← België

Arrest 172115 - Monumenten en Landschappen - 11/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.115 Rolnummer: A. 65621/X-10263 Zaak: Arrest 172115 - Monumenten en Landschappen - 11/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-27 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 06:47 Fiche Arrest nr 172.115 van 11 juni 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Kantmelding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.115 van 11 juni 2007 in de zaak A. 65.621/X-10.

  1. In zake : de n.v. COMPAGNIE HET ZOUTE, die woonplaats kiest bij, advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1560 HOEILAART, de Quirinilaan 2 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Gerard Davidstraat 46, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. COMPAGNIE HET ZOUTE op 18 september 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 9 juni 1995 van de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming houdende rangschikking als landschap overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen om reden van wetenschappelijke, historische en esthetische waarde, van het gebied “de Oude Hazegraspolder en binnenduinen” te Knokke-Heist, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 augustus 1995; Gelet op het arrest nr. 127.680 van 2 februari 2004 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 1 december 2005 die de neerlegging ter griffie van het aanvullend verslag en van het dossier gelast; X-10.263-1/5 Gelet op de kennisgeving van het aanvullend verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 7 februari 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 2 maart 2007; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. VANDEN BERGHE, die loco advocaat M. DENYS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat N. DECLERCQ, die loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat uit de door de verzoekende partij neergelegde stukken blijkt dat het beroep tot nietigverklaring is ingeschreven op de kant der overschrijving van het besluit waarvan de vernietiging wordt gevorderd; dat is voldaan aan het vereiste in artikel 3 van de Hypotheekwet; Overwegende dat ambtshalve dient te worden nagegaan of het bestreden besluit niet is aangetast door de onbevoegdheid van de steller ervan; Overwegende dat naar luid van artikel 2, §1, 1/, van het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot delegatie van de beslissings- bevoegdheden aan de leden van de Vlaamse regering, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 20 januari 1993 en van 7 oktober 1993, de leden delegatie hebben voor “het nemen van beslissingen, rekening houdend met de bevoegdheidsverdeling, voor de toepassing van de wetten, decreten, koninklijke besluiten, ministeriële besluiten, verordeningen en besluiten van de Vlaamse regering”; dat, op grond van artikel 2, §2, van hetzelfde besluit, die delegatie ook geldt “voor beslissingen die door de bevoegde leden van de Vlaamse regering gezamenlijk moeten genomen worden”; X-10.263-2/5 Overwegende dat het bestreden besluit is genomen op grond van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, zoals voornamelijk gewijzigd door het decreet van 14 juli 1993, door de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming, Johan SAUWENS, die overeenkomstig artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 april1993, 7 oktober 1993, 18 mei 1994, 11 januari 1995 en 12 januari 1995, op het ogenblik van het nemen van het bestreden besluit bevoegd was voor o.m. “de monumenten en de landschappen, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 7/, van de bijzondere wet”; Overwegende dat artikel 2 van het bestreden besluit “voor de behartiging van het nationaal belang” een aantal beperkingen stelt aan de rechten van de eigenaars; zo is onder meer verboden: “
  3. Het oprichten van een gebouw of een constructie of het plaatsen van een inrichting, zelfs uit niet duurzame materialen, die in de grond is ingebouwd, aan de grond is bevestigd of op de grond steun vindt ten behoeve van de stabiliteit en bestemd is om terplaatse te blijven staan, ook al kan zij uit elkaar genomen worden. (...)
  4. Het plaatsen van een of meer verplaatsbare inrichtingen, die al dan niet voor bewoning kunnen worden gebruikt, zoals woonwagens, kampeerwagens, mestcontainers en afgedankte voertuigen.
  5. Het achterlaten van afgedankte voertuigen of schroot, evenals het aanleggen van een opslagplaats voor dergelijke produkten. Het achterlaten van slib afkomstig van ruimingswerken in het gebied is toegelaten mits voorafgaandelijke en schriftelijke toestemming van de minister of zijn gemachtigde. (...)
  6. Het aanbrengen van reclamepanelen of gelijk welke publiciteit.” Overwegende dat onder meer de aangehaalde verbodsbepalingen betrekking hebben op de op het ogenblik van het bestreden besluit aan de Vlaamse minister bevoegd voor ruimtelijke ordening toegewezen bevoegdheden; dat overeenkomstig artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 april 1993, 7 oktober 1993, 18 mei 1994, 11 januari 1995 en 12 januari 1995, de bevoegdheid inzake de stedenbouw en de ruimtelijke ordening, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 1/, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, op het ogenblik van het bestreden besluit toekwam aan de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden, Theo KELCHTERMANS; dat de door de verwerende partij aangevoerde omstandigheid X-10.263-3/5 dat de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming, bevoegd voor de monumenten en de landschappen, een grote beoordelings- bevoegdheid heeft op het vlak van erfdienstbaarheden van openbaar nut hieraan geen afbreuk doet; dat de verwerende partij evenmin gevolgd kan worden waar zij betoogt dat de beschermende maatregel enkel gericht zou zijn op het behoud van het landschap en dat het feit dat er raakvlakken zijn met de bevoegdheden van de andere leden van de Vlaamse regering, het bevoegde lid zijn bevoegdheid niet ontneemt om het bestreden besluit alleen te nemen; dat te dezen de Raad van State geen “potius ut valeat” regel bekend is; dat de verwijzing naar vroegere delegatiebesluiten irrelevant is; dat de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming niet bevoegd was om het bestreden besluit alleen te nemen; dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat het bestreden besluit is aangetast door bevoegdheidsoverschrijding, BESLUIT: Artikel
  7. Vernietigd wordt het besluit van 9 juni 1995 van de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming houdende rangschikking als landschap overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen om reden van wetenschappelijke, historische en esthetische waarde, van het gebied “de Oude Hazegraspolder en binnenduinen” te Knokke-Heist. Artikel
  8. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
  9. De kantmelding wordt bevolen van dit arrest op de kant van de overschrijving van het rangschikkingsbesluit in de registers van het eerste hypotheekkantoor te Brugge. X-10.263-4/5 Artikel
  10. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de in artikel 3 van dit arrest vermelde kantmelding komen eveneens ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf juni 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-10.263-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.115 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.127.680 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.