← België

Arrest 172257 - O.C.M.W. - 14/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.257 Rolnummer: A. 139773/XII-4893 Zaak: Arrest 172257 - O.C.M.W. - 14/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-13 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 20:33 Fiche Arrest nr 172.257 van 14 juni 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.257 van 14 juni 2007 in de zaak A. 139.773/XII-

  1. In zake : Eric VANDE WALLE, die woonplaats kiest bij advocaat J. Vande Moortel, kantoor houdende te Gent, Goot-Brittanniëlaan 12-18 tegen : het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN GENT. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Eric Vande Walle op 30 juli 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 3 juni 2003 van de raad voor maatschappelijk welzijn van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Gent waarbij hem de tuchtstraf van twee maanden schorsing zonder wedde wordt opgelegd; Gezien de toelichtende memorie van verzoeker; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 7 november 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 22 maart 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 mei 2007; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-4893-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat V. Kympers, die loco advocaat J. Vande Moortel, verschijnt voor verzoeker, en van advocaat I. Vanden Bon, die loco advocaat P. Devers, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De rechtspleging
  2. Verwerende partij heeft geen administratief dossier neergelegd. Bijgevolg worden krachtens artikel 21, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de door verzoeker aangehaalde feiten als bewezen beschouwd, tenzij ze kennelijk onjuist zijn. De gegevens van de zaak
  3. Verzoeker is sinds 1 oktober 1998 directeur van het rust- en verzorgingstehuis Sint-Jozef te Wondelgem dat onder het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (hierna: het OCMW) van Gent ressorteert. Op 3 juni 2003 neemt de raad voor maatschappelijk welzijn het thans bestreden besluit waarbij aan verzoeker de tuchtstraf van twee maanden schorsing zonder wedde wordt opgelegd. De grond van de zaak
  4. In een tweede middel roept verzoeker de schending in van artikel 301 van de nieuwe gemeentewet juncto artikel 52 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (hierna: de OCMW-wet), doordat de brief van 25 oktober 2002 waarbij hij door het OCMW werd opgeroepen om op 3 december 2002 door de raad voor maatschappelijk welzijn te worden gehoord niet vermeldde dat hij het recht had de openbaarheid van XII-4893-2/4 de hoorzitting te vragen. Hij licht nog toe waarom hij hierdoor in zijn belangen is geschaad. Daarnaast doet hij in een vierde middel gelden dat de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen werden geschonden, onder meer doordat het bestreden besluit niet motiveert waarom na het sluiten van de debatten tot een andere tuchtsanctie dan de door de OCMW-secretaris voorgestelde werd besloten. Beide middelen worden in het auditoraatsverslag in overeenstemming met de feiten en in rechte gegrond bevonden. De Raad van State ziet geen enkele reden om van dit oordeel af te wijken, temeer daar verwerende partij heeft nagelaten een memorie van antwoord, een administratief dossier of een laatste memorie in te dienen, en ter terechtzitting enkel verwijst naar “de schriftelijke procedure”. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
  5. Vernietigd wordt het besluit van 3 juni 2003 van de raad voor maatschappelijk welzijn van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Gent waarbij Eric Vande Walle de tuchtstraf van twee maanden schorsing zonder wedde wordt opgelegd. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verwerende partij. XII-4893-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien juni 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4893-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.257 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.