Wet Geïntegreerde Politie bevat de basisregels voor de verkiezing van de leden van de politieraad door de gemeenteraad en draagt de Koning op om de nadere regels te bepalen die onder meer bij de verkiezing in acht genomen moeten worden. Het koninklijk besluit van 20 december 2000 bevat volgende bepalingen: – Artikel
  13. “De burgemeester, bijgestaan door de twee jongste gemeenteraadsleden in leeftijd, is belast met het verzekeren van de goede gang van de verrichtingen van de stemming en van de stemopneming die in de openbare vergadering plaatsvinden. De gemeentesecretaris neemt het secretariaat waar en is belast met het opmaken van het proces-verbaal.” – Artikel
  14. “Wanneer de stemming gesloten is, wordt, staande de vergadering, overgegaan tot de stemopneming. De geldige stembiljetten worden gerangschikt en geteld volgens de naam van het kandidaat-effectief lid waarvoor een stem is uitgebracht. De blanco of ongeldige stembiljetten worden apart gelegd.” – Artikel
  15. “Na de stemopneming stelt de burgemeester de lijst op van de verkozen effectieve leden en van hun opvolgers.” – Artikel
  16. “Over het hele verloop van de verrichtingen van de stemming en van de stemopneming wordt, staande de vergadering, een proces-verbaal opgemaakt, dat wordt overgeschreven in het register der notulen van de gemeenteraad. Het moet uitdrukkelijk vermelden dat de stemming geheim was. Het proces-verbaal wordt ondertekend door de burgemeester, de gemeente- raadsleden die hem bijstaan en de gemeentesecretaris, alsmede door de gemeenteraadsleden die daartoe de wens uitdrukken.”
  17. De voor de onderhavige betwisting relevante passage uit het proces-verbaal van de verkiezing, zoals dat opgenomen is in de notulen van de gemeenteraad, is hiervóór sub 1.2 geciteerd. Er wordt niet betwist dat dit proces- verbaal, dat authentieke bewijswaarde heeft, volgens de geldende voorschriften opgemaakt is. De verklaring die de gemeenteraadsleden van de lijst ‘OPEN’ aan de deputatie hebben gezonden, waarin zij stellen dat verzoekster pas nadat zij vaststelde IX-5582-7/10 dat zij slechts acht stemmen had gekregen haar stembrieven aan de burgemeester overhandigde, weegt geenszins op tegen de vermeldingen van dat proces-verbaal, nu die verklaring door geen enkel concreet bewijsgegeven gestaafd wordt en de betrokkenen ook geen opmerking daarover geformuleerd hebben bij de redactie van het proces-verbaal in de gemeenteraadszitting van 22 januari
  18. De versie die verzoekster van de feiten geeft stemt daarentegen wel overeen met dat proces- verbaal en wordt bevestigd door de verklaring van 1 maart 2007 van de burgemees- ter.
  19. De burgemeester heeft de stemming niet formeel gesloten verklaard. Hij heeft aan verzoekster ook niet verweten dat zij haar stembrieven, in plaats van ze te deponeren in de daarvoor bestemde doos, meegenomen heeft naar haar plaats: hij heeft haar stembrieven geweigerd omdat zij laattijdig ingeleverd werden. Er kan dan ook niet met zekerheid bepaald worden op welk ogenblik de stemverrichtingen -die betrekking hebben op het eigenlijk stemmen en op het verzamelen van de uitgebrachte stemmen- precies beëindigd zijn. Wegens dat verwarde verloop van de stemverrichtingen kan aan verzoekster niet met zekerheid tegengeworpen worden dat zij een onregelmatigheid begaan heeft door haar stembrieven slechts te overhandigen op het ogenblik dat vastgesteld werd dat vijf stembrieven ontbraken.
  20. Artikel 11 van het koninklijk besluit van 20 december 2000 bepaalt dat de stemming gevolgd wordt door de stemopneming en regelt de wijze waarop die stemopneming verloopt. De stemopneming betreft aldus het onderzoek van de stembrieven, dat begint met het tellen van het aantal ervan. Normaal mag die stemopneming slechts beginnen na het formeel beëindigen van de stemverrichtingen. Het bestaan van onduidelijkheid over het precieze ogenblik waarop de stemverrichtingen beëindigd zijn, heeft tot gevolg dat er geen onregelmatigheid vastgesteld kan worden wanneer een gemeenteraadslid het inleveren van zijn stembrieven uitstelt voor zover hij daarmee niet wacht totdat het eigenlijk onderzoek van de stembrieven aangevangen is.
  21. In dit geval blijkt uit het proces-verbaal van de kiesverrichtingen dat het kiesbureau eerst het aantal stembrieven heeft geteld, en dat verzoekster op dat ogenblik haar stembrieven aangeboden heeft. Gelet op het onduidelijk verloop van de stemming en de onzekerheid over het precieze ogenblik waarop de IX-5582-8/10 stemverrichtingen afgesloten werden, moesten de stembiljetten van verzoekster dan alsnog bij de te onderzoeken stembrieven worden gevoegd.
  22. Door in de voormelde omstandigheden de stembrieven van verzoekster te weigeren, heeft de burgemeester een verkeerde toepassing gemaakt van artikel 11 van het koninklijk besluit van 20 december 2000 en heeft verzoekster, in strijd met artikel 16 van de Wet Geïntegreerde Politie, haar recht om deel te nemen aan de verkiezing van de leden van de politieraad niet kunnen uitoefenen. Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
  23. Vernietigd wordt het besluit van 15 februari 2007 van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant waarbij het bezwaar van Elisabeth d’URSEL tegen de verkiezing op 22 januari 2007 van de leden van de politieraad door de gemeenteraad van Kraainem verworpen wordt. Artikel
  24. De verkiezing van acht leden van de politieraad van de politiezone WOKRA door de gemeenteraad van Kraainem op 22 januari 2007 wordt ongeldig verklaard. IX-5582-9/10 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 11 juni 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-5582-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.083 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.