id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.119 Rolnummer: A. 63590/X-9564 Zaak: Arrest 172119 - Monumenten en Landschappen - 11/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-27 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 06:47 Fiche Arrest nr 172.119 van 11 juni 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Kantmelding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.119 van 11 juni 2007 in de zaak A. 63.590/X-
- In zake :
- Franciscus VAN DYCK,
- Mariette LIEKENS, die woonplaats kiezen bij advocaat P. JONGBLOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Jan Jacobsplein 5 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat K. VAN HOOREBEKE, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure Rechts
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Franciscus VAN DYCK en Mariette LIEKENS op 5 mei 1995 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 8 februari 1995 van de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming houdende rangschikking als landschap overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen om reden van historische, wetenschappelijke en esthetische waarde, van het gebied de “Wolfsputten” te Dilbeek, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 juni 1995; Gelet op het arrest nr. 133.221 van 28 juni 2004 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 14 juli 2006 die de neerlegging ter griffie van het aanvullend verslag en van het dossier gelast; X-9564-1/5 Gelet op de kennisgeving van het aanvullend verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partijen; Gelet op de beschikking van 9 februari 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 2 maart 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. JONGBLOET, die verschijnt voor de verzoekers, en van advocaat J. JOOS, die loco advocaat K. VAN HOOREBEKE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de griffie van de Raad van State de verwerende partij bij aangetekend schrijven van 30 augustus 2006 heeft uitgenodigd om een laatste memorie in te dienen binnen de voorziene termijn van 30 dagen en dat deze brief werd ontvangen en getekend voor ontvangst op 31 augustus 2006; dat de laatste memorie, neergelegd bij aangetekend schrijven van 11 januari 2007 derhalve laattijdig is, en uit de debatten moet worden geweerd; Overwegende dat uit de door de verzoekende partijen neergelegde stukken blijkt dat het beroep tot nietigverklaring is ingeschreven op de kant der overschrijving van het besluit waarvan de vernietiging wordt gevorderd; dat is voldaan aan het vereiste in artikel 3 van de Hypotheekwet; Overwegende dat ambtshalve dient te worden nagegaan of het bestreden besluit niet is aangetast door de onbevoegdheid van de steller ervan; Overwegende dat naar luid van artikel 2, §1, 1/, van het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot delegatie van de beslissings- bevoegdheden aan de leden van de Vlaamse regering, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 20 januari 1993 en van 7 oktober 1993, de leden delegatie hebben voor “het nemen van beslissingen, rekening houdend met de X-9564-2/5 bevoegdheidsverdeling, voor de toepassing van de wetten, decreten, koninklijke besluiten, ministeriële besluiten, verordeningen en besluiten van de Vlaamse regering”; dat, op grond van artikel 2, §2, van hetzelfde besluit, die delegatie ook geldt “voor beslissingen die door de bevoegde leden van de Vlaamse regering gezamenlijk moeten genomen worden”; Overwegende dat het bestreden besluit is genomen op grond van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, zoals voornamelijk gewijzigd door het decreet van 14 juli 1993, door de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming, Johan SAUWENS, die overeenkomstig artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 april 1993, 7 oktober 1993, 18 mei 1994, 11 januari 1995 en 12 januari 1995, op het ogenblik van het nemen van het bestreden besluit bevoegd was voor o.m. “de monumenten en de landschappen, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 7/, van de bijzondere wet”; Overwegende dat artikel 2 van het bestreden besluit “voor de behartiging van het nationaal belang” een aantal beperkingen stelt aan de rechten van de eigenaars; zo is onder meer verboden: “1.Het oprichten van een gebouw of een constructie of het plaatsen van een inrichting, zelfs uit niet-duurzame materialen, die in de grond is ingebouwd, aan de grond is bevestigd of op de grond steun vindt ten behoeve van de stabiliteit en bestemd is om ter plaatse te blijven staan, ook al kan zij uit elkaar genomen worden.
- Het plaatsen van één of meer verplaatsbare inrichtingen die al dan niet voor bewoning kunnen gebruikt worden, zoals kampeerwagens en afgedankte voertuigen. (...)
- Het aanbrengen van reclamepanelen of gelijk welke publiciteit. (...)
- Het verharden van wegen en paden”; Overwegende dat onder meer de aangehaalde verbodsbepalingen betrekking hebben op de op het ogenblik van het bestreden besluit aan de Vlaamse minister bevoegd voor ruimtelijke ordening toegewezen bevoegdheden; dat overeen- komstig artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 april 1993, 7 oktober 1993, 18 mei 1994, 11 januari 1995 en 12 januari 1995, de bevoegdheid inzake de X-9564-3/5 stedenbouw en de ruimtelijke ordening, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 1/, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, op het ogenblik van het bestreden besluit toekwam aan de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden, Theo KELCHTERMANS; dat, in tegenstelling tot hetgeen de verwerende partij betoogt, niet is vereist dat het betrokken besluit “daadwerkelijk een impact (heeft) op (...) de ruimtelijke ordening” en die partij ook ten onrechte betoogt dat “een louter theoretische betrokken bevoegdheid (...) derhalve niet (volstaat)”; dat de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming niet bevoegd was om het bestreden besluit alleen te nemen; dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat het bestreden besluit is aangetast door bevoegdheidsoverschrijding, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 8 februari 1995 van de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming houdende rangschikking als landschap overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen om reden van historische, wetenschappelijke en esthetische waarde, van het gebied de “Wolfsputten” te Dilbeek. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
- De kantmelding wordt bevolen van dit arrest op de kant van de overschrijving van het rangschikkingsbesluit in de registers van het hypotheek- kantoor Brussel
- X-9564-4/5 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de in artikel 3 van dit arrest vermelde kantmelding komen eveneens ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf juni 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-9564-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.119 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.221 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div